'Fokhat' is er voor iedereen die Maria Devi volgt

Eigenlijk had een dik jaar geleden de wereld moeten vergaan. Ten minste, zo luidde de voorspelling van Maria Devi Christos, leidster van de Oekraïense sekte de Grote Witte Broederschap.

RICHARD SINGELENBERG

Christos, alias Maria Tsvigun, en mede-oprichter Krivonogov zouden zich op 24 november 1993 in Kiev laten kruisigen. Drie dagen later zouden de respectievelijk ex-journaliste en voormalig wetenschapper op het gebied van de kunstmatige intelligentie uit de dood herrijzen en met 144 000 getrouwe volgelingen ten hemel varen. De rest van de wereld zou worden vernietigd door een alles verzengende vuurzee.

Het ligt voor de hand dat deze dreigende aankondigingen nogal wat nervositeit in de Oekraïense hoofdstad veroorzaakten. Kiev lag dan wel ver weg van Waco, Texas, maar het droeve lot van de Branch Davidians lag nog vers in het geheugen van hen die meenden dat iedere sekte tot zoiets drastisch in staat was. Daarbij kwam nog dat de lokale autoriteiten volstrekt onbekend waren met het grillige gedrag van radicale eindtijdsekten, een voor de GOS-republieken nauwelijks bekend fenomeen. Zowel de, begrijpelijkerwijs weinig bijbelvaste Sovjet-media als de lokale overheid waren ervan overtuigd dat de symbolische 144 000 uit het bijbelboek Openbaringen ook als de letterlijke omvang van de Broederschap moest worden beschouwd.

Zombies

De westerse persbureaus namen dit cijfer klakkeloos over. Als de berichtgeving uit de Nederlandse kranten van vorig jaar moeten geloven, dan waren er zo'n 150 000 zombies in de omgeving van Kiev samengekomen. Het einde kwam op 11 november. Als toeristen vermomd betrad een groepje aanhangers de Sofia-kathedraal in Kiev. Ze probeerden daar een dienst te houden, maar een speciale politie-eenheid wist dit te verhinderen. In de schermutselingen gebruikten de sekteleden brandblussers, waarbij enige iconen het moesten ontgelden. Tsvigun, haar kompaan en de overige onruststokers werden gearresteerd. In januari van dit jaar moest Krivonogov terecht staan vanwege het verstoren van de openbare orde en het aanzetten tot suïcide. Het is niet duidelijk of hij ook daadwerkelijk is veroordeeld. Van de Grote Witte Broederschap is in ieder geval niets meer vernomen.

In de berichtgeving van vorig jaar heeft louter het, inmiddels modieuze en sensatiewekkende, eschatologische elan van de beweging aandacht gekregen. Wat echter de autochtone Broederschap onderscheidde van de inmiddels massaal toegestroomde westerse religieuze bewegingen, was een ideologisch accent waarin de Oekraïense oorsprong van de beweging duidelijk naar voren kwam. Dat was de opvatting over de Goddelijke Straling, oftewel Fokhat.

De Amerikaanse slavist Eliot Borenstein heeft de publikaties van de beweging uitgeplozen. Daarin is veel aandacht besteed aan licht. Of, in de woorden van Krivonogov en Tsvigun, 'Licht'. Alle teksten van de stichtster begonnen of eindigden met “Laat er Licht zijn!” Dat had meer dan een louter oudtestamentische betekenis: “Licht is een toestand van de Ziel, het Hart, het Vlees, de Geest! Ik ben een voortdurende stroom van Licht!”, aldus Tsvigun. Zij beschouwde zich als de bron van dat Licht. Haar volgelingen konden deel van deze lichtstroom worden en het overal laten schijnen. Devi's wederopstanding zou de wereld door middel van Licht doen transformeren, waarna de 144 000 getrouwen zouden worden omgevormd in lichtgevende lichamen.

Tot zover was er niet veel verschil met de gangbare metafysische opvattingen. Maar het begrip Licht bleek slechts een eenvoudiger term voor Fokhat. Door zijn vertrouwdheid met het wetenschappelijke jargon was Krivonogov in staat een indrukwekkend klinkende woordenschat toe te voegen aan het esoterische repertoire van de beweging.

Uit deze, voor outsiders respectabel ogende samensmelting, construeert de schrijver het begrip Fokhat, “de lichtgevende quantum-energie” waar een ieder in principe over kan beschikken. Dat wil zeggen, zij die Maria Devi volgden. Fokhat staat voor leven, in tegenstelling tot de, eveneens aan de natuurkunde ontleende, vier 'zwarte gaten'. Daar is slechts dood en ellende. Na de oordeelsdag zullen zij, die Maria Devi niet accepteren, in dit fysische equivalent van de hel worden geworpen.

De gelukkige die Fokhat bezat, kon dit op twee manieren aanwenden. Op positieve wijze hield deze energie alle kwalijke en schadelijke krachten tegen, terwijl het negatieve gebruik ervan iedere tegenstander, en met name de Antichrist, onmiddellijk zou uitschakelen. Krivonogov schrijft dat de demonen deze 'Straling', die overigens pas nà het einde der wereld effectief zou worden, niet kunnen tegenhouden. Die zouden onmiddellijk worden vernietigd als zij een “broeder” kwaad wilden doen. Fokhat zou hen infecteren met een dodelijke ziekte. En niet alleen mensen, hele gebieden zouden het slachtoffer kunnen worden van deze terminale energie.

Radioactief

In feite beschrijft Krivonogov hier een mystieke variant op het gevaar van radioactieve straling. En daar hadden de bewoners uit de omgeving van Kiev - door de Broederschap al omgedoopt tot het Nieuwe Jeruzalem - sinds de ontploffing van de nabijgelegen Tsjerbobyl-centrale in 1986 al genoeg trauma's van opgelopen. Velen verdachten de autoriteiten ervan dat ze allerlei cruciale informatie over de effecten van deze ramp voor de gezondheid hadden verzwegen. Alom waren gevallen van kanker geconstateerd, er was angst voor geboorte-afwijkingen en menigeen had zo zijn eigen macabere interpretatie over de gevolgen van radioactiviteit.

Maar Fokhat maakte aanzienlijk meer onderscheid in slachtoffers dan de nawerking van Tsjerbobyl. Fokhat was wapen en schild voor de getrouwen.

Door de realiteit van radioactiviteit te vertalen in een occult vertoog, beoogden Tsvigun en Krivonogov twee effecten: in algemene zin verzekerden zij hun volgelingen van macht en onkwetsbaarheid tegen het kwaad, terwijl de specifieke toepassing ervan gericht was op het neutraliseren van de angst voor de macabere gevolgen van radioactiviteit door Fokhat om te vormen tot een talisman die de drager immuniseerde.

Fokhat was de onzichtbare geneeskrachtige steen, die de ultieme preventie tegen de macabere straling garandeerde. Het is overigens onduidelijk of deze 'radiofobie' een belangrijke rol speelde om zich bij de Broederschap aan te sluiten. Maar het sloot naadloos aan op de sociale onrust in deze nieuwe republiek - hetgeen op zich al een vruchtbare voedingsbodem was voor sektarische ontvankelijkheid - waar de gebeurtenissen in Tsjerbobyl nog vers in het collectieve geheugen waren opgeslagen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden