Flexwerker komt nog maar moeilijk aan vaste baan

Beeld Trouw. Bron: Rijksoverheid

Werknemers hobbelen vaker van het ene tijdelijke baantje naar het volgende flexibele contract. De kans dat zij langer dan drie jaar alleen maar flex-arbeid verrichten is tussen 2006 en 2010 verdrievoudigd, van 10 naar 30 procent.

Die gegevens staan in een onderzoek dat het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid liet uitvoeren door SEO economisch onderzoek. Minister Lodewijk Asscher maakt in het najaar duidelijk hoe hij flexwerk wil indammen.

Een tijdelijk arbeidscontract is op zich niet erg, maar als werknemers in deze flex-vormen blijven hangen en nooit aan een vaste baan toekomen, is er sprake van een maatschappelijk probleem. Zij hebben te weinig zekerheden en vallen vaak terug in de bijstand. Maar bij degenen die aan de slag zijn, verschilt het inkomen niet veel van anderen. En werkgevers, zo blijkt uit het onderzoek, investe- ren ook in scholing voor flexwerkers.

Asscher herhaalde gisteren in een brief aan de Tweede Kamer wat ook al in het regeerakkoord staat: het mag geen goedkoop alternatief zijn voor vaste contracten. Over zijn benadering zei de minister vorige maand in deze krant: "Er is wegwerparbeid ontstaan. Flexibiliteit is goed voor de economie. Het ging mis toen het de standaard werd. Eerst hadden mensen een tijdelijk contract en kwam er daarna een betere aanbieding, maar dat laatste is verdwenen. En dat moet terug."

Het percentage werknemers met een tijdelijke baan was in 2000 nog 17 procent. Nu is het 27 procent. De economische crisis speelt daarbij een rol. In deze jaren willen werkgevers minder risico's en nemen ze vaker mensen aan op een tijdelijk contract. Anderzijds wordt er bij reorganisaties als eerste gesneden in het aantal uitzendkrachten en andere flexwerkers. Per saldo groeit de flexibele schil in economisch slechte jaren.

Vast contract
Een groeiend aantal flexwerkers valt terug in een uitkering, constateren de onderzoekers van SEO. Dat gebeurt in tijden van crisis, maar ook daarvoor en daarna. Binnen drie jaar concludeert 17 procent van de flexwerkers dat een beter contract er niet inzit en stopt daarom helemaal met werken.

Ouderen hebben veel vaker een vast contract dan jongeren. Maar als ouderen een tijdelijk contract hebben, is het heel lastig om weer vast aan het werk te komen. Autochtonen hebben vaker een vast contract dan allochtonen en mensen met een hogere opleiding zijn ook vaker op basis van een vast dienstverband aan de slag dan werknemers met een lagere opleiding.

Verder blijkt uit het onderzoek dat huishoudens met langdurig flexibele werknemers gemiddeld minder verdienen dan huishoudens van mensen met een vaste aanstelling, maar de verschillen zijn klein. Regelmatig houden flexwerkers het inkomen op peil met het salaris van een partner.

Maar onder de flexwerkers zitten relatief veel alleenstaanden, ook met kinderen. Die hebben geen partner om op terug te vallen, waardoor het risico op armoede daar groter is. Toch is het aantal huishoudens dat minder verdient dan bijstand klein: 0,7 procent gemiddeld.

Zes jaar tijdelijke contracten
Wat er wel en niet mag bij het maken van tijdelijke arbeidscontracten staat in de Flexwet. Die werd in 1999 ingevoerd om te voorkomen dat werknemers eindeloos van het ene in het andere tijdelijke contract rollen. Zo mag een tijdelijke arbeidsrelatie in principe niet langer dan drie jaar duren. In principe, omdat daarvan mag worden afgeweken als vakbonden en werkgevers dat afspreken in de cao. In de praktijk is dat de afgelopen jaren veelvuldig gebeurd. Vakbonden hebben daarmee ingestemd.

De Flexwet zegt dat na drie opeenvolgende contracten voor bepaalde tijd automatisch een vast dienstverband ingaat. Ook wanneer iemand langer dan drie jaar aan de slag is op flex-contracten komt hij of zij in vaste dienst. Onder meer in de horeca hebben werkgevers en werknemers deze periode opgerekt: een werknemer kan zes jaar op tijdelijke contracten aan de slag zijn voordat hij of zij een vaste aanstelling krijgt.

 
Flexibiliteit is goed voor de economie. Het ging mis toen het de standaard werd.
Lodewijk Asscher
Beeld Trouw. Bron: Rijksoverheid

Sociaal akkoord
VVD en PvdA willen 'flexibele en vaste arbeid beter met elkaar in balans brengen', zo schreven zij vorig jaar in het regeerakkoord. In het sociaal akkoord met vakbonden en werkgevers maakte het kabinet afspraken. Nu is nog de regel dat niet meer dan drie contracten in drie jaar mogen worden afgesproken met een tussenpoos korter dan drie maanden. In het sociaal akkoord is onder meer afgesproken dat het gaat worden: maximaal drie contracten in twee jaar met een tussenpoos korter dan zes maanden.

Vakbonden en werkgevers willen de mogelijkheid houden om van deze regel af te wijken als in een branche veel met flexibele contracten wordt gewerkt.

Wat is flexwerk?
Flexwerkers zijn alle werknemers met een tijdelijk contract, uitzendkrachten en oproepkrachten. In het onderzoek van SEO gaat het alleen om mensen die minimaal twaalf uur per week werken en een arbeidscontract hebben voor bepaalde tijd, ook als een vaste aanstelling in het verschiet ligt, of met een wisselend aantal uren per week.

De groei van het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) kan ook tot het fenomeen van de flexibilisering van de arbeid worden gerekend, maar is in het SEO-onderzoek niet meegenomen. Zzp'ers werken in opdracht en hebben doorgaans geen (tijdelijk) arbeidscontract.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden