Fosfaatcrisis? Hoezo fosfaatcrisis?

Dat olie en gas opraken, weet iedereen. Minder bekend is dat ook de voorraad fosfaat slinkt. Dat kan nog wel eens ernstiger zijn. Zonder fosfaat keldert de opbrengst van de landbouw. En een alternatief is er niet.

  • Het mestoverschot is terug van weggeweest
  • Het zijn onheilstijden:energiecrisis, voedselcrisis, kredietcrisis, klimaatverandering. Volgens de landbouwkundige Bert Smit zien we een belangrijke dreiging over het hoofd: de fosfaatcrisis. „Als we niet uitkijken, zet het tekort aan fosfaat alle prognoses op losse schroeven. Dan kunnen we de mensheid niet meer voeden”, aldus Smit, die onderzoek doet bij Plant Research International van de Universiteit Wageningen.

    Bij de gemiddelde Nederlander zullen nog niet meteen de alarmbellen afgaan. De meeste mensen denken bij fosfaten aan wasmiddelen, maar de belangrijkste toepassing zit in de landbouw: 80 procent van alle fosfaten wordt verwerkt in kunstmest.

    Maar ook bij die mededeling halen velen de schouders op. Als in Nederland een fosfaatprobleem de krantenkolommen al heeft gehaald, ging het altijd over een teveel. Nederland heeft een mest-, en dus een fosfaatoverschot.

    Wereldwijd ligt dat anders. Fosfaat wordt gewonnen uit mijnen, en dan met name uit mijnen in de Verenigde Staten, Rusland, China en Marokko. Rusland en China bestemmen een groot deel van hun fosfaat voor eigen gebruik, zodat velen in deze wereld zijn aangewezen op fosfaat uit de Verenigde Staten en Marokko. Uit de Westelijke Sahara om precies te zijn, het land dat in 1976 door Marokko werd geannexeerd.

    Jaarlijks wordt ongeveer 140 miljoen ton rotsfosfaat uit de bodem gehaald. De wereldvoorraad wordt geschat op 40 miljard ton. Dat lijkt genoeg voor de komende eeuwen, maar de vraag stijgt enorm. Afgelopen jaar verdubbelde de prijs van fosfaat, terwijl die in de jaren daarvoor ook al een paar keer over de kop was gegaan. „Deskundigen verwachten dat we over vijftig jaar tegen de grenzen aanlopen”, zegt Smit.

    En voor fosfaat geldt: op is op. Smit: „In de energiecrisis hebben we altijd nog de zon. Het vergt wellicht wat aanpassingen en technologische verbeteringen, maar de zon levert voldoende energie om onze manier van leven voort te kunnen zetten. Maar fosfaat heeft geen alternatief. En zonder extra fosfaat zijn de landbouwopbrengsten beduidend lager.”

    De biobrandstoffen hebben de kwestie op scherp gezet. Die lagen al onder vuur omdat ze concurreerden met voedsel; maïs werd duurder omdat er ook ethanol voor auto’s van werd gemaakt. Maar dat probleem leken de voorstanders te omzeilen door op andere grondstoffen over te stappen en die op schrale landbouwgronden te verbouwen. „En hoe moeten ze daar groeien?”, vraagt Smit zich af. „Die gewassen hebben ook fosfaat nodig. Hetzelfde geldt voor de veelgeprezen algen. Als de Amerikanen de helft van hun transport willen realiseren met diesel uit algen, hebben ze minimaal 20 procent van de wereldfosfaatproductie nodig.”

    Planten, en ook algen, groeien niet alleen op water en zonlicht, ze hebben ook voedingsstoffen nodig. Daarvan zijn stikstof, fosfaat en kalium de belangrijkste. Die zijn over het algemeen in de bodem aanwezig, maar in geringe mate. Om de huidige opbrengsten van de landbouw te bereiken worden ze extra toegevoegd, in de vorm van (kunst)mest.

    Stikstof is vrij verkrijgbaar. De lucht zit er vol mee en er zijn planten zoals lupine die het daaruit kunnen opnemen. De kaliumvoorraden zijn ook nog geen probleem, maar fosfaat – of eigenlijk het element fosfor daarin – is de beperkende factor.

    In de natuur niet. Er zit weliswaar van nature weinig fosfor in de bodem, maar voldoende voor een natuurlijke groei. En als het aan de natuur lag, bleef het in deze hoeveelheid in de buurt. Planten nemen het op uit de bodem, maar geven het weer terug als ze afsterven. Soms volgt het fosfor een omweg via het maag-darmkanaal van een dier.

    Het fosfaat heeft geen kringloop meer, zegt Smit. Het gaat van de mijnen in Afrika bijvoorbeeld naar de sojaplantages in Brazilië, komt dan als veevoer in Nederland, waar het als varkensmest wordt uitgereden en zich in de bodem ophoopt. En uiteindelijk wegspoelt richting zee. Jaarlijks verdwijnen wereldwijd zo tientallen miljoenen ton fosfaat naar de bodem van de oceanen.

    Het probleem is nog veel breder, zegt Harry Aiking die aan het Instituut voor Milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit onderzoek doet naar duurzame voedselvoorziening. „Het is niet alleen doordat de urbanisatie de productie en de consumptie van voeding heeft gescheiden”, zegt hij. „We verspillen ook een hoop. Ongeveer de helft van de stikstof en fosfor die we aan onze gewassen geven, wordt niet door de plant opgenomen maar verdwijnt via lucht, water en bodem.”

    Dankzij het gebruik van kunstmest heeft de wereld een groeiende bevolking kunnen voeden. Anders waren we bij de drie miljard wereldburgers van de jaren vijftig blijven steken. Aiking: „Dat aantal is nu meer dan verdubbeld. Maar wat belangrijker is: de welvaart is gestegen, en daarmee is de vleesconsumptie vervijfvoudigd. Wie vlees eet, gooit 85 procent van de beschikbare eiwitten weg. Dat geldt ook voor de andere gebruikte hulpbronnen zoals fosfaat en nog sterker voor water.”

    Het zijn die twee vormen van verspilling waardoor we in no time onze natuurlijke voorraden er doorheen jagen. Ook Aiking denkt dat we, gezien de huidige versnellingen in de voedselproductie, over enkele decennia op de bodem van de fosfaatbronnen stuiten.

    Smit uit Wageningen wil daarom dat we het fosfaat efficiënter gebruiken. Uit eigen experimenten was hem gebleken dat eenzelfde opbrengst met veel minder fosfaat kan worden bereikt. „Maar dat was een gecontroleerde kasproef. Om het in de praktijk op grote schaal ook te laten werken, vergt veel aanpassingen van de Nederlandse agrariër.”

    Belangrijk is ook dat je waar mogelijk de fosfaatkringloop probeert te herstellen. „De steden staan aan de basis van het probleem, maar juist hun concentratie van mensen biedt ook perspectief. Alleen zouden we dan wel moeten overstappen op een ander sanitatie-concept. De feces niet meer lozen op het riool, maar apart als compost inzamelen.”

    Aiking verwacht daar niet veel van. Je zou dan ook andere meststromen, zoals van kippen, koeien en varkens, moeten recyclen, het fosfaat eruit moeten terugwinnen en dat dan weer naar de juiste plaatsen met tekorten moeten verslepen. „Het is de wet van behoud van ellende. Die recycling kost veel energie.”

    Eigenlijk ziet hij maar één optie: een lagere consumptie, vooral van dierlijke producten.

    En nu we het toch over het klimaat hebben: „Iedereen maakt zich druk over de CO2-uitstoot, en dat is ook een groot probleem, maar de menselijke bijdrage is altijd nog maar één procent van de natuurlijke CO2-productie. Voor stikstof is dat 200 procent”, zegt hij. „Die veel grotere inmenging in natuurlijke processen zal ons nog ernstig opbreken.”

    Hoe dan? „Door ons verspillend gebruik zorgt het elders voor eutrofiëring, voor overbemesting. Daar zijn sommige ecosystemen niet tegen bestand. Door onze omgang met stikstof zijn er al veel stikstofarme ecosystemen verdwenen.”

    Maar intussen werken velen, ook wetenschappers, langs elkaar heen. Elk wereldprobleem – het klimaat, water, voedselvoorziening – heeft zijn eigen deskundigen, zijn eigen zuil, zou je bijna zeggen.

    Om dit soort debatten goed te voeren, moeten we volgens hem streven naar een landbouwbeleid waarin alle behoeftes zijn geïntegreerd. Niet één gewas voor één doel, maar zogeheten bioraffinage. Eerst haal je uit een gewas het voedsel, dan diervoeding, dan chemische grondstoffen en van de rest maak je biobrandstof. Dan is de verspilling veel minder en bespaar je ook op fosfaat. Dat kan binnen tien jaar. Maar, geeft hij toe, dan moeten industrie en overheid wel samenwerken.

    Ook Smit heeft er een hard hoofd in. In theorie is het niet zo moeilijk. Het fosfaat moet in het landbouwkundig systeem blijven. Dat kan op allerlei manieren, maar het kost geld. „Fosfaat uit mijnen is nu nog zo goedkoop dat het niet lonend is om energie te steken in recycling. We importeren nu voor 40 miljoen euro per jaar aan kunstmest-fosfaat. Voor dat geld kun je niet het hele rioleringsstelsel ombouwen.”

    Hij zucht. „Dat soort rekensommetjes zijn inherent aan ons politieke systeem. Als het economisch gezien niet onverantwoord is om een grondstof uit te putten, dan doen we dat gewoon.”

    Meer over

    Wilt u iets delen met Trouw?

    Tip hier onze journalisten

    Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
    Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
    © 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden