FNV en DGB tegen te grote rol vrije markt

door Wilma van Meteren

FNV en haar veel grotere Duitse tegenhanger DGB bundelen hun krachten om Europa op een andere leest te schoeien. „Het ontbreekt aan een perspectief voor burgers”, vindt FNV-voorzitter Jongerius.

Samen met haar Duitse collega Michael Sommer gaf ze gisteren de Nederlandse aftrap voor een heuse Europese volkspetitie die een betere bescherming van publieke diensten in de Europese Unie eist. „Er is al heel veel geprivatiseerd, maar wat er nog over is moeten we publiek houden”, zei Sommer, voorman van vakcentrale DGB, die 6,8 miljoen mensen mobiliseert.

Watervoorziening, onderwijs, woningbouwcorporaties, reïntegratiebedrijven, openbaar vervoer en pensioenfondsen moeten een aparte categorie gaan vormen, tussen staat en markt in. „Niet onder de tucht van Nelie”, aldus Jongerius met een verwijzing naar eurocommissaris Kroes voor mededinging. Europese wetgeving moet deze diensten ’van algemeen belang’ versterken en immuun maken voor aanvallen vanuit de vrije markt.

Bij de vakcentrales in de buurlanden is echter nog meer wrevel over de huidige Europese koers. Gezamenlijk gaan ze – binnen de Europese vakbeweging – een Europese industrie- en energiepolitiek bepleiten. „In de concurrentie met Zuidoost-Azië en de Verenigde Staten moet Europa juist blijven beschikken over een eigen industriële basis. Nu vluchten bedrijven naar lage-lonenlanden”, schetst Sommer. Ook Jongerius vindt alleen een kennis- en diensteneconomie te mager.

Foute signalen uit Brussel zijn er ook over het Europees sociaal model en de Europese grondwet. Jongerius: „In de mini-versie van de conventie zijn de fundamentele rechten van werknemers geschrapt. Daar zijn we niet blij mee.” Het omarmde model dat grotere flexibiliteit op de arbeidsmarkt moet paren aan sociale zekerheid stemt niet gerust. Het gaat te veel over soepeler ontslag en flexibele werktijden zonder dat daar werkzekerheid tegenover staat.

Sociale afbraak, oordeelt Sommer vooralsnog. „Dat flexicurity is een soort modeverschijnsel net als innovatie en kenniseconomie opeens toverwoorden waren. We hebben al heel lang in Duitse bedrijven flexibele roosters, één bedrijf werkt zelfs met 36 verschillende diensten. Daardoor kennen we eigenlijk geen overwerk meer. Al wat extra in toptijden wordt gewerkt, wordt gecompenseerd in vrije tijd. Daar staat voor de werknemers wel iets tegenover: beloning en de zekerheid van een baan.”

De vakbondsvoorzitters zien veel overeenkomsten in de debatten die in beide landen worden gevoerd: de subsidiebanen, het minimumloon (in Duitsland niet wettelijk geregeld) en het voorkomen van armoede. Zo is er in beide landen het probleem van de oudere werknemers, die niet meer aan de slag komen en de politieke druk om de pensioenleeftijd op te trekken. In Duitsland is de situatie nog een tikkeltje erger dan in Nederland, constateren ze.

De helft van de Duitse bedrijven heeft geen enkele 50-plusser in dienst. Ondertussen wil de regering de pensioenleeftijd verhogen van 65 naar 67 jaar. „In de praktijk komt het erop neer dat je mensen thuis laat zitten met minder geld”, aldus Jongerius. Het zou wel eens tot acties kunnen leiden zoals in 2004 op het Amsterdamse Museumplein, waar massaal werd geprotesteerd tegen de afschaffing van het prepensioen door het kabinet-Balkenende.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden