Fossiel bedrijf doet in fossiele brandstoffen, én is ouderwets

Deze week schreef Trouw over 'fossiele bedrijven'. Dat is een uitdrukking die sinds 2012 nu en dan in de media opduikt. De uitdrukking is dubbelzinnig doordat bij de interpretatie twee stijlmiddelen een rol kunnen spelen. 'Fossiele bedrijven' verwijst namelijk metonymisch naar bedrijven die fossiele brandstoffen (kolen, gas, olie) exploiteren, maar als je fossiel metaforisch opvat in de betekenis 'ouderwets', dan zijn fossiele bedrijven óók ouderwetse bedrijven.

Het woordenboek vermeldt die figuurlijke betekenis weliswaar nog niet, maar andere uitdrukkingen, zoals 'fossiele opvattingen, ideeën hebben' tonen aan dat die betekenis wel degelijk courant is. Bij het zelfstandig naamwoord fossiel, dat eigenlijk '(versteend) overblijfsel van plant of dier in oude aardlagen' betekent, vermeldt het woordenboek de figuurlijke betekenissen 'iets uit het verleden' en 'ouderwetse persoon' trouwens wel.

Het Nederlands heeft fossiel in de eerste helft van de 19de eeuw overgenomen uit het Frans, waarin fossile ontleend is aan het Latijnse woord fossilis (opgegraven), dat op zijn beurt teruggaat op het werkwoord fodere (opgraven).

Onze voorouders gebruikten fossiel aanvankelijk in het meervoud fossiliën, waarmee dan delfstoffen of mineralen werden bedoeld. Dat was in lijn met de betekenis waarin de bedenker van het woord, de Duitse geoloog Georgius Agricola (Georg Bauer, 1494-1555) het voor het eerst gebruikte in zijn studie De Natura Fossilium. Pas in de 18de eeuw kreeg fossiel de nu gangbare betekenis 'versteend overblijfsel van plant of dier'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden