Muziekrecensie

Formeel gebral en menselijkheid van de Revolutie hoorbaar tijdens Gergiev Festival

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest.Beeld AD

Gergiev Festival
Prokofjev, Tisjtsjenko, Popov
★★★★☆

Revolutie! Dit thema lag vrijdag duimendik op het interessante programma van het tweede avondconcert van het Rotterdamse Gergiev Festival. In een marathonconcert van drie uur klonken drie grote, onbekende werken uit het Rusland van na de Revolutie. Bij de uitvoering van Prokofjevs 'Cantate voor de 20ste verjaardag van de Oktoberrevolutie' was het podium van de grote zaal van De Doelen niet groot genoeg voor het maximaal bezette Rotterdams Philharmonisch Orkest: op de tribune stonden twintig extra koperblazers, naast het Rotterdam Symphony Chorus. Alles bij elkaar zo'n driehonderd zangers en instrumentalisten!

Het was uit (muziek)historisch oogpunt de moeite waard Prokofjevs brallerige, megalomane verheerlijking van het Sovjet-communisme op teksten van Lenin en consorten een keer te horen, zeker in de spectaculaire uitvoering van Valeri Gergjev. In dit gedateerde werk is Prokovjevs vakmanschap evident, maar ook merkbaar is hoe de componist zich krampachtig in alle bochten wrong om Stalin te behagen, wat niet gelukt is.

In het tweede revolutiestuk tapte Boris Tisjtsjenko uit een heel ander vaatje, en gelukkig niet dat van de propaganda. Zijn drie kwartier durende ballet 'De twaalf' uit 1963 is gebaseerd op de gedichtencyclus van Alexander Blok uit 1918. Daarin worden de menselijke kanten van de Oktoberrevolutie op schrijnende en soms humoristische wijze belicht. Er zijn kroegscènes, een soldaat die verliefd wordt op de later doodgeschoten lichtekooi Katja, et cetera. Tijdens de uitvoering werden de dichtregels met de oorspronkelijke illustraties geprojecteerd, om het ruige, programmatische ballet toegankelijker te maken. Dat werkte. In de opening was de tekst 'de winden gieren' verklankt in een gierend dissonant akkoord door het volle orkest en verstrekt door het Doelenorgel. Dat klonk ook in de afsluiting met feeërieke akkoorden. Tisjtsjenko's 'De twaalf' verdient het om vaker te klinken.

Tussen alle geweld klonk de 'Kamersymfonie' van Gavriil Popov uit 1927, dunne, virtuoze kamermuziek puntgaaf uitgevoerd door zeven orkestleden. Sfeervol, maar ook wat rommelig door enerzijds modernistisch stravinskyaanse en anderzijds romantische aan Brahms verwante fragmenten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden