Column

Formatie toont de tragiek van links

Beeld Trouw

In 1939, bijna een halve eeuw na de oprichting van de partij, schreef SDAP-voorman Albarda: 'Onze tegenwoordige positie is afmattend en ontmoedigend'. Hij voorzag 'rampzalige gevolgen voor het aanzien en de werfkracht' van de partij als de sociaal-democraten nog lang buiten het landsbestuur zouden blijven.

In 1973 verontschuldigde Joop den Uyl, de verre opvolger van Albarda, zich tegenover radicale partijgenoten voor zijn samenwerking met de christen-democraten met de opmerking 'Ik ben een zondige reformist'. Ironisch, maar toch: een dubbele afvallige, die het geloof in de 'grote kladderadatsch' had opgegeven en nu ook nog gemene zaak maakte met de klassevijand.

Beide uitspraken laten de tragiek van links in Nederland zien. Doordat het, anders dan in omliggende landen, nooit over een meerderheid heeft beschikt, is de keus ofwel oppositie, ofwel samenwerken met het verfoeide rechts. Dat laatste betekent dus niet meer dan bijsturen en afremmen. Het geeft een relatieve machtspositie, maar het staat ver af van het ideaal.

Hierbij ziet links iets over het hoofd. In ons coalitieland bestaat de macht voor alle partijen niet zozeer uit het vermogen exclusief zaken tot stand te brengen als wel uit de mogelijkheid dingen tegen te houden. Wat was bijvoorbeeld de rekening die Rutte I moest betalen voor de stille steun van de (twee zetels tellende) SGP? Geen aantasting van het christelijk onderwijs, geen uitbreiding van het aantal koopzondagen en handhaving van het verbod op godslastering in het strafrecht. Je hoeft dus niet groot te zijn om iets te voorkomen of via compromissen voor elkaar te krijgen. De ARP, een van de voorlopers van het CDA, is nooit veel groter geweest dan GroenLinks nu en heeft buiten invloed op de inrichting van ons land liefst zes premiers geleverd: Kuyper, Heemskerk, Colijn, Gerbrandy, Zijlstra en Biesheuvel.

Natuurlijk, de overwegend gereformeerde ARP maakte deel uit van een grotere politieke familie, waartoe ook de katholieken en hervormden behoorden. Dat bewijst echter vooral dat deze familie, die in de vorige eeuw een zwaar stempel op het landsbestuur drukte, een beter gevoel voor de macht had en toen zij in omvang afnam een fijner gevoel voor samenwerking. De linkse partijen spráken in de jaren zeventig alleen over een gezamenlijke Volkspartij, de christen-democraten brachten er één tot stand.

Verdeeldheid

Nog altijd springt de verdeeldheid van links in het oog, waardoor het geen machtsfactor van betekenis kan zijn. De voormalige PvdA-aanvoerder Wouter Bos pleitte vorig jaar voor samenwerking tussen zijn partij en GroenLinks om in de formatie sterker te staan. Zo'n blok met 23 zetels had nu meer voor elkaar kunnen krijgen dan elk van de partijen afzonderlijk. Het uitblijven van linkse samenwerking is kort te verklaren: de partij waarmee het goed gaat wil niet. En, voeg ik eraan toe, is geneigd tot zelfoverschatting, zoals de PvdA van Den Uyl met haar meerderheidsstrategie liet zien en GroenLinks van Klaver met het concept van 'een beweging' nu.

Hans Daalder, de vorig jaar overleden vader van de politieke wetenschap in Nederland, nam de noodkreet van Albarda op in een exercitie over de gevaren van permanente oppositie. Een van die gevaren: de aandacht van de partijgangers richt zich vooral op de eigen organisatie, 'die het begin en het einde van hun politieke wereld vormt'. Een ander: je leert niet de kunst van samenwerken en wordt snel activistischer.

Na het afbakenende werk van informateur Tjeenk Willink kan de conclusie zijn dat de nieuwe macht (de PVV op rechts, GroenLinks en de SP op links) het laat afweten en dat het andermaal op de oude macht van de traditionele partijen aan komt - D66 is boven de vijftig en mag zich daar ook toe rekenen. Er zijn politici die deze partijen aanduiden als het 'partijkartel' en ja, de noemer is de bereidheid de staat te dragen, in goede en in slechte tijden, en zo nodig vuile handen te maken. Albarda kwam in 1939 net op tijd met zijn noodkreet. Nadat de sociaal-democraten in de jaren dertig de parlementaire democratie als doel hadden aanvaard en zelfs de afkeer van koninklijke lintjes hadden laten varen, was de tijd rijp voor meeregeren. Aldus gebeurde onder de dreiging van de zojuist uitgebroken oorlog; na de oorlog groeide de PvdA onder Willem Drees uit tot een degelijke bestuurspartij.

GroenLinks-aanvoerder Klaver heeft de kans op een doorbraak naar het landsbestuur verspeeld, naar ik vermoed ook door de onbeweeglijkheid van VVD en CDA, die heimelijk mikken op deelname van de meer gematigde PvdA. De SDAP kreeg in 1913 ook zo'n kans, maakte daarvan geen gebruik en moest vervolgens tot frustratie van Albarda een kwart eeuw op een tweede kans wachten. Klaver is gewaarschuwd.

Lees ook: Helaas heeft Jesse Klaver een verkeerde afweging gemaakt

Lees ook: Roemer wil geloofwaardigheid behouden

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden