FLESSENPOST 9

Sinds oktober 1992 spitst de aarde de oren: radiotelescopen speuren de hemel af op zoek naar intelligentie elders. Hoe talrijk die is, volgt uit de formule van Drake: N = 1011 x 0,2 x 0,1 x fe x fl x fi x L/LMW. Flessenpost rekent in de komende weken die formule door.

Kan ons eigen zonnestelsel een indruk geven van de kansen op leven op een planeet? Als je er van uitgaat dat leven alleen kan ontstaan op een planeet die vloeibaar water heeft, en dus op de goede afstand van de zon staat, dan heeft een van de negen planeten in de roos geschoten en staan de andere op de verkeerde plaats. De beste schatting voor fe zou dus ongeveer 0,1 kunnen zijn.

Er zijn redenen om optimistischer te zijn, maar er zijn ook dompers in omloop. Eerst de pluspunten: ons zonnestelsel mag dan maar een planeet hebben waar leven op bestaat, op nog een andere planeet heeft water bestaan en dus heel misschien ook wel leven: Mars. Door ruimtevaartuigen gemaakte foto's laten meanderende valleien en sporen van erosie zien, waarvoor waterstromen, inmiddels lang verdwenen, de meest aannemelijke verklaring zijn.

Mars heeft het uiteindelijk niet gered en dat komt doordat de planeet zo klein is, met maar een tiende van de massa van de aarde. In de loop der tijden is het grootste deel van de atmosfeer van Mars ontsnapt. De druk van de resterende gassen is zo ijl, dat daarin vloeibaar water niet kan bestaan: op Mars is er alleen nog maar waterdamp en ijs. Het microscopisch kleine leven dat er eventueel toch al was is nu dus verdwenen, of heeft zich zo diep teruggetrokken, onder het oppervlak van rotsen bijvoorbeeld, dat het tot nu toe niet waarneembaar was.

Al met al kun je zeggen dat het voor Mars maar heel weinig scheelde en dat het zonnestelsel dus, statistisch en optimistisch redenerend, wel anderhalve planeet heeft waar leven is ontstaan. Maar je kunt ook pessimistischer zijn, en wel op grond van het feit dat die ene planeet waar leven is ontstaan een heel bijzondere is: de aarde is praktisch een dubbelplaneet, met een maan die in verhouding tot haar planeet groter is dan welke andere ook.

Recent onderzoek naar de bewegingen van planeten in het zonnestelsel heeft uitgewezen dat die bewegingen chaotisch zijn, in de wiskundige betekenis van het woord. Het ziet er niet naar uit dat het zonnestelsel snel uit elkaar zal vallen, maar zo regelmatig als een uurwerk loopt het niet. Minuscule verstoringen zorgen er bijvoorbeeld voor dat niemand kan voorspellen waar over een paar miljoen jaar Jupiter aan de hemel zal staan. En een ander symptoom van die chaos in het zonnestelsel is het varieren van de helling van de draaiingsas van Mars.

Volgens computerberekeningen die onlangs werden gepubliceerd, kan de as van Mars soms zo'n schuine stand innemen, dat de polen meer zonlicht opvangen dan de evenaar. De aarde heeft ook zo'n schuine stand, die de seizoenen veroorzaakt. Veranderingen in die stand zijn de oorzaak van ijstijden, en dan zijn ze nog maar heel klein.

En dat ze niet groter zijn, wat misschien catastrofaal is voor het beklijven van leven, is te danken aan de stabiliserende invloed van onze bijzondere maan. Laten we dus vooral niet te optimistisch zijn, maar ook weer niet te somber, en fe op de oorspronkelijke 0,1 houden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden