Fleurine dicht instrumentale jazz toegankelijk

Fleurine Plus Five spelen in Utrecht (Muziekcentrum Vredenburg; 12 december), Amsterdam (Magna Plaza, Virgin Megastore; 15 december). Van de buitenlandse optredens moet dat in het Italiaanse Orvieto op het Umbria winterfestival op 29 december genoemd worden. De cd 'Meant to be!' verscheen bij Blue Music, BM 1001 (distributie: ADS).

Het verhaal van Fleurine's doorbraak als jazz-zangeres is dan ook heel bijzonder. Toen ze vorig jaar in New York tijdens een congres over muziekauteursrechten in alle naïviteit een panellid aansprak over een tekst die ze had geschreven op muziek van Thelonious Monk, ontstak deze in woede. Dat hoorde niet en dat mocht niet. Pas toen hij de humoristische tekst las en het bandje hoorde dat de zangeres in allerhaast in de wc had ingezongen, ontdooide hij. Daags daarna bleken ook de erven Monk enthousiast en ontpopte het panellid zich tot de prominente producer en trompettist Don Sickler.

De Monk-compositie 'When I think of one' staat op de cd 'Meant to be!', samen met stukken van bekende jazzcomponisten als Joshua Redman, Tom Harrell en Kenny Dorham - alle door Fleurine van bijpassende teksten voorzien. Hoewel de zangeres al een paar jaar optreedt met haar band Fleurine Plus Five, maakte ze haar plaat op Don Sicklers verzoek met Amerikaanse musici. “Een plaat van een onbekend zangeresje met onbekende musici was in de VS gedoemd te mislukken. Een onbekend zangeresje met bekende musici trekt daar in ieder geval de aandacht.” Dus ging Fleurine de studio in met het vaste trio van pianiste Renee Rosnes, saxofonist Ralph Moore en drummer Billy Drummond, aangevuld met bassist Christian McBride, flugelhornblazer Tom Harrell en - “de enige Nederlander die ik na veel gezeur mocht meenemen” - gitarist Jesse van Ruller.

'Meant to be!' beschouwt Fleurine als haar droomplaat. “Het mocht geen cd worden, waarvoor ik aan een label of producer rekenschap zou moeten geven. Ik heb alle stukken zelf uitgekozen, alle teksten, op een na, zelf geschreven. Ik heb die plaat niet gemaakt met een commerciële instelling. Met zo'n benadering heb ik nooit muziek gemaakt en wil ik nooit muziek maken. Al kan ik me voorstellen dat als je op gegeven moment drie kinderen hebt, en er brood op de plank moet, je op andere zaken gaat letten.”

Toen ze een paar jaar geleden het aanbod kreeg om een plaat te maken met Michel Legrand-chansons, ging ze daar dan ook niet op in. “Destijds had ik een nummer van hem op mijn repertoire. Hoewel het aanbod van een grote maatschappij was, dacht ik toch: 'Als ik hierin stink, zit ik voor eeuwig vast aan het etiket 'Franse' zangeres. Zeker met een naam als Fleurine.' Daarop heb ik dus nee gezegd, want mijn hart ligt toch ergens anders.”

Bij het repertoire dat je nu brengt?

“Ja, al heb ik nog meer liefhebberijen.”

Je hebt een groot hart.

Schaterend: “Dat zeg jij. Niet alles wat ik mooi vind, kan ik ook zingen. Er zijn stijlen, waarvoor ik waanzinnig veel respect heb, maar die ik niet kan zingen, zoals Aretha Franklin-achtige soul. Zodra ik haar liedjes zing, verlang ik naar haar stem. En die komt niet uit mijn keel. Zonder in racisme te vervallen: van kleins af aan waren mijn favoriete zangers zwart. Die 'zwarte' sound heb ik geprobeerd te imiteren. En telkens als ik dat deed, dacht ik: 'Dit ben ik niet. Dit ben ik die een zwarte stem nadoet.' Uiteindelijk ben ik uitgekomen op een geluid dat natuurlijk uit mijzelf komt.”

Op jouw plaat zing je niet alleen jazzsongs, maar ook enkele latin-achtige liedjes.

“De liefde voor jazz en latin heb ik van mijn vader. Hij heeft een waanzinnige muziekverzameling, met platen van John Coltrane tot Ornette Coleman, van Louis Armstrong tot Cannonball Adderley, en van Ella Fitzgerald tot Elis Regina. Dat zijn mijn roots. Toen ik net in Amsterdam woonde, zong ik in salsabands en in Braziliaanse muziekgroepen. Spaans en Portugees spreek ik vloeiend. Zeker Braziliaanse muziek heeft, harmonisch gezien, veel met jazz te maken. Het stuk van Tom Harrell is een jazzcompositie met een bossa nova-ritme. Samen met Lilian Vieira, zangeres van Grupo Bacan, heb ik dat van een Braziliaanse tekst voorzien. Met een Engelse tekst had het minder latin geklonken.”

“Men vraagt mij wel eens”, zegt zij dan, “'wat voor soort jazz zing je nou?' Het is geen Rita Reys- of Greetje Kauffeld-jazz en ik zing geen bekende nummers. Is het bebop of hardbop, swing, latinjazz, mainstream? Bij mainstream denk ik vooral aan standards. Maar die zing ik niet. Veel mensen vinden het hardbop. Als je de originele instrumentale stukken hoort, klopt dat wel. Maar de teksten die ik erbij heb geschreven, maken de melodie toegankelijker. Door een tekst communiceer je op twee niveaus tegelijk. Je vertelt een verhaal en je maakt muziek.”

De belangrijkste reden dat Fleurine eigen teksten bij bestaande composities schreef, is omdat ze haar eigen composities niet goed genoeg vond. “Die staan nog zo ver weg van het niveau van een Monk of een Kenny Dorham, componisten naar wie ik graag luister. Bestaande instrumentale stukken van anderen van eigen teksten voorzien is voor mij een goede tussenvorm. Het zijn prachtige stukken, die, hoop ik, een toegevoegde waarde krijgen door mijn woorden. Kenny Dorhams 'My hearts escapade' is razendmoeilijk, maar een tekst maakt het toegankelijker.”

Als kind schreef ze al gedichten. Thuis heeft ze nog schriften vol gedichtjes, de meeste rijmend à la Annie M.G. Schmidt. Zij moet zich overigens meten met de beroemde dichter Nicolaas Beets, de grootvader van haar grootmoeder en zodoende haar eigen over-over-grootvader. “Wat hij heeft geschreven, zijn pas echt gedichten. Wat ik doe, noem ik daarom ook geen dichten. Voor de composities op mijn plaat keek ik waarover ze gingen. Donald Brown's 'Favorite love affair' is bijvoorbeeld opgedragen aan Duke Ellington. Dat kun je horen aan de akkoorden die hij gebruikt en aan de opbouw van het stuk. Met dat gegeven heb ik geen verhaaltje over Ellingtons leven verteld, maar een verhaal gemaakt uit songtitels die naar Ellington verwijzen.”

Bij andere stukken liet ze zich inspireren door de titel en door de sfeer van de muziek. Ze vertelt het belangrijk te vinden om haar eigen teksten te zingen.

“Het is niet alleen leuk om liedjes te zingen, die nog nooit iemand gezongen heeft, het zijn ook liedjes die mijn belevenissen, mijn gevoelens, dingen die ik om mee heen zie, verwoorden. Ik hoef ze niet te acteren. Daardoor zijn ze geloofwaardig. Een cabaretier zet typetjes neer. Een zangeres moet je raken. Je zingt en brengt je gevoel over, in klanken en in woorden. Voor mij moet dat echt zijn. Ik heb op het podium ook geen act. Ik bereid nooit iets voor. Het moet een spontane wisselwerking zijn met het publiek en de sfeer van die avond.”

Word jij de opvolgster van Rita Reys?

“Ik hoop op mijn 72ste net zo vief op het podium te staan, als zij nu. Maar nee, naast mij zijn veel andere zangeressen goed bezig met hun eigen stijl. Ik hoop dat zij met hetzelfde enthousiasme door blijven gaan, zodat de grijze massa zich ervan bewust wordt dat jazz geen moeilijke muziek is, die maar voor drie mensen en een hondenkop is weggelegd. Zonder publiek beginnen wij immers niks.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden