Flevoland wordt modderpoel

De rijke gronden van Flevoland worden steeds minder vruchtbaar. Er is amper aandacht voor. Boeren moeten vooral veel en snel produceren.

Ze worden wel de groentetuin van Europa genoemd, maar de Flevopolders dreigen te veranderen in een modderpoel waarin het steeds lastiger wordt om goed te boeren. Oorzaak is de teruglopende kwaliteit van de bodem. Boeren hebben hier amper aandacht voor, gedwongen als ze zijn door het economisch systeem om steeds meer producten van hun land te halen. Dat heeft gevolgen voor de voedselproductie op langere termijn.

Daarvoor waarschuwt een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding dat gisteren het licht zag. In dat rapport wordt een treurig beeld geschetst van de nog jonge Flevopolders. "Ze staan bekend als rijke gronden waarop grote bedrijven opereren, maar helaas blijkt de grond steeds minder vruchtbaar te worden. En dat binnen één generatie", zo licht Sjef Staps, een van de onderzoekers, toe.

Veel Flevoboeren hebben granen al achter zich gelaten, dat levert te weinig op. In plaats daarvan worden steeds meer groenten geteeld en rooivruchten als suikerbiet en aardappel. "Granen zijn echter wel maaigewassen die bij het oogsten resten achterlaten met waardevolle voedingsstoffen. Op die manier wordt de bodemvruchtbaarheid op peil gehouden. Nu dat steeds minder gebeurt, kost grondbewerking steeds meer energie voor dezelfde opbrengsten", zegt Staps die werkzaam is bij het Louis Bolk Instituut voor duurzame landbouw, voeding en gezondheid. "De bodemstructuur verslechtert en na flinke regenbuien zie je steeds vaker dat water op het land blijft staan."

Soms wordt als noodmaatregel diepploegen toegepast tot wel 1,5 meter diep om de bovenlaag te mengen met een onderlaag en zo weer een beter bewerkbare grond te krijgen.

"Dat is een erg rigoureuze maatregel met onzekere gevolgen. Wat betekent het voor de bodem, maar ook voor de waterhuishouding? Kleischeuren en wortelgangen verdwijnen daardoor. Niet voor niets is het waterschap Zuiderzeeland medeopdrachtgever voor dit rapport."

Te veel gericht op kwantiteit

Staps en zijn medeonderzoekers spraken met een aantal boeren om uit eerste hand antwoorden te horen op de vraag waarom ingrijpende maatregelen als diepploegen worden ingezet. "Deels is het toe te schrijven aan wat wordt genoemd 'natuurlijke narijping van het inpolderen'. De bodem blijkt hier en daar - dat verschilt erg per plek - aanzienlijk in te klinken en dus compacter te worden. Daar kan de boer natuurlijk niets aan doen. Verder zijn er steeds zwaardere machines op de markt die efficiënter werken en zo dus meer geld uit een hectare kunnen halen. Ook de veredeling speelt een rol. Voedingsgewassen kunnen zo langer op het land blijven staan en dus ook weer meer opbrengen. Later oogsten betekent echter wel dat het in een natter seizoen gebeurt. Dat is weer nadelig voor de bodem."

Alles is geënt op efficiëntie en kwantiteit op korte termijn, zo lijken de conclusies. "Dat klopt. De boer opereert in een keten die volledig is ingesteld op zo veel mogelijk financieel gewin op korte termijn. Boeren zijn inmiddels gewend aan het ontwikkelen van intensieve teeltplannen met een zo hoog mogelijke opbrengst. De granen zijn al aan het verdwijnen uit die plannen, terwijl die voor de bodemvruchtbaarheid van groot belang zijn. Maar ze leveren te weinig op. In die context is er voor boeren erg weinig ruimte om te denken aan bodemvruchtbaarheid op de langere termijn en de rest van de voedselketen zal het een zorg zijn."

Diepploegen

Staps wijst daarbij ook op de overheid die in 2007 de geliberaliseerde pacht heeft ingevoerd. "De Flevopolders zijn populair dus de vraag is groot. Dat drijft de prijzen fors op. Bovendien kun je voor maximaal 6 jaar een pachtcontract sluiten waarna de grond opnieuw op een veiling terechtkomt. Investeren in de bodem heeft dan voor de boer geen zin. Boeren kunnen dan niet anders dan gaan voor de hoge opbrengst op korte termijn."

Nu wordt er vanaf kort na oplevering van de polders in de jaren '40 tot '60 in de vorige eeuw al gediepploegd, meldt het rapport. "Dat is zo", zegt Staps. "En sinds de jaren '90 is het aantal hectaren dat op die manier is beploegd zo'n 3000-3500 hectare. Dat is 3,5 procent van het landbouwareaal. Diepploegen is ook niet per se een probleem. Als je het maar selectief doet met kennis van zaken en vervolgens aan duurzaam bodembeheer doet. En als je de consequenties voor het watersysteem gaat monitoren."

Bodemdeskundige Staps beschouwt deze studie als een indicatie dat het de verkeerde kant op gaat. "Bodemvruchtbaarheid is van cruciaal belang voor de voedselvoorziening op de lange termijn. Deze studie laat zien dat dit belang niet is geborgd. De boer wordt door het marktsysteem gedwongen verkeerde keuzes te maken en andere partijen voelen zich niet verantwoordelijk voor de bodem. Dat baart ons zorgen. Diepploegen kan, mits selectief en goed uitgevoerd, helpen. Maar je kunt het maar één keer doen. Daarna rest alleen nog echt duurzaam bodemgebruik, maar de markt met zijn focus op de korte termijn laat de boer daarvoor onvoldoende ruimte."

Bodem als publiek goed

Hoe krijgt die boer wel ruimte? "Op korte termijn moet de overheid als grondeigenaar de geliberaliseerde pacht terugdraaien. Die staat duurzaam bodembeheer in de weg. Er is nu geen relatie meer tussen de grondprijs en de opbrengst van het land. Op langere termijn moeten de onderliggende knelpunten worden weggenomen. Dat zijn overigens dezelfde als die van de rechtszaak van Urgenda tegen de Nederlandse staat: hoe kunnen we een stem geven aan het belang van toekomstige generaties? Bodemvruchtbaarheid is zo'n belang, net zoals het klimaat.

"De bodem moet weer worden gezien als publiek goed. Het is in het algemeen belang dat bodemvruchtbaarheid weer wordt gewaarborgd. Daar moet voor alle toekomstige generaties het voedsel vanaf komen. Daar moet de voedselketen ook op worden ingericht. Je ziet al hoopgevende activiteiten zoals groeiende aandacht voor biologische landbouw, boeren voor de eigen omgeving in plaats van voor de anonieme wereldmarkt en een voedselketen die het belang van duurzaam bodembeheer beginnen te erkennen. Sleutelfactoren daarvoor zijn transparantie, meer samenwerking, meer contact tussen boer en consument en uiteindelijk ruimte voor een nieuw businessmodel met oog voor de lange termijn."

Het rapport is in te zien op: http://www.ridlv.nl

Door diepploegen (tot wel 1,5 meter diep) mengen boeren de bovenlaag met een vruchtbare onderlaag om zo weer een beter bewerkbare grond te krijgen.

Humusarm zand op klei.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden