Flexwerker stapelt nog steeds banen om rond te komen

In oktober vorig jaar vroegen flexwerkers tijdens de World Day for Decent Work om meer zekerheid. Beeld ANP

Oproep­krachten boeren beter dan tijdens de crisis. Toch redden ze het vaak niet zonder extraatje.

Meerdere banen in één werkweek proppen; oproepkrachten doen het vaker dan tien jaar geleden. Sinds 2007 steeg het aantal oproepkrachten met meerdere banen met bijna 20 procent, blijkt uit gisteren gepubliceerde cijfers van onderzoeksbureau TNO. Een kwart van deze flexwerkers zonder vaste uren komt zonder die extra werkzaamheden niet rond.

Zorgelijk? De cijfers van TNO geven daar niet direct antwoord op. Ten tijde van de crisis was de groep flexibele krachten in financiële nood aanzienlijk groter. Vijf jaar terug meldde een derde van de oproepkrachten dat het water hen aan de lippen stond als ze het bij één baan hielden. Een jaar later gaf 40 procent van de uitzendkrachten hetzelfde aan. Sindsdien lijkt er juist een andere trend zichtbaar: oproep- en uitzendkrachten redden het steeds beter met één baan. 

Maar, zegt TNO-onderzoeker Sarike Verbiest, deze flexwerkers geven nog altijd vaker dan mensen in vaste dienst aan dat ze het zonder extraatjes naast hun ‘hoofdbaan’ niet redden. Vaste krachten geven hun ontwikkeling of de behoefte aan variatie juist als reden op voor een baantje erbij. Is er geen spreekwoordelijk stukje maand over aan het eind van het geld van oproepkrachten, dan werken ze meer omdat ze willen sparen voor iets extra’s.

Gezondheid

Verbiest vermoedt dat het stapelen van banen meer problemen geeft dan het TNO-onderzoek nu toont. Ook qua gezondheid kan het gevolgen hebben. “We hebben alleen gekeken naar de hoofdbaan van respondenten. Daar vallen de risico’s mee. Wat we niet weten is hoe groot die zijn in combinatie met andere banen. Stel: je belast bij jouw hoofdbaan je rug en doet dat ’s avonds bij een andere baan nog eens. De werkgever van die tweede baan weet niet dat je al de hele dag hebt lopen tillen en houdt daar dus geen rekening mee. Mijn hypothese is dat aan het banenstapelen meer risico’s kleven dan we nu hebben onderzocht.”

Verbiest en haar collega Karolus Kraan ontdekten ook dat oproepkrachten minder tevreden zijn over hun baan dan tien jaar terug. Gaf in 2007 80 procent aan senang te zijn met zijn baan, tien jaar later lag dat percentage op 73 procent. De reden? “We zien dat er tegelijkertijd met die toenemende ontevredenheid trends opkwamen die het werk minder aantrekkelijk maakten. Oproepkrachten hebben in de afgelopen tien jaar autonomie verloren, zagen de werkdruk toenemen en ervoeren dat de fysieke belasting toenam.”

Half miljoen

Nog een opvallende ontwikkeling: in krap tien jaar tijd is de groep oproepkrachten sterk toegenomen. Van 326.000 in 2007 naar ruim een half miljoen tien jaar later. Bijna 70 procent van dit type flexwerkers is tussen de 15 en 25 jaar oud, tonen cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Vooral studenten en scholieren met een bijbaan dus. Toch zijn nog altijd 160.000 mensen met een oproepcontract ouder dan 25 jaar. Een aantal is zelfs boven de 45 jaar oud. Opvallend, zei Verbiest eerder al in deze krant. “Ik ga ervan uit dat het dan niet meer om een bijbaan gaat en dat mensen ervan moeten leven.”

Lees ook:

Het aantal flexwerkers is in vijftien jaar bijna verdubbeld

De flexibele schil groeide in vijftien jaar tijd met 75 procent. Vooral de groep zzp’ers en oproepkrachten groeide hard. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden