Formatie / PvdA kan met Leijnse vertrouwen CDA winnen

PvdA-informateur Frans Leijnse koestert veel denkbeelden die het CDA aanspreken. Dat scheelt in de coalitie-onderhandelingen die hij samen met CDA'er Donner moet leiden.

DEN HAAG - PvdA-leider Wouter Bos heeft met de voordracht van Frans Leijnse als informateur, een vertrouwenwekkend gebaar jegens de beoogde coalitiepartner CDA gemaakt. In zijn opvattingen zijn allerlei samenbindende ideeën voor een coalitie van christen- en sociaal-democraten te vinden. Leijnse heeft het CDA ook meer dan eens geprezen om zijn kritiek op de moderne tijd. Bij die gelegenheid maande hij de PvdA een voorbeeld aan het CDA te nemen, een pleidooi dat hem in eigen kring niet in dank werd afgenomen. Aangenaam verrast constateerden ze bij het CDA daarentegen dat hun indruk van arrogante PvdA'ers, die altijd gelijk denken te hebben, voor Leijnse niet opging.

Leijnse speelt, als voorzitter van zowel een informele denktank op Sociale Zaken als van een Ser-commissie, een voorname rol in de discussie over een 'levensloopregeling'. Het CDA is de geestelijk vader van zo'n regeling, waarbij sociale zekerheid en verlofregelingen worden afgestemd op de levensfase waarin iemand verkeert. In zijn inaugurele rede bij het bezetten van de Den Uyl-leerstoel aan de Amsterdamse universiteit, heeft Leijnse zich ook in andere opzichten een sympathisant getoond van de denkwijze van het CDA over sociale zekerheid.

Voor de coalitie van CDA en PvdA waarvoor Leijnse nu samen met CDA'er Donner de basis moet leggen, is ook van belang dat het oud-kamerlid (1984-1994) altijd oog heeft gehad voor de noodzaak van een goede verstandhouding met de vakbeweging. Op het dieptepunt van de relatie met FNV en CNV, na de ingrepen die het kabinet-Lubbers/Â Kok begin jaren negentig in de WAO deed, was Leijnse vice-fractievoorzitter van de PvdA. Hij rekende het tot zijn missie om die vertrouwensbreuk te herstellen, binnen de grenzen van wat in zijn functie mogelijk was.

Een coalitie van CDA en PvdA heeft alleen toekomst als met de sociale partners een langjarig akkoord over loonmatiging mogelijk is. Leijnse weet dat vertrouwen over en weer tussen kabinet, werkgevers en werknemers een essentiële voorwaarde is voor het bereiken van zo'n akkoord. Dat geldt ook voor de terugdringing van de WAO en de herziening van het ziektekostenstelsel, twee grote twistpunten waarvoor het duo informateurs een vergelijk tussen CDA en PvdA moet zien te treffen.

De denkbeelden van Leijnse over de relatie met de sociale partners kunnen niet los worden gezien van zijn idee dat maatschappelijke organisaties onmisbaar zijn voor een stabiele samenleving. Zijn denkbeelden over een maatschappelijk middenveld dat burgers behoedt voor een al te grote invloed van de staat op hun leven, komen overeen met die van het CDA. Hij schreef over die denkbeelden in een opzienbarend artikel in Socialisme en Democratie, eind 1990, waarin hij het CDA ook prees om zijn vooruitziende blik op de schaduwzijden van de individualisering. Tegen de achtergrond van de recente politieke discussie over waarden en normen is dat artikel nog opvallend actueel. ,,Het CDA heeft eerder en helderder dan de PvdA onderkend dat de individualiseringsgolf een normatief vacuüm schiep'', schreef hij.

Leijnse behoorde tot de eerste en ook felste criticasters van de paarse bestuursstijl, waarvan hij zei dat zij technocratisch en daarmee a-politiek was. ,,De hoogste politieke wijsheid in Den Haag is tegenwoordig een extreem cynisme. Hoe minder visie de politiek heeft, hoe beter het is'', schreef hij in het eerste jaar van Paars in Socialisme en Democratie. De bijbehorende politicus beschouwde volgens hem visie en debat slechts als een 'hinderlijke complicatie', niet als de essentie van de politiek die zij volgens Leijnse is.

In dat verband kritiseerde hij het CDA. Dat zou met de 'no-nonsense'-aanpak van Lubbers de grondslag voor deze technocratische politiek hebben gelegd. Hij waarschuwde de PvdA niet in dezelfde val te trappen als het CDA op het hoogtepunt van zijn macht, door louter nog bezig te zijn met het machts- en positiespel.

In het rapport van de commissie-De Boer gaf de PvdA Leijnse vorig jaar alsnog gelijk. Het CDA was al eerder, na de verkiezingsnederlaag van 1994, tot vergelijkbare zelfkritiek gekomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden