fotografie

ROTTERDAM - In de jaren zestig hielden verschillende architecten zich bezig met het ontwerpen van complexen die als zelfstandige dorpen konden functioneren. Wonen, werken, winkelen en recreëren in één gebouw was het ideaal. De hedendaagse vliegvelden beginnen die utopie steeds meer te benaderen. Het zijn haast volwaardige dorpen, waarin zich duizenden mensen tegelijk bewegen. Alleen de woonfunctie ontbreekt nog.

Vliegvelden zijn door de decennia heen een dankbaar fotografisch object gebleken. Juist door hun dorpse veelzijdigheid bieden ze talloze invalshoeken, zowel esthetisch als sociologisch. In het Nederlands Foto Instituut (NFI) in Rotterdam wordt de vliegveld-fotografie in al haar veelzijdigheid belicht. De kern van de tentoonstelling is overgenomen uit Engeland, daaromheen heeft het instituut voorbeelden van Nederlandse fotografen gezocht.

Tegelijkertijd toont het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) een kleine presentatie in zijn foyer, waarin de planologische positie van vliegvelden bij negentien steden met elkaar worden vergeleken.

In het NFI is een vrij duidelijke scheiding te zien in de aanpak van de fotografen. Nederlanders als Jan Versnel, Frits Rotgans en Henze Boekhout leggen in ragfijne foto's het esthetische object Schiphol vast. Vooral bij Rotgans, die in de jaren zestig en zeventig fotografeerde, overheerst een romantische blik op het vooruitgangs-vervoermiddel bij uitstek. De vliegtuigen staan als prachtig glanzende industriële producten aan de gates, het silhouet van de luchthaven heeft de allure van een nostalgische laatnegentiende-eeuwse fabriek.

Hiertegenover staan de fotografen die als hedendaagse antropologen tot de ziel van het vliegveld willen doordringen en met hun camera's het menselijke gedrag binnen de logistieke kolossen proberen te doorgronden. Jannes Linders beziet van bovenaf het carnaval van vakantiereizigers voor de incheckbalies, terwijl de Amerikaan Garry Winogrand in de jaren zestig en zeventig als een straatfotograaf mensen in de vertrekhallen en corridors observeerde.

Voor Stephan Gill zijn vliegvelden onheilspellende, anonieme oorden, gezien zijn foto's van desolate verbindingsgangen, die zo typerend zijn voor veel moderne labyrintische luchthavens. “Wat een ontvangst voor de reiziger!” lijkt zijn boodschap te zijn.

En zo geven meer fotografen onderhuids commentaar. Ad van Denderen legt de handel en wandel van de immigratiedienst vast, Peter Tolkin beziet in collage-achtige fotoseries de productie van vliegtuigmaaltijden door het Mariott-concern. En Martha Rosler tracht met een conceptuele installatie door te dringen tot de essentie van de logistiek in een luchthaven.

Dat vliegvelden steeds meer als zelfstandige dorpen functioneren en niet als verlengstuk van de stad, blijkt heel duidelijk in het NAi. Vliegvelden die ooit in bijvoorbeeld München, Oslo, Athene, Montreal, Hongkong, Seoul en Osaka aan de rand van de stad zijn gebouwd, worden daar nu vrijwel allemaal door die stad opgeslokt met alle problemen van dien. Ze verhuizen daarom massaal naar locaties op vaak tientallen kilometers van het centrum. Alleen in Amerikaanse steden als New York, Chicago en Los Angeles malen ze er niet om dat de vliegtuigen vlak over huizenzeeën scherend midden in stadsgebieden landen.

In Londen en Parijs raken de vliegvelden de rand van de stad, maar hier ontstaan tweede of derde luchthavens om de druk op te vangen. Een vliegveld als Orly boven Parijs ontwikkelt zich zelfs tot een enorm verkeersknooppunt, waar het vliegtuig en de snelle trein TGV elkaar ontmoeten om de reizigers zo efficiënt mogelijk over een gebied van honderden vierkante kilometers te kunnen verspreiden.

Juist die laatste ontwikkeling komt in de abstracte landkaarten in het NAi niet goed uit de verf. Doordat vliegvelden steeds nadrukkelijker van de infrastructuur van een gebied deel gaan uitmaken, zou het interessant zijn geweest ook dat lijnenspel in de kaartjes op te nemen. Het maakt de complexe problematiek van de vraag 'Waar landen we?' dan nog inzichtelijker.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden