'Foute' wortels raken existentie

Op de afkomst van kinderen van Nederlandse nationaal-socialisten heeft lange tijd een maatschappelijk taboe gerust. Bovendien dragen zij door die afkomst een stigma. Dit taboe en stigma hebben bij de betrokken kinderen geleid tot ontworteling. Maar het is mogelijk nieuwe geborgenheid te vinden in een lang proces van zelfaanvaarding en dialoog met anderen. Religieus-existentiele ervaringen spelen bij de verwerking een rol van betekenis.

COKKY VAN LIMPT

Dat is de kern van de studie waarop Martijn Lindt afgelopen vrijdag in Amsterdam is gepromoveerd. De publikaties die tot nu toe over dit onderwerp zijn verschenen, gaan vrijwel allemaal over de problematiek op zich: kinderen van ouders die in de oorlog voor de bezetter hebben gekozen, lijden aan irrationeel schuldgevoel, hebben gebrek aan vertrouwen in het leven, zijn veelal gesoleerd van andere mensen en hebben een ambivalente houding ten opzichte van hun ouders. Aan theorievorming is tot nu toe niets gedaan en zeker niet waar het de verwerking van deze problemen betreft.

Daarom, en vanwege zijn eigen levensgeschiedenis legt Lindt (1947) in zijn onderzoek het accent op de verwerking van de levensproblemen waarmee kinderen van Nederlandse nationaal-socialisten bij het opgroeien te maken hebben gekregen. Zelf een kind uit de gestigmatiseerde groep, kent hij uit eigen ervaring de pijn, het verdriet, de woede, de angst en de schuld- en schaamtegevoelens die 'foute wortels' kunnen veroorzaken.

Frere Roger Het viel hem in de orientatiefase van zijn promotiestudie op dat niet alleen bij hemzelf, maar ook bij veel van zijn lotgenoten diep ingrijpende, existentiele ervaringen een heel belangrijke rol hebben gespeeld bij de verwerking van hun afkomst. In zijn (bij Kok uitgegeven) proefschrift richt hij daarom in het bijzonder de aandacht op de bijdrage van die ervaringen die de centrale vragen naar het bestaan raken, naar goed en kwaad, schuld, verantwoordelijkheid en verzoening.

In zijn eigen levensverhaal is het de ontmoeting geweest met Frere Roger, de prior van de geloofsgemeenschap Taize, die bij hem een basis heeft gelegd voor zelfaanvaarding en vertrouwen. “Hij representeerde voor mij acceptatie. Ik mocht zijn wie ik ben.” De ontmoeting met Frere Roger - “die man is een en al liefde” - heeft Lindt zoveel moed gegeven dat hij een paar jaar later met lotgenoten in de zelfhulpgroep Herkenning durfde te praten over zijn achtergronden.

“Iedereen die ik voor mijn onderzoek heb gesproken, is vroeg of laat in aanraking gekomen met die eerste ervaring dat er toch een mens was, die hun verhaal wilde aanhoren, voor hen openstond, hen accepteerde.” Voor Anna bijvoorbeeld, een van de deelnemers aan Lindts onderzoek, was die ene bijzondere mens een dominee. Hij werd voor haar een tweede vader. Uit Lindts beschrijving van haar levensverhaal: “Hij ontving haar met de woorden: 'Dus jij bent Anna, ik heb al zoveel over je gehoord. Wat fijn, dat ik je nu eens ontmoet.' Hoe was het mogelijk dat iemand het fijn vond om haar te kennen. Toen leerde ze wat liefde is. Ze leerde accepteren, ze leerde dat God haar accepteerde en dat ze mocht zijn zoals ze was. Ze leerde inzien dat fouten en tekortschieten inherent zijn aan het menszijn. Het probleem dat het vaderschap voor haar negatief beladen was, werd opgeheven. Ze leerde de krampachtigheid van haar jeugd af. Het was een ommekeer van zelfvernietigend je wegcijferen, naar zelfaanvaarding, er mogen zijn, zoals je bent. Geloven is voor Anna de sprong wagen uit het vastzitten in een bedreigende wereld naar Gods liefde.” Levensverhalen Sinds de oprichting van de Werkgroep herkenning in 1981 hebben zich van de naar schatting 300 000 kinderen van 'foute ouders' 3 000 bij de groep gemeld. In het vooronderzoek voor zijn studie heeft Lindt met veertig van hen gesproken. Zes mensen selecteerde hij voor het eigenlijke onderzoek. “Ik heb gekozen voor een uitgebreide reportage in de vorm van diepte-interviews.” Die interviews hebben zes levensverhalen opgeleverd, met als gemeenschappelijke kern het belang van diepgaande ervaringen voor de verwerking. In de meeste gevallen hebben de deelnemers aan Lindts onderzoek die ervaringen gekregen in ontmoetingen met mensen die een duidelijke levensbeschouwing droegen.

Leveren existentiele ervaringen een belangrijke bijdrage aan het verwerkingsproces, in de kern is de problematiek zelf existentieel van aard, realiseert Lindt zich. “Ik heb eigenlijk geen recht om te bestaan. Dat is de diep ingrijpende ervaring waar het bij alle kinderen met een getekend verleden om gaat”, weet hij. De existentiele vragen 'mag ik er wel zijn', 'zie je me staan', 'hou je van mij zoals ik ben' zijn waarschijnlijk de kernvragen van elke mens in zijn bestaan. “Maar bij mensen met deze achtergrond ligt de zenuw bloot, dat is het verschil”, vindt Lindt.

Het gevoel eigenlijk geen recht op bestaan te hebben, uit zich onder andere in de angst fouten te maken. “Je stelt enorm hoge eisen aan jezelf omdat je niet in gebreke willen worden gesteld, maar je hebt toch het gevoel dat alles wat er misgaat, aan jou ligt. Wat je ook doet, het is toch nooit goed. Je zit altijd fout - een gevolg van het loyaliteitsconflict waarin je door je ouders bent terechtgekomen. En dan zie je hoe er toch een ommekeer mag komen in die levensverhalen. Dat het besef doordringt dat ook jj best fouten mag maken en dat je net schuldig bent aan de daden van je ouders.” Beseffen dat je hetzelfde recht op bestaan hebt als iedere ander is nog niet eens zo moeilijk, zegt Lindt. “Dat is in wezen een rationele overweging. Maar om het ook zo te kunnen ervaren, daarvoor is een innerlijke herorganisatie nodig. Daar moet ruimte voor komen en dat blijft een lang en moeizaam proces.”

Zelf heeft Martijn Lindt uiteindelijk geleerd de lang gevreesde ervaring toch niet geaccepteerd te worden, te trotseren. Hij is zover dat hij, als iemand hem niet aanvaardt of vertrouwt, kan zeggen en voelen dat dat dan aan die ander ligt en niet aan hem. “Ik ben niet de schaamte voorbij, maar ik heb geleerd mijn schaamtegevoelens te accepteren en niet langer te verdringen.” Zacheus Behalve met zelfacceptatie worstelen kinderen van nationaal-socialisten uiteraard ook met de acceptatie van de collaborerende ouder(s). Zowel voor Anna als voor Marion, blijkt in Lindts onderzoek het Bijbelverhaal over de tollenaar Zacheus een beslissende rol te spelen voor de verhouding tot de vader. De tollenaar is te vergelijken met de NSB' er. De tollenaar wordt door de mensen veracht en gehaat, maar Jezus richt zich tot hem zonder beschuldiging. De tollenaar komt daardoor tot inkeer.

Tot Anna's vader, schrijft Lindt, wendde niemand zich met barmhartigheid.

“Anna leerde haar stilzwijgende beschuldiging gericht tegen haar vader te staken om in hem een mens te zien die meer was dan zijn verkeerde keuzen, om hem te aanvaarden zoals hij was. De haat was voorbij. Zij heeft dit niet meer tegen haar vader uitgesproken, maar toen hij gestorven was, heeft ze de ervaring gehad dat het verhaal van Zacheus alsnog aan hem voltrokken was.” Marion, dochter van een predikant en zelf ook predikante, zegt er het volgende van: “Wie dat verhaal ernstig neemt, kan niet meer roepen over genoegdoening en hij gaat er ook niet meer toe over de kinderen van Zacheus schuldig te verklaren.” Martijn Lindt denkt dat er nog heel wat kan en moet gebeuren om de problemen waarmee kinderen van nationaal-socialisten kampen, te helpen oplossen. De hulpverlening moet worden versterkt, maar bovenal moeten naar zijn mening het maatschappelijke taboe en het stigma verder worden afgebroken. “Mensen moeten leren elkaar aan te kijken op hun eigen daden en niet op de daden van hun ouders.” Om dat ideaal te helpen verwezenlijken lijkt het Lindt een goede zaak om artikel 1 van de grondwet - het anti-discriminatie-artikel - met nog een categorie uit te breiden: “Mensen mogen ook niet worden gediscrimineerd vanwege ras, huidskleur, seksuele geaardheid, politieke voorkeur etcetera, maar ook niet vanwege het politieke verleden van hun ouders.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden