Forse afname van prostituees uit Hongarije

mensenhandel | Op de Wallen zitten nu vooral Roemeense en Bulgaarse vrouwen achter de ramen, meldt Justitie.

Het aantal Hongaarse vrouwen dat achter de ramen zit op de Amsterdamse Wallen is enorm afgenomen. Hun plekken worden nu ingenomen door Bulgaarse en Roemeense vrouwen. Op de Wallen zijn nauwelijks nog Nederlandse vrouwen te vinden.


Dat zegt Jolanda de Boer, officier van justitie gespecialiseerd in mensenhandel, in een interview met deze krant. Tot een jaar of vier geleden bestond volgens De Boer de populatie op de Wallen voor 75 tot 80 procent uit Hongaarse meisjes. De Bulgaarse en Roemeense prostituees worden naar Nederland gehaald door landgenoten. "Het zijn de heren en soms dames van daar die de meisjes meenemen. Soms is sprake van opereren in familieverband."


De verschuiving naar Bulgaarse en Roemeense vrouwen leidt ertoe dat Nederland voor de bestrijding van mensenhandel een relatie met beide landen moet opbouwen. De Boer is daar positief over.


"Het lijkt alsof mensenhandel bij Bulgarije en Roemenië al iets meer op de kaart staat." Een voorbeeld van die samenwerking is de overeenkomst die België, Nederland en Bulgarije sloten waardoor vrijelijk informatie uitgewisseld kan worden. "Vorig jaar zijn er in België, Nederland en Bulgarije tegelijkertijd invallen gedaan en mensen aangehouden. In Bulgarije werd toen ook heel veel contant geld gevonden."


Voor de trends die De Boer signaleert, is enig bewijs te vinden in de cijfers van CoMensha, het Coördinatiecentrum Mensenhandel dat slachtoffers van mensenhandel registreert. Zo daalde vorig jaar het aantal Hongaarse slachtoffers van seksuele uitbuiting zeer sterk van 37 naar 13.


Als gekeken wordt naar alle vormen van uitbuiting, bijvoorbeeld ook in de landbouw, dan blijkt dat over de hele linie er minder slachtoffers zijn aangemeld. Zo telde CoMensha in 2012 nog 304 Bulgaarse slachtoffers tegen 70 vorig jaar. Het aantal Hongaarse slachtoffers vertoont een vergelijkbare daling, van 216 in 2012 naar 35 in 2016.


De cijfers hebben echter een beperkte waarde. Ina Hut, directeur van CoMensha, wil dan ook meer aandacht voor het signaleren van mensenhandel. "Dat is nodig om de omvang van het probleem beter in kaart te brengen. Bij opsporings- en vervolgingsdiensten, opvanginstellingen, én het publiek. Het probleem is veel groter dan uit de cijfers blijkt. Slachtoffers worden daardoor niet gesignaleerd en zitten onnodig langer vast in de uitbuitingssituatie."


de verdieping 6


Interview Jolanda de Boer

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden