Flexibele vrouwenliefde

Ligt je seksuele voorkeur vast? Nee, ontdekken veel vrouwen. Ze verkennen de flex-seksualiteit. Zo heeft Sybilla Claus nu een man, maar ze blijft de lesboscene trouw.

Mijn mooiste collega draagt graag strakke jeans, daarboven een kraakheldere witte designbloes, stoere laarzen, het haar in een korte staart. De quadriceps tekenen zich af tegen de nauwsluitende stof. 's Zomers valt er nog meer te zien: gespierde bovenarmen en een goede borst- en schouderpartij. Twintig jaar geleden was ze dan ook kampioen bodybuilding.

Met plezier bekijk ik dagelijks de dames om me heen. Decolletés, blote buiken, korte rokjes, paardenstaarten. Eigenlijk is dit mijn lijflied, het plaatje dat in 1975 op nr 1 stond: 'Girls' van The Moments and the Whatnauts.

Girls, I like 'em fat, I like 'em tall / Some skinny, some small, I got to get to know them all / Girls, love the things they know, love the things they show / Got to be with a girl - pretty girls / The sunshine in their hair, the perfume that they wear / Girls are everywhere...

Toch ben ik al vijf jaar gelukkig met een man. Brede schouders, een nog bredere lach, grote handen, perfecte billen. Als ik 's ochtends zijn pasgeschoren schedel zie, zwart op het witte sloop, kan mijn dag niet meer stuk.

"Mijn lesbische vrouw", grapt hij wel eens. Want vijftien jaar lang leefde ik met volle teugen het lesbische leven (denk niet dat vrouwen aan vanilleseks doen, het ging er wild aan toe).

De vriendinnen van destijds heb ik meegenomen, en tijdens vijftien jaar 'met mannen' heb ik er nog meer bij gemaakt. Aan die lesbocirkel moest mijn heterovriend echt wel wennen. Sporten doe ik het liefst bij Smashing Pink, 's werelds grootste gay tennisclub. Elk seizoen moet ik daar wel aan iemand opbiechten dat ik met een man ben. Vreemd moment, hoe zal het vallen? Volgt er lichte teleurstelling? Afwijzing? Zal er geroddeld worden? Coming out!

Coming out als wat? Afgedwaalde vrouwenliefhebster? Maar mijn liefde voor vrouwen gaat nog diep. Als biseksueel dan? Dat woord heeft zo'n negatieve lading, alsof je onbetrouwbaar, promiscu bent, of niet durft te kiezen. Als hetero, omdat ik nu met een man ben? Alsof ik mijn lesbische leven zou kunnen uitwissen. Bovendien suggereert een term, een naam, een label, dat je iets weet van een persoon van wie je in feite nog niets weet. En waarom zou je 'iets' moeten zijn? Denken in hokjes is een menselijke basisbehoefte. Bovendien was en is het claimen van identiteiten nodig in de strijd voor gelijke rechten.

Maar elke term om een seksuele identiteit te omschrijven blijkt delicaat, want betwistbaar. Homoseksualiteit is een geaardheid, daar ben je mee geboren, en daarna verandert er niets meer, stelt neurobioloog Dick Swaab in 'Wij zijn ons brein'. Academici van homo- en genderstudies menen daarentegen dat vrouwelijkheid, mannelijkheid en gender constructies zijn, die per cultuur variëren. Deze twee stromingen lijken onverzoenlijk, terwijl zo logisch is dat zowel aanleg als omgeving bepalend zijn.

Vreemd genoeg nemen de meeste homo's Swaabs zienswijze over. Het is een argument dat geen tegenspraak duldt: "Ik kan er niks aan doen". Even makkelijk voor hetero's, die zich niets over hun eigen voorkeuren hoeven af te vragen. Maar hoe blij kun je zijn met een nephelderheid?

Denk ook aan de grote druk die transgenders voelen om zich in het binaire systeem te bepalen: ben je nu vrouw of man?

Ik vind 'geaardheid' klinken als een ziekte, die niet te verhelpen is. Terwijl seksualiteit zoveel moois te bieden heeft. Liever spreek ik van seksuele voorkeur. Maar dat woord impliceert het begrip 'keuze', en dat roept heftige reacties op bij gay activisten. Want juist in de strijd voor gelijke rechten met orthodox-religieuze groeperingen is keuze een thema. Kerken, islam, en het strafrecht in talloze landen veroordelen wel het gedrag - niet de geaardheid. En gedrag, dat heb je zelf in de hand. Als homoseksualiteit 'toch maar een lifestyle is', eist de strenge reli-lobby dat je van voorkeur verandert.

"Dat kan ik niet!", zegt een homovriend daarover. "Tot mijn twintigste was de druk om hetero te worden zo groot dat ik niks met mijn homo-gevoelens deed. Maar die waren er, die moest naar buiten, hoe dan ook. Ik ben homo, dit is deel van mij."

Goed dan. Híj mag ermee geboren zijn, en ik ken ook genoeg 100 procent lesbo's voor wie mannen geen optie zijn. Maar ik dan? Ik kan wel kiezen. Levend in een kring van homovrienden (V/M) in een heterowereld heb ik lange tijd gedacht dat ík de uitzondering was. Tot ik het baanbrekende boek las van Lisa Diamond, getiteld 'Sexual fluidity. Understanding women's love and desire'. Uit 2008, dus ik loop jaren achter, maar toch. Psychologe Diamond volgde in de VS, in een zeldzaam langlopend onderzoek van tien jaar, een groep van honderd vrouwen (bij aanvang tussen de 16 en 23 jaar). De vrouwen waren geworven op Amerikaanse universiteiten, hogescholen en in vrouwengroepen, en 'hadden' allemaal iets met het thema. Om te kijken hoe aantrekkingskrachten tussen vrouwen zich ontwikkelen, liet Diamond de vrouwen dat noteren op een schaal van 0 tot 100 procent. Bij de eerste ronde gesprekken noemden 38 deelneemsters zich lesbisch, 11 hetero. De anderen noemden zich voor de ene helft bi; de andere helft (een kwart van het totaal) zag zich als niet-hetero, maar wilde geen identiteit claimen.

Diamond had verwacht dat ze niet veel van identiteit zouden wisselen. Uitkomen voor je voorkeur kan in het Westen nu immers voor velen al op jonge leeftijd, zonder groot gevaar. Mis! Na tien jaar, in 2005, was meer dan tweederde van de groep minstens éénmaal van identiteit veranderd. Diamond dacht dat veranderingen met name richting lesbo of bi zou gaan. Weer mis: het ging van lesbo naar bi, en andersom; van he naar bi, en bovenal van 'iets' naar niets meer willen benoemen. De radicaal andere conclusie: naarmate vrouwen ouder worden, krijgen zij bredere seksuele opties en ervaringen, die zij niet meer in hokjes willen plaatsen.

Dus zo vreemd was ik niet. Wat bleek nog meer: degenen die in het onderzoek tien jaar lang lesbisch bleven, waren in de minderheid. Wat een openbaring om met mijn seksuele flexibiliteit ineens bij een meerderheid te horen! Ook in dat gevoel sta ik niet alleen. De jonge vrouwen uit het onderzoek gaven aan dat ze zich na een 'wisseling' gegeneerd voelden, omdat ze dachten dat zij de afwijking vormden van het standaardpatroon he of ho.

Het verbaast me niet dat 'Sexual Fluidity' niet is vertaald. De blijde bi-boodschap is nooit populair geweest. Biseksuelen zijn vaak gezien als lafaards en profiteurs. In academia- bij homo- en vrouwenstudies - is het boek amper opgemerkt. Bij het negeren ervan speelt ook de barrière tussen biomedici en sociale wetenschappers een rol. Diamond pleit, vergeefs, voor een 'dynamische-systemen benadering'.

Toch is het tijd dat COC en overheid hun voorlichting aanpassen aan de inzichten van Diamond, die worden ondersteund door andere studies. Zelfs het internationale seksuele rechten-model, dat is gebaseerd op stabiele lichamelijke categorieën, moet op de schop. Zodat jonge meiden en oude dames weten dat wat zij meemaken, niet uitzonderlijk is. En al die mannen die als familievader toch even parkeren bij een gay cruising plaats? Zijn die nu bi, homo, of gewoon flexibel?

In het onderzoek van Diamond had (alweer onverwacht) 60 procent van de lesbo's, sinds zij zich zo noemen, wel eens seks met een man gehad. Waarom? vroeg ik bij een lezing over dit boek aan oudere lesbo-dame. "Omdat ze dronken waren", zei een 65-jarige in houthakkershemd. Diamonds antwoord: lesbo's doen het met mannen omdat dat zo makkelijk gaat, ze zich niet emotioneel hoeven te binden, en niet vrezen om verliefd te worden.

Maar als je het nou een half jaar lang met een man doet, ben je dan nog steeds lesbisch?

Identiteit is iets wat je uitsluitend zelf kunt voelen en benoemen. Diamond rafelt het concept 'lesbisch' uiteen in drie componenten: identiteit (zelfpresentatie), oriëntatie (aantrekkingskrachten) en gedrag. Die hoeven niet met elkaar te sporen. Je kunt je lesbisch noemen, niet aan seks doen, en louter over gangbangs met mannen fantaseren.

Fluïditeit is niet hetzelfde als biseksualiteit. Het geldt voor (bijna) iedereen op het seksuele spectrum, van exclusief hetero tot exclusief homo. Op momenten dat je leven sterk verandert, komen andere opties in zicht.

Bij mij gebeurde dat bij de overstap van een ingeslapen stedelijk gymnasium waar niemand het woord 'lesbisch' in de mond nam, naar een studentenstad waar anarchisten, feministen en andere vrije radicalen om aandacht schreeuwden. Waar vrouwen hun eigen ideeën en leven creëerden in een vrouwenboekhandel, -café, -karateschool. Hun kracht werkte als een magneet: ik voelde me niet thuis in die wereld waarin mannen het voor het zeggen hadden. Langzaam weekte ik los van mijn grote liefde - een man. Gaandeweg lesbisch worden was voor mij een logisch vervolg.

Precies dat concludeert Diamond: er zijn levensfases, situaties en relaties waarbij vrouwen flexibel kunnen zijn in hun seksuele respons. Die vloeibaarheid is een wezenlijk verschil met mannen, die hun seksuele voorkeur vaker als aangeboren en onveranderlijk ervaren. Wie kent er een homoman die verliefd werd op een vrouw? Ze zijn er amper. Andersom zijn er voorbeelden te over: actrice Anne Heche, de vriendin van Ellen DeGeneres; de vriendin van zangeres Melissa Etheridge. Mathilde Santing, Astrid Nijgh, zij switchten allemaal.

Een andere potentieel flexibele levensfase ontstaat wanneer de kinderen het huis uit zijn. Veel vrouwen worden pas na een lang huwelijk voor het eerst op een vrouw verliefd. Dat is geen 'uit de kast komen', maar een heuse verandering. Het tegenovergestelde kan gebeuren wanneer vrouwen de veilige vrouwenwereld van de universiteit of hun subcultuurtje verlaten, naar een andere stad verhuizen, of aan een baan beginnen in de mannenwereld. Daar ontmoet ze een leuke vent, en hop, daar heb je weer een has-bian.

De befaamde Amerikaanse seksuoloog Alfred Kinsey had die complexiteit al door in de jaren veertig van de vorige eeuw. "De wereld bestaat niet alleen uit schapen en geiten", was zijn motto. Hij ontwierp de beroemde Kinsey Scale die loopt van 0 (exclusief heterogedrag) tot 6 (exclusief homogedrag). Daar voegde hij 'subschalen' aan toe voor aantrekkingskrachten, fantasieën, gedrag en identiteit.

De nieuwe generatie onderzoekers die zich vanaf de jaren zeventig over homoseksualiteit boog, was die complexiteit te ingewikkeld.

Het werd usance met duidelijke categorieën te werken: zo werd 0-1 op de Kinsey Schaal hetero, 2-4 bi en 5-6 homo. Die rigiditeit ziet Diamond terug in de manier waarop onderzoekers lange tijd deelnemers wierven: wie zich homo noemde, mocht meedoen. Gevolg was een zelfbevestigende serie onderzoeken, die slechts voor de kleinste seksuele minderheidsgroep geldt.

Vrouwen geven in het algemeen gevarieerdere antwoorden dan mannen, reden waarom onderzoekers zich gemakshalve gingen richten op homomannen. Sinds 1990 is er volgens Diamond aan universiteiten twee keer zoveel onderzoek gedaan naar seksuele oriëntatie bij mannen als naar die bij vrouwen. Bovendien is het meeste onderzoek kortlopend, waardoor flexibiliteit in oriëntatie minder kans heeft naar voren te komen.

Zelden beseffen wij, vat Diamond de situatie samen, dat wat we denken te weten over homoseksualiteit, gebaseerd is op onderzoek onder mannen. Wat het meest voorkomt bij vrouwen, is systematisch buiten same-sexonderzoek gehouden.

Dat bij vrouwen seksualiteit en opwinding anders functioneren dan bij mannen, wisten we al uit ander onderzoek, zoals van seksuologe Ellen Laan van het AMC. Zo blijkt dat bij het kijken naar pornovideo's (he, ho, lesbisch) vrouwen opgewonden raken van álle categorieën, terwijl vrouwenseks homomannen niets doet. Meer vrouwen dan mannen melden dat zij zich aangetrokken voelen tot hun eigen sekse. Vrouwen kijken graag naar andere vrouwenlichamen.

Erfelijkheid (homogenen) zou bij 30 tot 60 procent van de gevallen een rol spelen, maar is belangrijker bij mannen. Dus is bij vrouwen de omgeving, de psyche, de situatie belangrijker. Zo zijn het vooral vrouwen die verliefd kunnen worden 'op een persoon, niet op een sekse'. De helft van Diamonds honderd vrouwen had dit ervaren, toch was ook dit verschijnsel niet eerder onderzocht.

In de connectie tussen female bonding en verlangen zit voor Diamond het geheim van seksuele fluïditeit. Romantische liefde is de term voor hartsvriendinnen die elke dag bijpraten, chatten (of, in vroeger eeuwen, correspondeerden), en zich diep verbonden voelen.

Dergelijke vriendinschappen zijn eeuwenlang aangemoedigd. Tot het woord 'lesbisch' in zwang raakte - Lillian Faderman, auteur van 'Surpassing the love of men', legt het omslagpunt bij 1920. Tot dan toe was het normaal geweest dat kostschoolmeisjes en volwassen dames elkaar hartstochtelijke liefdesbrieven stuurden, of zelfs samenwoonden (Betje Wolff en Aagje Deken). Diamond betoogt dat vrouwen in zo'n intense relatie van liefde naar lust kunnen overgaan, bijvoorbeeld door een factor als fysieke nabijheid. En eerder dan mannen opgewonden raken van partners die niet overeenkomen met hun seksuele voorkeur.

Gedrag als kind heeft geen enkele invloed op latere seksuele voorkeur, zo blijkt. Evenmin is elke vrouw bi. Maar: vrouwen hebben een aanleg voor flexibiliteit. Die blijft overigens beperkt tot een bepaalde bandbreedte van stabiele seksuele voorkeuren: de bi uit Diamonds onderzoek die zich in 2005 herbenoemde als hetero, voelde in 1995 al weinig aantrekkingskracht voor vrouwen.

Hé, dan heb ik dus toch een 'geaardheid', een aangeboren deel - al heb ik de rol van biologie altijd willen negeren, omdat de kieskracht zo sterk leek. Maar wat kunnen mij die gepredisponeerde hersens en genen schelen? Seksualiteit gaat over plezier, en wat we elkaar - en onszelf - toestaan.

Voor mij maakt liefde blind. Gelukkig biedt die bandbreedte een open einde.

Sybilla Claus
Sybilla Claus (1959) antropoloog en buitenlandredacteur van Trouw; schreef boeken over Afrika, over discriminatie van lesbiennes, en het wetenschappelijke artikel 'Twee seksen, drie genders' over het Afrikaanse vrouwhuwelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden