Review

Fonkelende hommage aan Luciano Berio

Eigenlijk zou Luciano Berio zelf het Koninklijk Concertgebouworkest komen dirigeren, donderdag in Amsterdam. Maar dat heeft niet zo mogen zijn, want op 27 mei van dit jaar stierf de Italiaanse componist aan de gevolgen van een slopende ziekte. Onder leiding van Heinz Holliger speelde het KCO een fonkelend in memoriam, dat tegelijkertijd een hommage was aan de grote Italiaan.

Met Berio's dood is de wereld een van de belangrijkste naoorlogse hemelbestormers kwijtgeraakt, aanvankelijk een streng serialist die zijn eigen taal al snel vond in een breed palet van klankkleuren en in zijn liefde voor taal en de menselijke stem. Als belangrijkste telg van een zeer muzikale familie uit het Italiaanse Oneglia (Ligurië) was het logisch dat ook Berio aan het conservatorium in Milaan zou gaan studeren. Daarnaast volgde hij lessen in het Amerikaanse Tanglewood en studeerde hij bij Luigi Dallapiccola, een componist die hem bekendmaakte met een veelheid aan technieken en stijlen. Berio's indrukwekkende staat van dienst behelsde niet alleen die van dirigent en pedagoog, maar ook die van oprichter (samen met de donderdag ook uitgevoerde Bruno Maderna) van de experimentele elektronische Studio di Fonologia.

De componist zag uiteindelijk weinig heil in puur elektronische muziek, sinds in zijn werk 'Omaggio a Joyce' (1958) de stem en tekst een belangrijke rol begonnen te spelen. Hoogtepunt was de samenwerking met zangeres Cathy Berberian, ook wel de 'seriële Callas' genoemd, met wie Berio een tijdlang gehuwd was.

,,Ik ben bezeten van het idee dat je alles ook vanuit een ander perspectief kunt zien'', zei Berio ooit. Misschien is dat wel het beste motto voor zijn muziek. Composities waren voor de Italiaan nooit afgesloten, starre bouwwerken, maar boden veeleer de mogelijkheid om ze steeds om te vormen tot iets nieuws: kaleidoskopisch voortbewegende structuren, die op een kameleontische manier van gedaante en kleur veranderden. Berio gebruikte daar ook graag brokstukken van anderen bij. Zoals in zijn bekendste werk 'Sinfonia' (1968), één grote muziekhistorische collage die hij virtuoos aan elkaar breide tot een spectaculair orkestwerk met koor.

In het donderdag uitgevoerde 'Voci' voor altviool en groot ensemble kwamen die elementen bij elkaar. Berio verwerkte Siciliaanse volksmelodieën tot zanglijnen voor de altviool en schilderde daar met zijn eigen baaierd aan kleuren overheen. Taal omgezet in muziek, ongeveer zoals Berio dat in Joyce's 'Ulysses' zo bewonderde. Geestverwant Heinz Holliger leidde het geconcentreerde Concertgebouworkest vaardig door de steeds veranderende klanklandschappen, met Kim Kashkashian aan kop als bontgekleurde zangvogel.

In het zwierig uitgevoerde 'Rendering' verbond Berio de schetsen van Schuberts Tiende symfonie in wording door zijn eigen klanklijm, steeds ingeleid door de tinkelende celesta. Hij vergeleek die werkwijze zelf het liefst met de witte vlakken op een gerestaureerde fresco, ook weer een kwestie van perspectief.

Het was alsof Berio de luisteraar altijd het beste van alle werelden wilde tonen, ongeveer zoals zijn vriend en vaste librettist Italo Calvino dat in zijn boek 'Onzichtbare steden' deed: ook daar gaat het steeds over dezelfde ontdekkingsreis, maar Marco Polo beschrijft er de meest fantastische steden steeds vanuit een ander gezichtspunt. Berio was zo'n Marco Polo, een reiziger en beschouwer die zich nooit wilde vestigen in een van die exotische steden, maar steeds weer volgepakt met bagage op weg was naar nieuwe einders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden