FLITSENDE ARTSEN GROEIEN ZONDER GRENZEN

Het Rode Kruis heeft het nakijken. In de harde concurrentie met de flitsende Artsen zonder Grenzen dreigt de traditionele organisatie het af te leggen. Verkoop, en dus aandacht in de media, daar gaat het om. Die kunst beheersen de avontuurlijke artsen als geen ander. Met de modder nog op de schoenen in het Journaal, dat levert geld op. Soms zijn de artsen wat al te snel en struikelen de hulpverleners over elkaar. Een portret van hulpvaardige boys en girls met groeistuipen.

WILMA KIESKAMP

Alles is er nieuw, zelfs het plein zelf. AZG kijkt uit over hartje stad, over het Casino, de yuppenflat Byzantium, het Vondelpark. Van kelder naar toplocatie, deze laatste verhuizing mist niets aan symboliek.

"Wat is het snel gegaan met ons" , mijmert Janine Osmers, hoofd public relations en fondsenwerving, bij de nog niet uitgepakte verhuisdozen en de nieuwe huisregels aan de muur. "Bij zo'n verhuizing merk je opeens dat we echt heel groot beginnen te worden." Ze heeft de kelder nog meegemaakt, en de fase van Ikea-klapstoelen in een zelfbehangen kantoor. "Ik had toen nooit verwacht dat we zo zouden groeien. We begonnen als vriendenclub, nu hebben we 350 000 donateurs."

Buitenstaanders voorvoelden het al langer: die snelle boys en girls van Artsen zonder Grenzen zouden het wel eens heel ver kunnen schoppen. De jaarcijfers geven aan hoe onstuimig de jonge club zich heeft ontwikkeld: van een 'omzet' (spraakgebruik van AZG zelf) van 28 miljoen in 1989 naar 58 miljoen in 1991, volgens de voorlopige cijfers. Het is nauwelijks voor te stellen dat in 1984, acht jaar geleden nog maar, Artsen zonder Grenzen wat omvang betreft nog een veredeld priveproject was van oprichter Jacques de Milliano, die in de woestijn van Somalie minister Schoo dagenlang achtervolgde met het verzoek om subsidie.

De Milliano wist toen al dat het zo niet zou blijven. "Ik had de sensatie dat we de toekomst naar ons toetrokken" , schrijft hij in zijn autobiografische boek over de spannende beginjaren. "De tijd kreeg een andere dimensie."

In 1992 is De Milliano nog steeds geen directeur die werkt vanuit zijn directiekamer. Hij heeft nog geen tijd gehad om zijn nieuwe kamer in te richten. Gasten ontvangt hij in het vergaderzaaltje. De Milliano's echte kantoor is het vliegtuig, de helikopter, de terreinwagen. Net als mededirecteur Roelf Padt en de rest van de top is hij bijna altijd op-weg-naar of net-terug-van een verre brandhaard.

"Ik ben net terug uit Soedan" , begint hij het gesprek. "Daar heb ik de vluchtelingenkampen bij Karthoum bezocht. Een kwart miljoen mensen zit daar samengepakt, gevlucht voor de burgeroorlog in het zuiden. De Soedanese regering wil hen dwingen te verhuizen naar kampen middenin de woestijn en wij moeten daar gezondheidsposten opzetten. Ik weet het nog niet - het lijkt net iets teveel op meebouwen aan een concentratiekamp. Ik heb een rapport geschreven voor de VN en het Europarlement. De internationale gemeenschap moet iets doen! Wat er nu in Soedan gebeurt, is hetzelfde als de grote deportaties in Ethiopie van enkele jaren geleden."

Janine Osmers is net terug uit Bangladesh, waar 200 000 Burmese moslims in geimproviseerde vluchtelingenkampen verblijven. Roelf Padt was daar eerder al. "Het leger van Burma is bezig om de systematisch alle moslims het land uit te jagen" , getuigde hij na terugkeer op Schiphol "Mannen worden weggevoerd, vrouwen verkracht."

Niemand kijkt er meer van op dat een medische missie na terugkeer dit soort uitspraken doet. Maar eigenlijk is het een merkwaardige dubbelrol die Artsen zonder Grenzen vervult: die van neutrale hulpverlener en politieke aanklager tegelijk. Artsen zonder Grenzen is het Rode Kruis en Amnesty ineen. Oprichter Jacques de Milliano is bijna evenveel politicus als arts.

Bij het publiek heeft deze dubbelrol hen juist populair gemaakt. Na de jaren zeventig en tachtig, waarin de derde wereld en ook de misstanden daar vooral met veel 'begrip' tegemoet getreden moesten worden, was de no-nonsense aanpak van AZG een welkome afwisseling. AZG drukt de projecten er desnoods door, tegen de wil van het betreffende land in. "Wij hebben geen last ven een postkoloniaal schuldcomplex" , schreef De Milliano eens. "Neutraliteit is weliswaar ons 'volkslied', onze regel is dat we ons verre houden van politieke inmenging en getuigenissen over schendingen van de mensenrechten. Maar neutraliteit mag nooit een alibi zijn om je ogen te sluiten. Blinde neutraliteit leidt tot medeplichtigheid."

De Milliano reisde eens per Iraanse militaire helikopter naar het Irakese Halabja, om daar als eerste te zien wat Saddam Hoessein de Koerden had toebedacht: gifgas. De persconferentie in een hotel in Teheran, waarop AZG het schokkende nieuws over Halabja bekend maakte, betekende voor AZG de doorbraak naar het internationale toneel. Dat AZG ook de speelbal van Iraanse belangen was geweest, deed voor de publieke opinie niet echt terzake. Halabja was daarvoor eenvoudig te erg.

Wat imago betreft kan de club haast niet stuk. 'De wedergeboorte van het Rode Kruis', jubelt Europarlementarier Jan-Willem Bertens (D66), die AZG heeft voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Vrede. Volgens Bertens was AZG de enige organisatie die na de Golfoorlog de sji'ieten in Zuid-Irak te hulp kwam, toestemming van Saddam Hoessein of niet (niet, dus).

Per kerende post ontving Bertens een ijzige brief van het Rode Kruis: "Geachte heer Bertens, wij zaten de hele tijd in Irak, wij waren zelfs de enige, op die twee maanden na dat ook Artsen zonder Grenzen er zonder vergunning hulp verleende" .

Het gebeurt telkens weer, dat Artsen zonder Grenzen gaat strijken met de eer voor een prestatie die het Rode Kruis net zo goed heeft geleverd. "In Bangladesh is het Rode Kruis zeer actief in de vluchtelingenkampen met Burmese moslims" , zegt Jaap F. Timmer, hoofd internationale zaken van het Rode Kruis Nederland. "Toch is in de media weer het beeld ontstaan dat Artsen zonder Grenzen de enige is die daar hulp verleent. Dat irriteert ons. Zij zijn de enige buitenlandse organisatie daar, het Bengaalse Rode Kruis doet zelf de meeste hulp. Met geld en personele ondersteuning uit Nederland, onder andere."

Dat Artsen zonder Grenzen hulp verleent in gebieden waar het Rode Kruis wegens het ontbreken van officiele toestemming niet durft te komen, klopt ook allang niet meer. "Het Rode Kruis zit in alle gebieden waar conflicten zijn" , zegt Timmer. "Waar zij zitten, zitten wij ook. Alleen, wij werken achter de schermen."

W. H. Cense, directeur van het Rode Kruis, stelt nuchter vast: "Wij vertrekken niet spectaculair naar een rampgebied, zoals de media dat graag zien. Van ons vindt iedereen het vanzelfsprekend dat we er zijn. Helaas hebben we van Artsen zonder Grenzen moeten leren dat je jezelf ook moet verkopen."

Nog steeds is het Rode Kruis Nederland groter dan AZG, maar hoe lang zal dat nog duren? Tussen de twee woedt een verbeten concurrentie om de Nederlandse 'geefguldens'. AZG besteedde in 1990 bijna 34 miljoen gulden aan projecten, waarvan trouwens maar een klein deel bestemd was voor pure noodhulp. De meeste AZG-projecten zijn voor langere tijd, in gebieden waar de problemen niet van gisteren dateren: armoe in Peru, burgeroorlogen in Oeganda en Mozambique, spanning in de Gaza-strook, cholera in de oerwouden van Brazilie. Effectief gaf het Nederlandse Rode Kruis meer geld uit aan noodhulp (40 miljoen), toch is in de publieke opinie Artsen zonder Grenzen de echte noodhulpverlener.

"Artsen zonder Grenzen presenteert zich als een echte rampenclub. Ik denk dat dat heel bewust gebeurt" , zegt Jaap Kemkes van de Werkgroep medische ontwikkelingssamenwerking (Wemos), een organisatie die alle medische ontwikkelingshulp inventariseert en kritisch volgt. "Op het beeld van noodhulp moet namelijk al het geld binnenkomen."

Advertenties van AZG openen in vette letters: "Oorlog, aardbevingen, hongersnood. Artsen zonder Grenzen biedt medische hulp." Persconferenties spelen zich af op Schiphol, met de modder nog aan de schoenen. Ook het boek dat Jacques de Milliano over zijn ervaringen schreef ('Tussen korenvelden en puinhopen') houdt tot de laatste bladzijde het beeld van de heroische rampenbestrijders vast. De Milliano noemt ze trots 'fakkeldragers'. Het zijn hulpverleners die desnoods hun operatiekamer met machinegeweren laten verdedigen.

Niet alle sympathisanten zijn even blij met het beeld dat hun club uitdraagt. "Het is een fijne organisatie om mee te werken, harde aanpakkers, maar dat Veronica-sfeertje word je wel eens zat" , zegt de Groenlose huisarts G. N. Zandstra, die in '91 een maand in de Koerdische kampen werkte.

De actie die AZG vorig jaar december bij Veronica uitzond, werd gesmoord in een golf van kritiek. Rijk de Gooijer, een van de bekende Nederlanders die verslag deed over een project van Artsen zonder Grenzen, noemde de uitzendingen teleurgesteld 'een goedkope kwis'. Toch bracht de actie mooi wel 31 000 donateurs a 50 gulden op.

Jacques de Milliano geeft toe dat het imago van AZG niet helemaal overeenstemt met de werkelijkheid. Maar dat ligt niet aan de organisatie zelf. "Noodhulp bij rampen krijgt overmatige aandacht, terwijl we zoveel meer doen. In de Veronica-actie hebben we juist aandacht gegeven aan de projecten in gebieden waarvan men niet weet dat wij daar ook werken. In Somalie, bijvoorbeeld, zitten we al sinds 1985."

Volgens De Milliano zijn de media al te tuk op rampen. "Die trekken nu eenmaal de meeste aandacht. In de Koerdische kampen in Oost-Turkije struikelde je over de verslaggevers. Maar voor een project in Mozambique zijn we blij als er eens per twee jaar iemand langskomt."

Hij speelt een beetje de vermoorde onschuld, want Artsen zonder Grenzen doet helemaal mee in het mediaspel. Een nationale tv-actie voor de slachtoffers van de bloedige oorlog tussen Servie en Kroatie zag AZG niet zitten, volgens Janine Osmers onder andere "omdat het conflict zo moeilijk in beeld is te brengen" . Geen camera's, geen geld, dat is nu eenmaal de werkelijkheid. AZG verleent, net als het Rode Kruis, wel hulp in het gebied.

'In het veld' krijgen De Milliano en de zijnen vooral veel waardering voor hun snelheid van werken. In Oost-Turkije was Artsen zonder Grenzen drie weken eerder dan de andere hulporganisaties aan de slag. "Snelheid is hun kracht, hun logistici organiseren in een paar dagen een heel project uit de grond" , zegt de Nijmeegse kinderverpleegkundige Willibrord Goverde, die een maand bij de Koerden werkte.

Goverde vond dat er soms wel erg lang aan het nood-denken werd vastgehouden. "Ik had het gevoel dat ze er in bleven hangen. In alles was hun houding: het is maar een noodsituatie. Ze vonden het bijvoorbeeld niet zo nodig om instrumenten goed schoon te maken. Daar moest je echt op aandringen. Ik denk dat dat typisch Artsen zonder Grenzen is. Aan de andere kant staan ze ook weer heel erg open voor kritiek."

De enorme dadendrang leidde ook tot pijnlijke vergissingen. Meermalen kwam Artsen zonder Grenzen te snel in actie. Bij de aardbeving in Mexico (1985) liepen de talrijke internationale hulpverleners elkaar voor de voeten. De Nederlandse artsen gingen na een week maar weer naar huis. In Colombia (1985) hetzelfde liedje; per overlevende van de vulkaanuitbarsting was er 17 kilo medicijnen.

Bij de aardbeving in Iran (1986) bleek Iran de zaken zelf prima in de hand te hebben. En ook bij de vulkaan Pinatubo op de Filippijnen (1991) viel bij aankomst weinig meer te opereren, zodat het AZG-team maar een voedingsprogramma voor de vrouwen en kinderen van een vluchtelingenkamp opzette. Een paar dagen na de start moest het project alweer beeindigd worden. Het kamp sloot, de bewoners verhuisden naar een ander toevluchtsoord.

Artsen zonder Grenzen zegt ook wel eens 'nee', steeds vaker zelfs. Op de vraag bijvoorbeeld, of ze vorig jaar in Rusland voedselhulp wilden organiseren. De Milliano: "Alles best, maar Rusland zat volgens ons nog lang niet in een noodsituatie."

De critici van vroeger vinden dat de jonge organisatie veel heeft bijgeleerd. "Een paar jaar geleden zouden ze nog met veel vertoon naar Rusland zijn gereisd" , vermoedt Jaap Kemkes van Wemos. "Ze beginnen zich er eindelijk van bewust te worden dat ze sommige dingen bewust niet moeten doen. In de public relations tonen ze zich nog steeds de oude Artsen zonder Grenzen, maar in onze directe contacten merken we al dat ze, zij het voorzichtig, veranderd zijn."

Wemos moet toegeven dat het succes van AZG in feite te danken is aan het falen van de 'geitewollensokken cultuur', zoals Jacques de Milliano de traditionele, verzuilde hulporganisaties noemt. "Het solidariteitswerk van de jaren zeventig en tachtig heeft zich niet genoeg weten te verkopen. Artsen zonder Grenzen past precies bij deze tijd: het is individuele hulpverlening, herkenbaar, zichtbaar, concreet. We hebben nu eenmaal de behoefte om goed te doen, om 'onze jongens' en 'onze meisjes' aan het werk te zien. Daarom ligt de functie van een club als Artsen zonder Grenzen eerder hier, in Nederland, dan daarginds, in de landen waar ze naar toe gaan."

Het aloude verwijt aan Artsen zonder Grenzen was en is dat noodhulp niets verandert aan de oorzaken van honger, ziekte en geweld. Noodhulp is dweilen met de kraan open. De Milliano heeft het altijd een flauwe en typisch Nederlandse discussie gevonden (hij is zelf Belg). "Noodhulp heeft hier een vreemde connotatie. Er is een eeuwige discussie over de vraag wat beter is: noodhulp of structurele hulp. Net alsof er gekozen moet worden. Volgens mij zijn het gewoon twee verschillende disciplines, met verschillende doelstellingen."

Maar hoe goed kan Artsen zonder Grenzen zelf het onderscheid maken tussen die twee disciplines? Intern weet iedereen dat eigenlijk de structurele hulp de hoofdactiviteit is van de organisatie. Velen willen dat dit nu ook een officiele doelstelling wordt. Maar na een 'strategische organisatieronde' is vorig jaar de noodhulp weer tot prioriteit gekozen. Voor langer lopende projecten komt er een aparte, nieuwe organisatie. Een groot aantal projecten moet naar de nieuwe divisie worden afgestoten.

'Veteraan' Nettie Kamp, die als arts in totaal 4 1/2 jaar voor AZG-Belgie en Nederland uitgezonden is geweest, moet het allemaal nog zien. "Ze roepen al jaren dat ze voor structurele hulp een aparte divisie willen beginnen, ik vrees dat er ook dit keer niets van terecht komt."

Kamp: "Als noodhulporganisatie hebben ze bestaansrecht. Dat doen ze ook goed. Maar eigenlijk zitten ze op de meeste projecten structurele hulp te geven. Ik heb gewerkt in Mozambique en Peru, langer lopende projecten. In Mozambique stond ons ziekenhuis zelfs onder de directe verantwoordelijkheid van het ministerie van gezondheid. Ondertussen zijn de mensen die de boel coordineren echte noodhulp-types. Doeners, de handen aan de ploeg. Over doelstellingen wordt niet gesproken. Er wordt pas sinds kort geevalueerd. De filosofie is: wij zijn toch van die aardige, jonge mensen, dus het lukt ons vanzelf wel."

Dat veel projecten slagen, is vaak 'ondanks' AZG, zeggen de uitgezondenen. "Midden in de woestijn van Soedan hadden wij hoogoplopende ruzie over de koers" , vertelt voedingsdeskundige Marijke Kuipers, die een half jaar voor de organisatie werkte. "Iedereen had zijn eigen project, daar kwam het op neer. Ik had een klasje opgericht waarin ik lokale mensen leerde over voeding en landbouw, maar na een half jaar kwam mijn opvolgster en schafte het klasje weer af. De ene arts nam een lokale verpleegkundige in dienst, zijn opvolger ontsloeg haar weer, omdat hij het beter vond om alles zelf te doen. Op die manier loopt dat project dus al zes jaar. Mensen worden onvoorbereid naar Soedan gestuurd. Toen ik ging hoefde je zelfs geen cursus te doen. Twee weken na mijn eerste telefoontje zat ik al in het vliegtuig."

Volgens Kamp en Kuipers zijn er zeer veel ex-AZG'ers die met met gemengde gevoelens op hun werk terugkijken. Irritatie is er vooral over het personeelsbeleid. AZG benoemt onervaren mensen tot coordinator en is verbaasd als na een paar maanden de boel fout loopt. AZG werft te weinig kritisch, leent zich te vaak voor het uitzenden van jonge mensen die alleen maar het avontuur zoeken.

Beloften over een sociale regelingen (pensioen, ziekenfonds, WW) voor mensen die langere tijd in het buitenland werken, worden niet nagekomen. De vergoeding van 1200 gulden per maand is hooguit toereikend voor mensen die onbetaald verlof hebben opgenomen, niet voor de werkers wier contract keer op keer wordt verlengd. Pas sinds kort krijgt deze groep een paar honderd gulden per maand extra.

"Er zijn zo langzamerhand een heleboel mensen die het superpositieve beeld van Artsen zonder Grenzen wel eens willen bijstellen" , zegt Nettie Kamp.

Maar waarom werkten ze dan zo lang voor de organisatie? "Het is tegenwoordig erg moeilijk om via de klassieke organisaties uitgezonden te worden. Dus als je toch naar de derde wereld wilt, kan Artsen zonder Grenzen een mooi opstapje zijn. Zo ben ik er ook aan begonnen, eerlijk gezegd."

Het hoort er waarschijnlijk allemaal bij: vriendenclub groeit uit tot miljoenenbedrijf, dat gaat nu eenmaal niet zonder de nodige horten en stoten. "Het is voor ons belangrijk en noodzakelijk om onze doelen opnieuw helder te stellen. We moeten taken scheiden. We kunnen niet alles doen."

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden