Fraaie billen met vloeibaar cement

Sylvia Veerman is niet tegen plastische chirurgie, wel tegen beunhazerij. Zelf werd ze ook slachtoffer van een knoeier. Ze richtte een stichting op voor lotgenoten.

’Het is mijn eigen schuld’, dat hoor ik vaak. Zó wrang. Slachtoffers van een esthetische ingreep denken vaak dat ze dat ’dan maar niet moesten willen’, maar zo ligt het niet. Er is misbruik gemaakt van het vertrouwen van een patiënt.” Sylvia Veerman is niet tegen plastische chirurgie, „maar wel tegen beunhazerij”.

Veerman richtte twee jaar geleden de Stichting Slachtoffers Cosmetisch Artsen op, ingegeven door haar eigen ervaring met fillers – opvulmiddelen tegen rimpels. Een man in een witte jas beloofde haar dat hij de plooi in haar voorhoofd glad zou trekken. De ’arts’ bleek een fysiotherapeut die het chirurgenwerk ’erbij deed’, haar voorhoofd raakte ernstig verminkt. „Als ik ooit weer toonbaar word, zet ik me in voor regelgeving binnen de esthetische chirurgie, sprak ik met mezelf af.”

Nu maakt ze zich sterk voor een keurmerk en een meldingsplicht. „Mislukte operaties blijven nu binnen de deuren van de kliniek. Dat moet niet kunnen.”

Jaarlijks krijgt Veerman 2500 klachten over complicaties na een esthetische ingreep. Ongeveer zestig procent volgt na een operatie in het buitenland, veertig procent na een ingreep in Nederland. Vooral de buitenlandse operaties baren Veerman grote zorgen.

„Ik heb ze gezien, slachtoffers van operaties in Turkije. Zij werden behandeld door iemand die overdag kelner was en ’s avonds opereerde.” Maar verreweg de meeste operaties gaan mis in België, zegt Veerman. Vaak is de overweging om naar België uit te wijken puur ingegeven door geld. „Mensen willen een auto én drie keer op vakantie én er jong uitzien. Als een operatie hier 3000 euro kost en dáár de helft, kiezen ze voor het buitenland. Ik vind, ga dan één keer minder op vakantie.”

Volgens Irene Mathijssen, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Plastisch Chirurgen (NVPC), zijn mensen die naar het buitenland uitwijken voor een ingreep vaak te goed van vertrouwen. „Ze krijgen een kopje koffie, hebben een aardige arts voor zich, zien een leuk kantoor en zijn dan al snel tevreden.”

Zowel Veerman als Mathijssen raadt een ingreep in het buitenland af. „Als het misgaat heb je geen poot om op te staan”, zegt Veerman. „Sommige ’artsen’ verdwijnen compleet van de aardbodem.”

Berend van der Lei, als hoogleraar esthetische plastische chirurgie verbonden aan het Universitair Medisch Centrum in Groningen en aan Bergman Clinics, noemt het getal 2500 „schrikbarend”. Een paar keer per jaar ruimt hij het esthetische ’puin’ van een buitenlandse arts.

Hij vermoedt dat de cijfers deels zo hoog zijn, doordat men torenhoge verwachtingen heeft. „Een facelift maakt niet jonger. Alleen hals- en kaaklijn worden strakgetrokken. Veroudering zit meer in de neus-mondhoekplooi en rond de ogen.”

Je hebt er mensen bij, zegt Van der Lei, die zichzelf plastisch chirurg noemen of voelen, die zichzelf het vak hebben geleerd en in een omgebouwde garage in Portugal wat aanrommelen. „Hoewel goedkoper niet automatisch slechter is. De prijs van een behandeling hangt ook samen met de lokale economie. Maar van nazorg hoef je in het buitenland vaak weinig te verwachten. Een plek waar je met klachten terechtkunt is er evenmin.”

Ook in Nederland valt nog wel het een en ander te verbeteren. NVPC-voorzitter Mathijssen kwam de meest vreselijke dingen tegen, „tot een patiënt die ergens op een zolderkamer vloeibaar cement in haar billen liet spuiten om die steviger te doen lijken”.

Hier mag elke basisarts zich ’esthetisch arts’ noemen en dus zijn geld verdienen met plastische chirurgie, zegt Mathijssen. „Of ’cosmetisch arts’, ze verzinnen van alles. Een oogarts die een ooglidcorrectie doet of een kno-arts die een neuscorrectie uitvoert, dat vind ik prima. Maar een huisarts die zich waagt aan een ooglidcorrectie, dat wordt al een ander verhaal. ’Ik doe er zoveel’, hoor ik dan, ’en het gaat best’. Ja, uiteindelijk zullen ze het wel een keer doorkrijgen. Maar liever niet. Zij zijn er niet voor opgeleid en kunnen eventuele complicaties niet oplossen. De omstandigheden in hun praktijk voldoen niet aan de eisen zoals gesteld in ziekenhuizen.”

Basisartsen zijn bevoegd om operaties uit te voeren, mits zij zichzelf bekwaam achten. „Dat klinkt vreselijk, toch? Leken zien het verschil niet. Die zien een man in een witte jas en vragen niet naar zijn functie. Als een kliniek ’kliniek voor plastische chirurgie’ heet, wil dat niet zeggen dat er plastisch chirurgen werken.”

Zo nu en dan komen in Nederland excessen aan het licht. In 2009 sloot de Inspectie voor de Gezondheidzorg de Haagse CityKliniek, waar een gynaecoloog borstvergrotingen uitvoerde. Tal van vrouwen meldden zich met klachten. Een paar maanden later meldden zich slachtoffers van een thoraxchirurg uit Weert, die eveneens borsten vergrootte. Hij werkt nu in België.

Mathijssen vindt dat in Nederland nog te weinig is vastgelegd. „Ik heb het opgegeven bij de politiek. Veel plastische chirurgie is onverzekerde zorg, dus voelen politici zich niet verantwoordelijk. Nu moet het uit het veld komen.” De NVPC werkt aan een keurmerk en sinds mei 2010 is er een registratieplicht voor klinieken. Het ZKN-keurmerk (Zelfstandige Klinieken Nederland) werd in 2006 voor het eerst toegekend.

Mathijssen noemt het ’een aardige start’, maar meent ook dat daarop iets valt af te dingen. „Als je vandaag dat keurmerk aanvraagt, ben je al ’kandidaat’. Veel klinieken zijn snel met het vermelden van dat bericht op hun site. Maar de patiënt ziet het onderscheid niet en heeft geen enkele zekerheid over de arts die hem behandelt.” De NVPC werkt, samen met ZKN, aan een leidraad en verwacht dat die deze zomer klaar is. Ook aan een Europees keurmerk wordt gewerkt.

Sylvia Veerman zou liefst zien dat de fillers, waarmee zijzelf werd behandeld, onder de Medicijnwet vallen. „Wie vandaag een filler bedenkt, brengt ’m morgen op de markt. Terwijl juist daaraan de grootste risico’s kleven.”

Het leed is vaak niet te overzien. Veerman: „Alle mensen die zich bij mij melden zijn suïcidaal. Van acht op de tien slachtoffers strandt de relatie binnen twee jaar. Ik wil vooral waarschuwen. Mijn eigen gezicht kostte me, na zo’n vijftig operaties, 65.000 euro. Daar had ik veel leuke dingen van kunnen doen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden