Review

Folteren in de kelder, lezen in de salon

De dood van de Chileense schrijver Roberto Bolaño vorige zomer kwam voor buitenstaanders als een donderslag bij heldere hemel. Hij was pas vijftig, buitengewoon begaafd en productief, en, zeker sinds hij in Spanje woonde, een nu al legendarisch geworden mentor voor jongere auteurs.

Achteraf bleek dat hij een zware leverziekte had. Zijn pleidooi voor een 'literatuur op het scherp van de snede' was bijgevolg meer dan een louter artistiek credo. Hij zocht aansluiting bij de historische avant-garde, en probeerde met zijn ambitieuze radicaliteit en zijn verfrissende denkbeelden de Latijns-Amerikaanse literatuur uit het slop van angstvallige kleinschaligheid en nivellerende commercialisering te halen. In een poging om de kunstmatige scheiding tussen de Spaanse en de Spaans-Amerikaanse literatuur op te heffen, riep hij hun gemeenschappelijke taal, en zelfs de wereldliteratuur uit tot de échte vaderlanden van de 21ste eeuw. Maar van een gestructureerde beweging kon geen sprake zijn, want zowel bij hemzelf als bij geestesverwanten als Enrique Vila-Matas, César Aira, Jorge Volpi, Alan Pauls of Rodrigo Fresán kwam het alleen op kwaliteit aan, en op het stellen van de fundamentele vragen: hoe verhoudt kunst zich tot de werkelijkheid en tot de politiek? Hoe het onzegbare uitdrukken? Hoe de canon te vernieuwen?

Toen ik hem in januari 2001 in Brussel interviewde, toonde hij zich een onvermoeibare gesprekspartner, die tegelijkertijd sarcastisch en grootmoedig was, gedreven en verbluffend goed op de hoogte van alles wat met kunst te maken had.

Behalve de al eerder in het Nederlands verschenen romans 'De woeste zoekers' en 'Het lichtende kwaad', heeft Bolaño verhalen, essays, gedichten en artikelen geschreven. In zijn pas vertaalde novelle 'Chileense nocturne'

(2000) stelt hij een thema aan de orde dat hem niet losliet, namelijk het verontrustende samengaan van esthetische schoonheid en ethische perversiteit. Dit vaak voorkomende monsterverbond deed hem huiveren voor een te ver doorgedreven autonomie van kunst, en bracht hem ertoe te onderzoeken welke houdingen intellectuelen zoal aannemen tegenover de macht. Sommigen, zoals de personages uit 'De woeste zoekers', storten zich vol overgave in een irrationeel avontuur zonder hun idealen te verloochenen.

Carlos Wieder, de antiheld uit 'Het lichtende kwaad', kiest resoluut voor geweld en wreedheid. De hoofdfiguur uit 'Chileense nocturne', de priester Sebastián Urrutia Lacroix, tevens dichter en door het establishment gesteund criticus, mist dan weer elke grootheid, en collaboreert op een passieve, lafhartige manier met de militaire junta in zijn land.

Op zijn sterfbed maakt hij de weinig fraaie balans van zijn leven op. Nu eens ijlend, dan weer helder van geest, laat hij herinneringen aan zijn contacten met de literaire wereld en met de kopstukken van het Pinochet-regime, en aan zijn reizen door Europa de revue passeren. Bolaño portretteert nu eens níet de dictator zelf – zoals een eerbiedwaardige Latijns-Amerikaanse traditie het wil – maar een van zijn handlangers, wiens innerlijke monoloog zonder indeling in hoofdstukken over de lezer wordt uitgestort. Urrutia wordt gekweld door zijn geweten, door de 'vergrijsde jongeling' die hem ter verantwoording roept, en die een jeugdige uitgave van hemzelf blijkt te zijn. Overeenkomstig het aan Chesterton ontleende motto van de roman – 'Zet uw pruik af' – moet hij erkennen te zijn ingegaan op het verzoek om de generaals te onderrichten over de marxistische doctrine, zodat ze hun ideologische vijanden beter konden bestrijden. Na jaren van verdringing en ontkenning, van onder meer zijn homoseksualiteit, moet Urrutia zijn medeplichtigheid onder ogen zien, en is het moment van de waarheid aangebroken, als was die 'een lijk dat opstijgt van de bodem van de zee'.

Omdat Urrutia's artistieke milieu hoofdzakelijk met zichzelf begaan was, wordt de grote hoeveelheid gebeurtenissen die hij in zijn leven heeft meegemaakt als het ware tenietgedaan door een overheersende indruk van herhaling en immobiliteit. Tot drie keer toe krijgen we variaties op eenzelfde stramien: personages uit culturele kringen wisselen van gedachten over kunst, terwijl op een vlakbij gelegen plek anderen door groot – sociaal, economisch of politiek – onrecht worden getroffen, als ging het om twee gescheiden circuits. Het schrijnendste voorbeeld van deze vervreemding speelt zich af tijdens de dictatuur. Schrijfster María Canales houdt literaire soirees in haar huis in Santiago boven de kelder waar haar man overdag politieke gevangenen foltert. Chilenen herkennen hierin meteen de praktijken van de Amerikaan Michael Townley en zijn vrouw Mariana Callejas. Townley – die bij Bolaño Jimmy Thompson heet – was agent van de nationale veiligheidsdienst DINA, en verantwoordelijk voor de bomaanslag in Washington op de Chileense diplomaat Orlando Letelier. Hij werd als pion ingezet in de Operatie Condor, de gemeenschappelijke strategie van de Latijns-Amerikaanse dictaturen in de jaren zeventig om 'subversieve elementen' uit te schakelen.

Door de namen van de betrokkenen te veranderen, verleent Bolaño zijn volledig in de Chileense context ingebedde verhaal een universelere dimensie. Met dit doel gebruikt hij nog andere procédés. Zo laat hij Urrutia naar Europa reizen om te bestuderen hoe kerken er de strijd aanbinden tegen duivenpoep. De meest afdoende oplossing blijkt het inzetten van valken te zijn, een niet mis te verstane allegorische verwijzing naar de 'Condoroperatie' waarin roofvogels – valken of 'haviken' – zonder pardon de 'duiven' liquideerden.

In Bolaño's werk mag de werkelijkheid dan herkenbaar aanwezig zijn, ze wordt benaderd vanuit de verbeelding, de droom of bestaande fictie. Wanneer bijvoorbeeld twee heren van het regime pastoor Urrutia een compromitterend voorstel doen, worden bijna letterlijke citaten uit het begin van Kafka's 'Het proces' overgenomen. Een zwarte bladzijde uit de Chileense geschiedenis groeit zo uit tot een parabel over totalitarisme in het algemeen, en de beklemmende, visionaire sfeer die ermee samenhangt.

Bolaño zou vast niets liever hebben gewild dan dat nu ook de rest van zijn vernieuwende oeuvre in het Nederlands werd vertaald. Hopelijk maakt Meulenhoff daar snel werk van.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden