Flinke klap voor webwinkels in de VS: ze moeten omzetbelasting gaan betalen

Het hooggerechtshof in Washington.Beeld afp

Wie zaken doet in een Amerikaanse staat met een webwinkel is daar net zo 'aanwezig' als wie achter een echte toonbank of kassa staat. Met die vaststelling heeft het Amerikaanse Hooggerechtshof donderdag een streep gehaald door een regel die webwinkels veel concurrentievoordeel bracht: vrijstelling van omzetbelasting.

Die sales tax wordt in veel staten geheven over een aankoopbedrag, ongeveer zoals je in Nederland BTW betaalt. Omdat die in elke staat anders is, staat het nooit op de artikelen zelf, je merkt het pas bij de kassa.

Behalve als die kassa een knop op een website is. Webwinkels rekenen doorgaans geen aankoopbelasting. Dat hoefde tot nu toe niet, tenzij het bedrijf 'fysiek aanwezig' was in de staat waar de klant woonde. Het kan daarbij gaan om het hoofdkantoor, maar bijvoorbeeld ook om een pakhuis.

Die regel was prettig voor webwinkels, die daardoor goedkoper konden zijn en beter concurreren met gewone winkels. Maar het scheelde de Amerikaanse deelstaten bij elkaar tientallen miljarden dollars. En dat allemaal vanwege een regel die was ingesteld door het Hooggerechtshof zelf, in 1992, in de zaak ' Quill v. North Dakota'. Toen ging het nog niet om een webwinkel, maar om een leverancier van computersoftware, die op floppy disks naar de klant werd gestuurd. En daarbij baseerde het hof zich op een nog oudere uitspraak, uit 1967, over een postorderbedrijf.

Al die tijd vond het Hooggerechtshof dat je niet kon verwachten dat een bedrijf belasting hief voor staten waar het helemaal niet gevestigd was. Maar sinds gisteren is er dus een nieuwe regel: in het arrest South Dakota v. Wayfair besloot het hof een streep te zetten door de eigen jurisprudentie. Handel via internet is nu eenmaal niet plaatsgebonden, en is zo massaal geworden dat het onderscheid de concurrentie met gewone winkels vervalst.

Extra werk voor kleine webwinkels

De zaak draaide om een nieuwe wet van de staat South Dakota, die bedrijven waar dan ook in de VS dwingt om belasting af te dragen over handel die ze in South Dakota drijven. Zodra de omzet hoger is dan 100.000 dollar, of er meer dan 200 transacties zijn met mensen in de staat, moet 4,5 procent worden afgedragen.

Toen Dakota die wet maakte, was al duidelijk dat die in strijd was met de eerdere uitspraken van het Hooggerechtshof. Een deelstaat kan in zo'n geval rechtstreeks naar het hof stappen om te vragen die oude uitspraken te herroepen. Bijna alle van de vijftig Amerikaanse staten en de federale regering hadden zich bij die oproep aangesloten.

Toch waren niet alle rechters het met de uitspraak eens. De stemming was 5-4. Onder andere de voorzitter van het hof, John Roberts, vond dat het Congres de zaak maar bij wet had moeten regelen, voor alle staten gelijk. Nu moeten, vreest hij, kleine handelaars op het web misschien wel de regels van de verkoopbelasting in tientallen staten bestuderen. Zullen die wel door hebben, zo vroeg hij zich af, dat in de staat Illinois Twix wordt belast als voedsel omdat er bloem in zit, maar Snickers als snoep?

Lees ook: Waarom Donald Trump Amazon niet kan uitstaan

Amazon is het pispaaltje van de Amerikaanse president Trump. Beschimpt hij de webwinkel ten gunste van de lokale winkelier? Of van zichzelf? Trumps afkeer komt voort uit de veronderstelling dat Amazon, anders dan gewone winkels, niet netjes zijn belasting betaalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden