Fluitende acrobatiek aan de piano

Welke pianist neemt de moeite om Liszts transcrispties van Schuberts quatre-mains-marsen in te studeren? Alleen pianisten van de klasse van Marc-André Hamelin, de kampioen van de dubbele Axels en drievoudige Rittbergers op de piano, weten bij zulke werken een evenwicht te vinden tussen technische moeilijkheidsgraad en muzikale diepgang.

De Canadees Hamelin is een van de interessantste pianisten van dit moment. Om zich een plaats te veroveren in het overbevolkte pianistenwereldje specialiseerde hij zich in buitennissig en virtuoos repertoire van tamelijk onbekende componisten als Catoire, Marx, Henselt en Alkan. Op zijn cd-opnames blijken werken, die door veel pianisten als b-garnituur terzijde worden geschoven, wel degelijk interessant te zijn.

In de Jurriaanse zaal van de Rotterdamse Doelen liet hij dat woensdagavond weer horen in werken van Liszt en Alkan. En met zijn spel behekste hij het publiek zo dat je er een speld kon horen vallen. Het hoesten werd uitgesteld tot de luidruchtigste muziek.

Kijken naar een spelende Hamelin is al een bijzondere ervaring. Zijn handen bewegen zo snel dat het lijkt of je naar een bewogen foto kijkt. Het lijkt hem geen enkele moeite te kosten. Alleen aan zijn beslagen bril is de inspanning af te lezen.

Maar daarnaast vertelt hij een verhaal. Of dat nou bestaat uit donderende octaafreeksen, vederlicht gepriegel in de hogere regionen of klaterende loopjes, de structuur van het verhaal blijft altijd glashelder. Hamelin staat zover boven de technische moeilijkheden dat hij rust en overzicht behoudt en op een volkomen natuurlijke manier musiceert. Zo klonken de drie 'Marsche für das Pianoforte Ubergaten', Liszts bewerking van Schuberts marsen, krachtig, maar op de juiste momenten lyrisch. Ook in Liszts 'Grandes études de Paganini', zeer risicovol gespeeld, heerste hij met groot gemak en in Alkans 'Le festin d'Esope' mengde hij zelfs humor door de virtuoze noten.

Bijna een hele avond overdonderende pianistiek is echter te veel van het goede. Hamelin moet zich zo langzamerhand gaan ontdoen van zijn imago van acrobaat achter de piano en zijn aandacht gaan verleggen naar de hoogtepunten van de pianoliteratuur. Want ook daarin verdient hij een plaatsje tussen de toppianisten. Van de Schubert sonate D664, waarmee hij het recital opende, was net zo veel te genieten door zijn eenvoudige, pure benadering als van het klavierleeuwenrepertoire. En in zijn tweede toegift, een cabaretesk lied van Friedrich Hollaender, bleek hij ook nog uitstekend te kunnen fluiten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden