Foeilelijke vrouw

De laan waaraan mijn Berlijnse hotel is gelegen, de Kurfürstendamm, is gebouwd naar het voorbeeld van de Parijse Champs-Élysées: imponerend dus. Hoewel mijn slaapplaats zich boven een zogeheten Euroshop uitstrekt, waar alles een euro kost en ik aan de overkant het bordje Zeeman Textiel Supers zie, is dit een buurt voor sjieke winkels. Verderop heb je Bulgari, Louis Vuitton, Cartier voor je eerste levensbehoeften: een soort enorme P.C. Hooftstraat. Voor het museum van het alledaagse leven moet je hier niet zijn, dus vertrek ik naar mijn favoriete mestvaalt, Slubice, pal over de grens in Polen. Naar Polen is het een uurtje rijden; de grensstad in Duitsland, Frankfurt an der Oder, biedt de reiziger nog een laatste blik op fraaie gevels, lommerrijke singels en een imposante kerk, daarna steek je de Oder over en raak je in het slop. Althans zo herinner ik het me van een vorig bezoek. Het was toen, net als nu, winter in Slubice, mensen stonden buiten boven potkacheltjes te kleumen. Een bleke vrouw met een aftands kinderwagentje keek hongerig in een etalage met lelijk plastic speelgoed, in het postkantoor waar ik een ansicht met deze aanschouwelijke armoe wenste te posten, zaten tientallen oude mannetjes te niksen, gevlucht voor de temperaturen buiten. Door het hele stadje liep een buizenstelsel waaruit op gezette plaatsen een onduidelijke grijze vloeistof sijpelde. Ik had nog nooit zoiets treurigs gezien. Zou het er nog zijn nu Polen het communisme heeft afgeschud en de EU zijn intrede heeft gedaan?

Het eerste bordje dat ik tot mijn verbazing zie is een pijl die ons naar de plaatselijke Carrefour wil loodsen, even later rij ik Slubice binnen en parkeer mijn auto bij de Intermarché en een aanpalende Bricomarché. Kennelijk hebben de Fransen hier toegeslagen. Het treurige buizenstelsel is verdwenen en ook van de potkacheltjes geen spoor. Het enige signaal van economisch gebrek is een op het trottoir spelende melancholicus met een accordeon, maar vooruit die hebben we in Amsterdam ook. Zelfs voor de supermarkt zit niet zoals bij ons iemand met de daklozenkrant. Maar verder maakt Slubice waar de welvaart heeft toegeslagen in de vorm van supermarkten, bouwmarkten en, ja zelfs een winkel van Orange, nog steeds een verschrikkelijk troosteloze indruk.

Om er iets van mee te nemen besluit ik toch maar wat euro's tegen Poolse zloty's te ruilen, al accepteren ze hier ongetwijfeld onze fijne euro. Vijftig zloty, ongeveer twaalf euro, lijkt me genoeg. Met mijn schat bagger ik door de sneeuw naar de economische hausse van Polen. Hóe is me een raadsel maar ze zien aan me dat ik hier niet thuishoor, iemand spreekt me aan, 'Gutentag', ik schud hem van me af en betreed de Poolse supermarkt. Koop voor twaalf euro vijf ouderwetse gloeilampen, een fourpack bier genoemd naar Lech Walesa, een fles bakolie, een onduidelijk sausje en een grote kaars. Tevreden verlaat de reiziger de toegenomen westerse welvaart in het Poolse stadje. Slubice was een foeilelijke vrouw en is nu een foeilelijke vrouw die zich heeft opgemaakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden