Review

Foto's mislukken vaak bij Osewoudt

Willem Frederik Hermans kende de geschiedenis van de bezetting (1940-1945). Maar de 'held' van 'De donkere kamer' snapt niks van wat er om hem heen wel en niet gebeurt.

Henri Osewoudt is maar één jaar ouder dan Willem Frederik Hermans, namelijk twintig jaar, als de oorlog uitbreekt. Hij speelt de held in 'De donkere kamer van Damocles', met de nadruk op speelt. Herhaaldelijk wordt hij geportretteerd als een kleine, onaantrekkelijke, jongeman met wittig haar en geen baardgroei.

Zijn moeder heeft zijn vader om het leven gebracht zonder dat we daar ooit het fijne van horen. Osewoudt - hij wordt steeds bij de achternaam genoemd - gaat bij zijn oom wonen en vrijt met zijn iets oudere nicht, die daarop verklaart met hem te gaan trouwen. Met haar tante, Osewoudts moeder, gaan ze de tabakszaak van de vader voortzetten.

Een stompzinnig leven staat Osewoudt te wachten. Maar gelukkig vallen de Duitsers Nederland binnen en opwindende tijden breken aan. Een Nederlandse soldaat die zich Dorbeck noemt, en een negatieve dubbelganger van hem is, met zwart haar, stoer, stapt de winkel binnen. Jammer dat geen mens er getuige van is. Hij laat Osewoudt foto's ontwikkelen, wat de sukkel niet lukt.

De helft van het boek wordt ingenomen door een wervelende rij van gewelddadige gebeurtenissen in het laatste oorlogsjaar. Mensen worden vermoord, zonder dat wij weten hoe of wat. Osewoudt snapt het ook niet, maar hij volgt de telefonische aanwijzingen van Dorbeck. De Duitsers arresteren en mishandelen hem. Hij wordt uit een ziekenhuis bevrijd en gaat naar een onderduikadres waar zijn vriendin is. De Duitsers vallen daar dezelfde avond binnen. Hij ontsnapt op wonderbaarlijke wijze, maar wordt later toch weer gepakt. Osewoudt houdt zijn mond maar de Duitsers blijken alles te weten.

De lezer snapt niets van het verhaal, en Osewoudt ook niet. Waren de mensen die hem uit het ziekenhuis haalden collaborateurs die hem alleen voor de schijn ontvoerden om achter het onderduikadres te komen? Waren er verraders onder de andere verzetslui of verdachten ze juist hem daarvan?

Opvallend is dat de Duitsers de enigen in het verhaal zijn die met intelligentie over Osewoudts vreemde avonturen praten. Een van die ondervragers, die het eind van de oorlog ziet naderen, laat Osewoudt ontsnappen. Eindelijk ziet Osewoudt zijn dubbelganger weer, heel kort, maar hij weet nog een foto van hun tweeën voor een spiegel te maken.

Na de oorlog wordt Osewoudt weer gearresteerd, nu verdacht van verraad. Inderdaad is het de lezer opgevallen hoe iedereen met wie hij in het verzet samenwerkte, gepakt werd. Men gelooft niet in het bestaan van Dorbeck. De camera waarmee hij Dorbeck en zichzelf fotografeerde wordt gevonden, maar ook deze foto blijkt mislukt. Hij loopt weg en wordt door bewakers doodgeschoten.

Dit is natuurlijk niet een historisch oorlogsboek zoals de vorige drie boeken in deze mei-serie dat waren. De oorlog is hier het decor voor de fantastische geschiedenis van een ambitieuze maar totaal mislukte held, een vaak weerkerend motief bij Hermans. Hij laat denk ik even merken dat hij Vestdijks 'Pastorale 1943' heeft gelezen, als hij zijn hoofdpersoon in Amsterdam in dezelfde krul op het Singel laat urineren als Vestdijks onderduiker deed.

Uit 'Herinneringen van een engelbewaarder' en andere boeken blijkt dat Hermans veel documenten over de bezettingstijd heeft bestudeerd. Maar die kennis wordt hier nauwelijks gebruikt. Juist door ons die tijd te vertonen door de ogen van een verzetsstrijder die geen flauw idee heeft in wat voor organisatie hij zit, is dit raadselachtige verhaal een, toegegeven eenzijdig, maar hallucinerend, beeld van een verwarde tijd. Het verklaart ook waarom Hermans zich jaren later zo in de Weinreb-affaire vastbeet, waarover zijn gelijk inmiddels wel duidelijk is.

Over Osewoudt valt daarentegen nog steeds te discussiëren: Was hij net zo gek als zijn moeder en verbeeldde hij zich die stoere kloon van zijn miezerig persoontje alleen maar? Werd hij misbruikt door het verzet? Of door de Duitsers? Houdt de schrijver de lezer voor de gek? Dat zijn het soort vragen die elke lezer van Don Quichot, van de Bijbel, van Grunberg, van de sprookjes van Andersen, zich stelt. Die lezer heeft de macht van Literatuur ontdekt.

De Nederlandse roman-literatuur van de laatste eeuwhelft werd beheerst door de Tweede Wereldoorlog. Gerard van het Reve schrijft pijnlijk precies op hoe hij als jongen zag dat de familie Boslowits wordt vermoord. Simon Vestdijk put ook uit eigen ervaring, maar maakt er een gewone verzetsroman van. Harry Mulisch laat met behulp van zijn fantasie zien dat waarheid en schuld ons nog lang na de oorlog bleven bezighouden.

Bij Willem Frederik Hermans is de waarheid onkenbaar en wordt maar één keer, door een meisje dat met Osewoudt een bloedige actie heeft afgewerkt, de vraag gesteld: Ik vraag mij af of de Duitsers gijzelaars zullen doodschieten, om wraak te nemen. Antwoord op die vraag krijgen we niet.

Niet de auteur maar zijn hoofdpersoon is degene die fantaseert.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden