'Foute' paus bleek geen moordenaar

Terwijl ons land tobt met de 'foute' vader van de mogelijke eega van het toekomstig staatshoofd schudt men elders in onbegrip het hoofd. Wie laat nu brood en spelen staan om schoon-, stief- of overgrootpapa? De 500-jarige universiteit van het Spaanse Valencia in elk geval niet. Zij lijdt er absoluut niet onder dat ze is gesticht door een man die volstrekt niet wilde deugen, al werd hij uiteindelijk opperherder van de rooms-katholieke kerk.

Geen enkele dissonant was te horen. Niet één protest, zelfs niet uit de naburige Hollandse en Duitse kolonies aan de kust van de provincie Valencia. Zonder extra kaarsjes in de kathedraal was het ethisch allemaal verantwoord om de grootste schurk die het Vaticaan ooit herbergde te eren als een goed vader, als een voorbeeldige schoonpapa en als een opmerkelijke Heilige Vader, die letteren, kunst en wijsbegeerte een warm hart toedroeg.

Omdat het Vaticaan 500 jaar geleden in een pauselijke bul het licht op groen zette voor de stichting van de universiteit herdacht Valencia dezer dagen haar zoon Rodrigo Borja, of Borgia zoals wij op zijn Italiaans zeggen, die als paus Alexander VI een plaats verwierf in de illustere rij 'van Europese en universele mythes', zoals burgemeester Rita Barberá, burgemeester van Valencia het verwoordde. En daar kon ook Rodrigo Borja Cevalles, ex-president van Ecuador en nazaat van de in 1431 in het naburige Xátiva geboren paus, zich volledig in vinden.

Hoe anders werd daar vijf eeuwen geleden over gedacht. Boeteprediker Girolama Savonarola -de gonfaloniere (stadsbestuurder) van Florence tussen 1494 en 1498- waarschuwde in een van zijn donderpreken voor het dreigende gevaar van deze paus: ,,Vanuit de stad Rome zal zich zo'n walgelijke stank en zo'n smerige drek verspreiden dat heel het christendom erdoor besmet zal worden.'' De dominicaan werd in 1497 door de paus geëxcommuniceerd en een jaar later gearresteerd, nadat zijn beschermheer Karel VII van Frankrijk zich van hem had afgekeerd. Kort daarop volgde zijn veroordeling wegens ketterij en werd Savonarola opgehangen en verbrand.

Stank en drek? ,,Allemaal leugens die voortkomen uit de legendes die door Alexander's tegenstanders in Rome en later -in de tijd van de Reformatie- door de protestanten werden verspreid,'' vindt de Valenciaanse schrijver, antropoloog en hoogleraar in klassieke cultuur Joan F. Mira. In zijn rijk geïllustreerd boek Los Borja - Familia y Mito zet hij de geschiedenis van de familie Borgia opnieuw op een rij en komt tot de conclusie dat Alexander VI een betere plaats in de historie verdient dan hem is toegedicht. Al blijft er veel op hem aan te merken.

Toen Borgia zijn entree in Rome maakte, was hij al een van de rijkste kardinalen die het Vaticaan ooit binnen de muren had gehad. Met die rijkdom kon Borgia zijn tegenstanders -familieleden en vazallen van de Romeinse familie Della Rovere- gemakkelijk omkopen. Nadat ieder zo zijn deel had gekregen, werd Rodrigo Borgia in de nacht van 10 op 11 augustus 1492 tot paus Alexander VI gekozen. Alle 23 kardinalen stemden voor. Borgia was toen 61 jaar.

Kwam er met zijn komst een ander bewind in het Vaticaan? Integendeel. Het nepotisme (nipote in het Italiaans betekent kleinzoon of neefje) was onder zijn voorganger Sixtus IV al in een fase van hoogconjunctuur beland en werd nog volmaakter. Alexander VI was zelfs de personificatie van deze familiepolitiek, want hij was een volle neef van de eerste Borgia-paus, Calixtus III. Met voortvarendheid benoemde hij zonen en neven op sleutelposten. Maar ook kwamen met honderden tegelijk zijn vertrouwelingen (juristen, koks, ambassadeurs, militairen etc.) over uit Valencia.

De catalani werden ze genoemd, omdat het Valenciaans -in die jaren zelfs de voertaal in het Vaticaan- voor de Italianen veel op Catalaans leek.

Macht. Want daar ging het in die woelige renaissancejaren in Italië om. Het enige waarin het Vaticaan van Milaan, Florence, Napels en Venetie verschilde, was het karakter van het institutionele leiderschap. Een paus kwam niet aan de macht als een prins die een rijk erfde. Een paus was eerst kardinaal, die dankzij machtsstrategie, zwendel en intriges tot het hoogste ambt werd geroepen. Politiek door middel van huwelijken werd in het Vaticaan met evenveel passie bedreven als elders. Het doel heiligde alle middelen, precies zoals Machiavelli dat later in zijn politieke manifest zou verwoorden.

Maar Alexander VI had beslist ook andere eigenschappen en daarop viel tijdens de herdenking in Valencia alle nadruk. In 'De glorie van de renaissance' beschrijft prof. dr. J.H. Plumb hem als een ,,zeer taai diplomaat en een voortreffelijk bestuurder, die politiek de rechte lijn volgde die naar men meende de kerk behoefde: wereldlijke macht, uitgedrukt in heerschappij over Italië.''

Alexander VI profileerde zich zo als een typische renaissancepaus: werelds, zakelijk, hard en machtsbelust. Borgia voegde daar nog een element aan toe: zijn libido - wat wel erg haaks stond op de principes van het celibaat. Spottend schrijft Mira over 'de vrouwelijke hofhouding' van de paus. Daartoe behoorde de beeldschone Giulia Farnese, de schoondochter van een nicht van hem.

Zij kwam er openlijk voor uit dat ze intiem was met Alexander VI. Op zijn beurt dichtte hij Giulia Bella liefkozende namen toe als sponsa Christi en concubina papae. Giulia's broer voer er wel bij. Niet alleen werd hij benoemd tot kardinaal (de latere paus Paulus III die het Concilie van Trente bijeen riep), maar hij kreeg ook zoveel geld uit de kas van het Vaticaan dat hij het fraaiste renaissancepaleis van Rome kon laten bouwen, het Palazzo Farnese, nu de Franse ambassade.

Minstens acht kinderen staan er op Alexanders conto. Maar, vergoelijkt Mira, ,,bijna alle renaissancepausen arriveerden in het Vaticaan met een of meerdere kinderen.'' Hij voegt daar ter geruststelling nog aan toe dat Borgia ,,als goed huisvader zeer bezorgd was over de toekomst van zijn kroost.'' Om Lucrezia bijvoorbeeld, zijn lievelingsdochter. ,,Het was goed zichtbaar en de paus verborg het niet, dat de betrekkingen tussen Lucrezia en haar vader buitengewoon teder en genegen waren,'' schrijft Mira.

Alexander VI manifesteerde zich als een autoritaire schoonpapa door tweemaal de echtscheiding van zijn dochter door te zetten. Een van de beide echtgenoten, Giovanni Sforza, verspreidde -om zich te wreken- in Rome het verhaal dat zijn ex-schoonvader zelfs met zijn dochter naar bed ging. Onzin meent Mira.

Ook de beschuldiging van broedermoord verwijst hij resoluut naar het rijk der fabelen. Dan gaat het om Cesare, die zo vaardig was in opportunistische politiek, fraude, bedrog en moord dat Machiavelli in hem het ultieme voorbeeld vond voor zijn manifest Il Principe (De Vorst). Cesare zou zijn broer Giovanni hebben gedood omdat deze een obstakel vormde in zijn machtspolitiek.

Volgens Mira ging het om een wraakactie van de familie Orisini, net als de familie Della Rovere aartsvijanden van de paus. ,,De paus was pijnlijk getroffen, sloot zich op, schreeuwde als een gewond dier, maar zei nooit één woord waaruit viel af te leiden wie hij van de moord verdacht. Evenmin gaf hij opdracht iemand te laten vervolgen.''

De legendevorming heeft de paus tot aan zijn dood vervolgd. De meeste geschiedschrijvers nemen aan dat hij in 1503 stierf, nadat zijn tegenstanders gif aan zijn eten hadden toegevoegd. Mira wijt het overlijden van de paus en de ziekte van zoon Cesare aan de malaria, maar bewijzen heeft hij niet.

Wat we wel weten is dat er na Alexanders dood paniek uitbrak in Rome. De Valenciaanse hofhouding koos het hazenpad. Alexander VI werd in alle haast bijna clandestien begraven. Volgens ooggetuigen stonk het lijk zo enorm dat het duidelijk was dat de overledene was voorbestemd om te eindigen in de stank en drek van de hel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden