Flirten met een monster

Waarom krijgt de Noor Anders Breivik, die maandag voor de rechter staat, liefdesbrieven? De Zweedse hoogleraar Micael Dahlén zocht naar de oorsprong van de fascinatie voor moordenaars en schreef er een boek over: 'Monsters'.

Nadat hij de Nederlandse studente Renée Hartevelt had opgegeten, werd Issei Sagawa binnen de kortste keren een ster. De Japanner had de vrouw in zijn Parijse appartement uitgenodigd, doodgeschoten en in stukken gesneden. Het meisjesvlees smaakte, zei hij, als goede tonijn, het vlees boven de hals vond hij het lekkerst, de dijen stilden de honger het best.

Na de moord in 1981 was Sagawa wekenlang hét onderwerp van gesprek in Parijse taxi's. Zijn boek over het misdrijf werd immens populair in Japan. The Rolling Stones noemden Sagawa hun vriend in het nummer 'Too Much Blood'. Sagawa is nog geen 1.50 meter lang, maar door media en publiek werd hij tot een reus gemaakt.

Moord verleidt. De Deen Peter Lundin (vier doden) krijgt in de gevangenis dagelijks bezoek van vrouwen die met hem naar bed willen. De Amerikaan Charles Manson (negen doden) is een miljoenenindustrie. Elk jaar verschijnen nieuwe boeken over hem en worden tal van T-shirts, mokken en badhanddoeken met daarop zijn beeltenis op de markt gebracht. Murderabilia als handtekeningen en brieven van zijn hand, gaan als warme broodjes over de toonbank.

Over de menselijke voorliefde voor slechteriken schreef de Zweedse hoogleraar Micael Dahlén het boek 'Monsters'. Daarin bespreekt hij vijf moordenaars (en zijn ontmoetingen met hen!) en probeert hij te verklaren waarom zij ons intrigeren. "Natuurlijk ben ik me ervan bewust dat ik met mijn boek zelf deel uitmaak van die industrie", erkent Dahlén. "Ik kan een academische studie maken van dit fenomeen, maar die wordt door gemiddeld vijf mensen gelezen. Dan liever dit boek."

Dahléns fascinatie begon met een krantenkop. 'Stop sending me love letters!' was de hartekreet van een jonge fabrieksarbeider uit het Zweedse Södertälje die, jaren eerder, twee politieagenten had vermoord. Hij had een gruweldaad gepleegd maar werd, blijkens het artikel, overladen met liefdesbrieven. "Ik kon niet begrijpen dat dit kon", zegt Dahlén. Maar hoe meer hij om zich heen keek, hoe meer bewijs hij vond voor de veronderstelling dat moord aantrekt.

Het is weliswaar slechts een klein groepje fanatici dat moordenaars liefdesbrieven toestuurt, maar wij voelen allemaal de aantrekkingskracht die van hen uitgaat, ontdekte Dahlén. "Het is de ultieme paradox: de ergst denkbare daad - moord - belonen we!" Dahlén dook in het onderwerp en voelde zijn eigen aanvankelijke walging gaandeweg overgaan in fascinatie.

"Waarom doe ik dit, wat is er met me aan de hand?", schrijft hij in het tweede hoofdstuk van 'Monsters'. "Dát vond ik het meest angstwekkend. Als hoogleraar word ik geacht afstand te bewaren en analytisch te denken, ik ben een weldenkend mens. En ineens vond ik mezelf terug tussen de krantenknipsels, steeds dieper wegglijdend in een moeras van verheerlijking."

Als Dahlén eindelijk is uitverkoren om Charles Manson te bezoeken - de moordenaar van onder meer actrice Sharon Tate - is het of hij hallucineert. "Ik zat zes uur lang met Manson opgesloten en vanaf het moment dat ik de ruimte betrad, vroeg hij mijn complete aandacht. Hij danste om me heen, kroop in mijn hoofd, dwong me om alleen de adem in te ademen die hij uitademde - dat is extréém krachtig. Ik heb er uren over nagedacht, maar ik geloof niet dat het menselijk brein erop gebouwd is om te begrijpen wat ik met Manson in die ruimte heb meegemaakt."

Dahlén waagt een psychologisch onderzoek aan het fenomeen. Twee groepen mensen legt hij dezelfde tekst voor over John, een doodnormale man. John houdt van sport, muziek en reizen, en ziet er gemiddeld uit. De ene groep krijgt de doorsnee-profielschets te lezen, de andere groep krijgt de tekst, met daaraan één zinnetje toegevoegd: "Enige tijd geleden heeft John iemand vermoord."

Conform Dahléns verwachtingen, voelt de groep die de tekst over John-de-moordenaar leest, meer sympathie voor hem dan de groep die John als een alledaagse wereldburger ziet.

Waarom heeft God ons zo gemaakt dat wij door slechteriken gefascineerd zijn, vraagt Dahlén zich retorisch af in zijn boek (zijn antwoord: 'Gods wegen zijn ondoorgrondelijk'). En waar komt die fascinatie vandaan? Hij kan alleen maar gissen. Deels verklaart hij de bekoring vanuit de evolutietheorie. Om te overleven is moord immers de ultieme manier: "In feite stammen we allemaal af van moordenaars." En, zegt hij, wij mensen raken opgewonden van datgene waarvoor we bang zijn. "Zwemmen met haaien, met een elastiek om je benen van extreme hoogte naar beneden springen en het ontmoeten van een moordenaar, het is in feite hetzelfde."

De fascinatie voor de moordenaar betekent bovendien een tijdelijke ontsnapping uit het eigen zwart- witte leven. "Als je op de grens bent geweest van leven en dood, dan is al het andere even onbelangrijk. Wat doe ik op een podium, business-strategieën uitleggen, als ik tegenover Charles Manson heb gezeten?"

Raakt zo'n ontmoeting aan het bovenmenselijke? Die vraag stelt hij zichzelf nadat Peter Lundin hem een exemplaar van zijn memoires had gegeven met voorin de opdracht: 'Nietzsche rules!' Hij denkt aan Nietzsche's visie van de Übermensch - de mens die niet aan grenzen is gebonden - en stelt zichzelf de vraag: Is de moordenaar de Übermensch van de jaren 2000?

Nee, zegt Dahlén nu. "We verwarren de handeling met de persoon. Als de persoon iets onmogelijks doet, vermoeden we dat hij of zij bijzonder is en in niets lijkt op wie dan ook. Deze mensen zijn niet de fantasiefiguren die wij denken dat ze zijn. Het was makkelijker als Charles Manson was geboren met hoorntjes op zijn voorhoofd en we zeker wisten dat niemand anders dit zou doen, maar dat is niet zo. Manson is een mens."

Schuilt er dan een seriemoordenaar in ieder van ons? Dahlén is lange tijd stil. "Nee. Maar de instincten zijn er wel. Gelukkig heeft het beschavingsproces ons zo gestuurd dat we daarop niet handelen."

Dahlén herdenkt de slachtoffers van de vijf (serie)moordenaars, in het eerste, inleidende hoofdstuk van zijn boek. Want, zegt hij, hen vergeten we te vaak. "Laten we nooit, nooit uit het oog verliezen dat deze mensen griezels zijn. Ik wil dat wie mijn boek leest, stilstaat en zich afvraagt: Doe ik dit ook, verheerlijk ik die types? Wat zegt dat over mij?"

Hij dacht altijd dat de verheerlijking zich pas ontspon als de tijd de scherpe randjes van de daad had gehaald. Maar zelfs het appartement in Toulouse waarin Mohamed Merah vorige maand werd gedood, was binnen een dag een toeristische attractie. De Noor Anders Breivik kreeg binnen een maand zijn eerste liefdesbrief. Eerst van aanbidders die letterlijk verder van hem verwijderd waren, maar al snel ook van dichtbij.

Zelfs Dahlén, deskundig als hij is op het gebied van de fascinatie met moordenaars, was geschokt. "Ik was ervan overtuigd dat Breivik en zijn daad buiten het bereik van mijn boek zouden vallen. Maar dat bleek niet het geval."

Monsters

Micael Dahlén is hoogleraar aan de Stockholm School of Economics. In 2008 schreef hij het boek 'Nextopia', over, wat hij noemt, de expectations society, waarin de mens altijd bezig is met de toekomst en met verwachtingen.

Afgelopen maart verscheen bij uitgeverij Spectrum de Nederlandse vertaling 'Monsters'.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden