Fragment / Anton de Wit over Jean-Paul Sartre (1905-1980)

'Eigenlijk kunnen we geen daad stellen waarmee wij de mens scheppen die wij willen zijn, zonder tegelijkertijd een beeld te scheppen van de mens zoals hij naar onze mening moet zijn.'

Over het existentialisme (p. 20), Jean-Paul Sartre (1905-1980)

,,Dit is geen fragment dat me in positieve zin dierbaar is: hier is de grote kwaal van de twintigste eeuw beschreven. Je proeft een totalitair denken bij hem. Hij zegt dat je jezelf vormt en in de manier waarop je dat doet, laat je ook zien hoe anderen het moeten doen. Het is Sartre die vindt dat 'wie kiest, kiest voor allen' en dat 'de daad van de enkeling de hele mensheid bindt'.

Nietzsche zegt daarentegen dat al het categorisch denken in de pathologie thuishoort. Ik vind het fragment een treffend bewijs voor deze stelling. Het categorisch denken is ziekelijk. Het is natuurlijk heel erg verleidelijk om jezelf en je idealen ook op anderen te projecteren. Maar het is onzinnig. Het gevolg is dat men door de wil om de ander te kneden, vergeet zichzelf te kneden. Sartre bewijst dat ook. Hij gebruikt de stelling om de christelijke vakbond in plaats van de communistische -die zijn voorkeur heeft- een veeg uit de pan te geven. De 'denkfout' van Sartre is dat je jezelf niet kunt scheppen zonder anderen te kneden. Ik denk dat dat wel goed mogelijk is.

Principieel gezien zijn mensen niet hetzelfde. Gelijkvormigheid bestaat niet. Toch benadrukken we in de traditie van het Westerse denken vooral de overeenkomsten. De historische les is dat het niet werkt. Mensen zijn onderling zo weinig hetzelfde, dat we beter kunnen kijken naar het verschil.

In de politieke discussie gaan we nog veel te veel van de overeenkomsten uit. We richten ons op wat we met elkaar delen, terwijl het juist interessant is wat we niet met elkaar delen. Als we dat deden, zouden we een heel wat realistischer mensbeeld kunnen ontwikkelen. Natuurlijk zijn er overeenkomsten, maar nu heerst het poldermodel in het mensbeeld. Alle verschillen worden van tafel geveegd om de confrontatie uit de weg te gaan. Alsof verschillen ons tot vijanden maken.

De maatschappij vraagt om fatsoensnormen. Als we met een 'fatsoenswet' zouden komen, dan gaan we op dezelfde manier als Sartre, net zo totalitair, de mensen kneden naar ons eigen beeld. Naar mijn idee is fatsoen een vorm van distantie, een geografische, maar ook een geestelijke afstand tussen twee subjecten.

Hoe leren mensen fatsoen? Het is een kwestie van bewustwording. Het gaat niet om het idee hoe we vinden dat de mens moet zijn, maar om het idee hoe de áfstand moet zijn in de samenleving.

Een voorbeeld: in de supermarkt is het niet onalledaags dat de caissière niet gegroet wordt. Wanneer je niets zegt, erken je de afstand niet; je plaatst jezelf in het geheel van de 'machine', je wordt één met het collectief. Achter de kassa had voor jou net zo goed een robot kunnen zitten. Door welgemanierdheid kun je afstand nemen van een massamentaliteit.

Ik moet de caissière zien als 'een ander mens dan ik'. Op zo'n manier respecteer je de ander. Fatsoensregels hoeven niet per se van de kerk of de politiek te komen, ze kunnen ook op andere manieren tot je komen. Gewoon, door in de wereld te staan, tussen andere mensen in. Dat is een leerschool op zich.

Anton de Wit (23) is journalist en won dit jaar de Serge-Heederikprijs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden