Fossielen zoeken in de mergelgroeve 't Rooth

Tientallen volwassenen en kinderen hakten met beitels en geologenhamers in grote brokken kalksteen. Ze zochten fossielen in de mergelgroeve 't Rooth. De ernst waarmee ze dat deden was verbluffend, hun opgetogenheid als ze iets gevonden hadden hartverwarmend.

Het was eind september. De zon blikkerde op de witte kalksteenbrokken. Een meisje liet me opgewonden een stuk tufkrijt zien vol penhoornachtige slakkenhuisjes. Een ander kind had een bruine wervel te pakken, die volgens een aanwezig lid van de Nederlandse Geologische Vereniging van een Maashagedis moest zijn. In een bestelauto lagen twee grote fossiele zee-egels, pas gevonden in de groeve. Een huismoeder zat op een kampeerstoeltje een boek te lezen, haar voeten rustend op een bonk kalksteen. Vader, geologenhamer in de hand, liet een wakend oog gaan over zijn kroost.

In het bezoekerscentrum in een kantoortje van mergelexploitant Ankerpoort bij de ingang van de groeve, waar je je moet melden voor een bezoek in verband met de veiligheid, is een aardige collectie fossielen bijeengebracht.

Mergel is eigenlijk een verkeerde naam voor de Zuid-Limburgse kalksteen. Mergel bestaat voor 30 tot 50 procent uit kalk en verder uit klei en zand, terwijl de Limburgse mergel vaak voor meer dan 95 procent uit kalk bestaat en dus kalksteen zou moeten heten.

Limburgse geschiedenis

De steilwanden, die na exploitatie overblijven, tonen 66 miljoen jaar Zuid-Limburgse geschiedenis. Door kleur en structuur zijn de verschillende aardlagen gemakkelijk te onderscheiden. De onderste laag is uiteraard het oudst. Die bestaat uit kalksteen en ontstond 66 tot 65 miljoen jaar geleden in een warme ondiepe zee. Het Late Krijt was een subtropische periode met andere planten en dieren dan tegenwoordig in onze streken bestaan.

Het is een merkwaardige gedachte dat Zuid-Limburg miljoenen jaren geleden zee was. In die zee bezonken overblijfselen van kalkwieren (coccolieten) en eencellige diertjes met kalkskeletjes (foraminiferen). Zij vormden een tientallen meters dikke laag kalkslib, de kalksteen die nu wordt gewonnen. Die kalksteen is bijzonder rijk aan fossielen van schelpdieren, kreeften, zee-egels, koralen, sponsachtigen en inktvissen. Alles wat doodging zonk naar de zeebodem en werd ingebed in het slib. Harde delen bleven bewaard en getuigen nog van de zeedierenwereld in het Late Krijt.

De middelste laag (boven op de kalksteenlaag) bestaat uit enkele tientallen meters zand, 38 tot 34 miljoen jaar geleden afgezet in het Oligoceen. Oorspronkelijk was de zandlaag vele honderden meters dikker, maar het zandpakket uit het latere Mioceen en Plioceen is door rivieren en regen in de loop van de tijd weggespoeld.

Ook in het Oligoceen was Limburg een warme en ondiepe zee, maar van een volkomen ander karakter dan de Krijtzee: getijdelagunes en dagelijks tweemaal onderlopende mangrovebossen, waarin veel zand en slib bezonk, werden afgewisseld door moerassen en palmenstranden.

Opperlaag uit ijstijden

De bovenste laag bestaat uit Maasgrind, vermengd met zand en klei. Afgezet door de Oer-Maas, zo'n 800000 tot 600000 jaar geleden, dus in de ijstijden, toen Limburg door de druk van het landijs op de noordelijker gebieden boven de zeespiegel oprees. De rivier bracht grote hoeveelheden grind uit de Ardennen aan. Sindsdien is Zuid-Limburg steeds hoger komen te liggen en heeft de Maas zich ten westen van het Plateau van Margraten ingesleten en het terrassenlandschap van het tegenwoordige Maasdal gevormd. Boven op de Maasafzetting ligt vaak nog een laag löss, door noordwestenwinden als fijn leemstof afgezet in de laatste ijstijd.

Er komen heel wat zee-egels voor in het Limburgse krijt. Een van de grootste en mooiste is Hemipneustes. Deze zee-egel heeft wel iets weg van de tegenwoordige zeeklit, waarvan de tere skeletjes soms op het strand liggen. Hemipneustes, om zijn bolle bovenkant door de groevearbeiders 'schildpad' genoemd, is zo talrijk in het Maastrichtse krijt dat in 't Rooth wordt gewonnen, dat er hele lagen van brokstukjes in voorkomen.

In de steile mergelwanden op de winlocaties zijn grote verticale trechters te zien, waaruit de kalksteen verdwenen is. Dat zijn 'geologische orgelpijpen', plekken waar relatief zuur regenwater door de tijd heen de kalk heeft opgelost. Vervolgens vulden de orgelpijpen zich met materiaal uit de bovenliggende lagen.

Kiezelzuurverbindingen

Uit de kalk komen ook grote vuursteenknollen. Vuursteen is in de mergel ontstaan door scheiding van de zure siliciumverbindingen van de basische kalksteen. Waarschijnlijk zijn die kiezelzuurverbindingen afkomstig uit enorme hoeveelheden sponsnaaldjes, die tegelijk met de kalkskeletjes op de zeebodem werden afgezet.

Opmerkelijk zijn ook de grote rotsblokken langs de weg van het kantoor naar de winlocatie. Die zijn afkomstig uit het grind boven op de oligocene lagen. Deze stenen zijn ooit door de Oer-Maas met ijsschotsen uit de Franse en Belgische Ardennen aangevoerd. Denk aan de vorming van grondijs, zoals ik dat een maand geleden beschreef in het artikel over de Bussumse Zanderij.

Het einde van de Krijttijd was tevens het einde van de dinosauriërs, die miljoenen jaren op aarde hadden rondgezworven. De Maashagedis (Mosasaurus) was geen dinosauriër, maar een aan het leven in zee aangepaste varaanachtige hagedis met een slangachtig lichaam van twaalf tot vijftien meter lengte. Een ware Leviathan, waarvan nog steeds resten worden gevonden en een paar jaar geleden een vrijwel gave schedel en andere delen van het skelet uit de Sint-Pietersberg door het Natuurhistorisch Museum Maastricht zijn geborgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden