Review

Flessenpost uit de Stalintijd

Het is vreemd te bedenken dat alles wat wij nu kunnen lezen van de Russische schrijver Daniil Charms (1905 - 1942), op zijn kinderboeken en kinderversjes na, bij zijn leven nooit in druk is verschenen en ook daarna niet gepubliceerd had kunnen worden als niet een vriend Charms' manuscripten had gered uit zijn gebombardeerde huis en in een koffertje had meegenomen. De schrijver zelf zat op dat moment in de gevangenis van Leningrad, niet ver daarvandaan: vijf maanden later stierf hij onder onopgehelderde omstandigheden in een gevangenisziekenhuis. Hij heeft geen graf.

Charms is verschillende malen in conflict gekomen met de Sovjet-autoriteiten: men zette hem uit de officiële Leningradse dichtersbond, hij werd verbannen naar Koersk, er ontstond tumult om een versje in een kindertijdschrift dat als kritiek op het bewind werd opgevat. Het begon allemaal met zijn deelname aan de avant-gardistische groep Oberioe ('Vereniging voor Reële Kunst') in 1927. Deze groep verzette zich tegen het dictaat van het socialistisch-realisme in de kunst en stond experimentele vernieuwingen voor. Die kregen gestalte in een soort dada-voorstellingen, met circusacts, poëzie-optredens, toneelstukjes, alles met een duidelijk provocerend karakter.

Oberioe is geen lang leven beschoren geweest: al in 1930 werd de groep in de pers beschuldigd van anti-proletarische en contrarevolutionaire activiteiten en deze hetze resulteerde in 1932 in de daadwerkelijke opheffing van Oberioe. Het Manifest uit 1928, dat nog heel optimistisch Oberioe voorstelt als ,,een nieuwe afdeling van de linkse revolutionaire kunst', is als het laatste manifest van de Russische avant-garde te beschouwen. De stalinistische terreur van de jaren dertig ontnam de schrijvers vervolgens elke vorm van artistieke vrijheid. Charms heeft in die jaren gewerkt aan een ondergronds oeuvre en het is de vraag of hij daarbij ooit aan publicatie heeft gedacht, in een verre toekomst.

Charles B. Timmer die hem twintig jaar geleden voor het eerst in Nederland introduceerde, noemt Charms een absurdist. Daarmee is hij zeker voor een groot deel juist gekarakteriseerd. Van alle genres lijken het ultrakorte verhaal en het minitoneelstukje hem het beste te liggen. ,,Een overvloed aan woorden is de moeder van de talentloosheid' schreef hij al in 1930 in een notitie die begint met: ,,Ik haat mensen die in staat zijn langer dan zeven minuten achter elkaar te praten.' Het voor zijn doen tamelijk lange toneelstuk 'Elisabeth Bam' moet het hebben van de steeds wisselende toonzettingen. De novelle 'De oude vrouw' verkrijgt zijn lengte door een hele reeks van wendingen in het verhaalverloop, zijsprongen en ontsporingen.

De omvangrijke bloemlezing, 'Ik zat op het dak', die nu uit Charms' werk is verschenen, laat zijn fascinerende schrijverspersoonlijkheid van verschillende kanten zien. Ook in zijn dagboeken en brieven imponeert Charms, want ook dan is hij bezig met schrijven, met vormgeven, formuleren. Schitterend is bijvoorbeeld de brief die hij aan de toneelspeelster Claudia Vasiljevna schrijft, op wie hij verliefd is: hij deelt de brief in drie delen op, een teder, een speels en een zakelijk deel. Dat mislukt natuurlijk, maar de humor van de onderneming zal niemand ontgaan.

In de verhaaltjes en toneelstukjes komen dikwijls grimmige of angstaanjagende confrontaties voor. De strijdende partijen delen elkaar rake klappen uit, ze slaan en trappen. Een zoon wurgt zijn moeder alleen omdat zij niet in staat is meer dan één lettergreep van een woord te onthouden. Iemand, die zegt dat hij een prins is, krijgt van zijn disgenoot te horen dat hij soep over hem heen gaat gooien. Een ander heeft bij het zien van een medemens altijd meteen zin om hem op zijn bek te slaan, en dat gebeurt dan ook als er iemand binnenkomt. Geweldssituaties zijn er legio en ook de dood is kind aan huis in Charms' verbeelding. Opmerkelijk is het hoe vaak er gevallen wordt, uit bomen, huizen, van bergen.

Dromen of nachtmerries, daar grenst Charms' werk aan. Niet voor niets dringen er onbekenden, soldaten of politiemensen binnen in de private sfeer van zijn personages. Ze voelen zich bespioneerd of om onbegrijpelijke redenen gearresteerd. Elisabeth Bam wordt ingerekend omdat zij iemand vermoord zou hebben, maar zij heeft niemand vermoord. De angsten die Charms zelf heeft moeten uitstaan, de artistieke onvrijheid waarin hij zich gedoemd voelde te leven, kregen vorm in zijn teksten, hij bezwoor ze er waarschijnlijk mee. De zwarte humor wijst ook al op een gevoelige natuur.

Het subversieve van deze verhalen is dat ze, in meer of minder duidelijke zin, de uitbeelding zijn van de stalinistische terreurwereld waarin Charms leefde. Ze blijken bovendien, en dat is hun grootheid, van veel wijdere strekking, waardoor wij ze nu nog kunnen lezen en van toepassing kunnen achten op het absurde dat elk leven aankleeft. Er schuilt in Charms ook veel kritiek op de logica en het rationele denken. Zo is er het verhaaltje van een man die als gelovige gaat slapen en als ongelovige wakker wordt. Hij heeft de gewoonte zich elke ochtend en elke avond te wegen en stelt vast dat hij acht pond lichter weegt dan de vorige avond. ,,Dat betekent, besloot de man, dat mijn geloof ongeveer acht pond woog.'

Over het algemeen vermijdt Charms enigerlei vorm van moraliserend commentaar op zijn gruwelsprookjes. Verschillende eindigen nuchter met de woorden ,,Dat is eigenlijk alles' of ,,Dat is alles'. Een tekstje dat 'Fabel' heet gedraagt zich volgens de conventie en heeft een moraal tot slot: ,,Lezer, denk eens goed over deze fabel na en je zult je belabberd voelen.'

Het verhaal 'Vallen (Van dichtbij en vanuit de verte)' beschrijft hoe in de tijd dat twee mensen van vierhoog van het dak vallen twee toeschouwers van alles doen - veel te veel voor zo'n korte tijd - om het vallen goed te kunnen gadeslaan. Er verzamelt zich op straat ook een groepje mensen dat toe staat te kijken. Een politieman komt zonder haast op de gebeurtenis af. De huismeester waarschuwt de mensen wat opzij te gaan, ze zouden de vallers wel eens op hun hoofd kunnen krijgen. . . De twee vallen zich dan ,,met uitgestrekte armen en opengesperde ogen tegen de aarde te pletter'. Opmerkelijk, want uniek, is dan de slotzin, die een algemene toepassing van dit verhaal suggereert: ,,Zo slaan ook wij soms, in een val van bereikte hoogten, tegen de troosteloze kooi van onze toekomst te pletter.'

Om niet aldoor de verhaaltjes samen te vatten, citeer ik er eentje in zijn geheel:,Op de kade van onze rivier had zich een grote menigte verzameld. De commandant van het regiment-Sepoenov was te water geraakt. Hij kreeg een hele hoop water binnen, sprong tot aan zijn buik uit het het water, schreeuwde en ging andermaal kopje onder. Met zijn armen sloeg hij naar alle kanten en opnieuw schreeuwde hij om hulp.

De menigte stond aan de kant en keek bedrukt toe.

'Hij verdrinkt', zei Koezma.

'Ja, dat is duidelijk', bevestigde een man met een pet op.

En inderdaad, de commandant van het regiment verdronk.

De menigte ging uiteen.'

En tot slot het verhaaltje 'Hoe een man uiteenviel':

,,Men zegt dat alle mooie vrouwen een dikke kont hebben. Ach ja, ik hou van vrouwen met grote borsten, ik vind dat ze lekker ruiken. Terwijl hij dit zei, werd hij groter en groter en toen hij het plafond bereikt had, viel hij uiteen in duizend kleine balletjes. De huismeester Pantelej kwam aangelopen, veegde de balletjes op het vuilnisblik waar hij gewoonlijk paardenvijgen opveegde en bracht ze naar buiten, ergens op de achterbinnenplaats.

En de zon bleef verder schijnen zoals tevoren, en de weelderige dames bleven even verrukkelijk ruiken.'

De ruime bloemlezing 'Ik zat op het dak' geeft een goed beeld van dit bijzondere oeuvre, dat als door een wonder voor ons, lezers, gespaard is gebleven. Jan Paul Hinrichs vergelijkt het terecht met flessenpost, berichten uit een land en een tijd waarin de kunst onder druk stond en de schrijver zich alleen in het geheim naar eer en artistiek geweten kon uitdrukken. Dat ons die flessenpost heeft bereikt, in zo'n heldere vertaling, is een van de meer verheugende spelingen van het lot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden