FLESSENPOST 7

Sinds oktober 1992 spitst de aarde de oren: radiotelescopen speuren de hemel af op zoek naar intelligentie elders. Hoe talrijk die is, volgt uit de formule van Drake: N = 1011 x 0,2 x Np x fe x fl x fi x L/LMW. Flessenpost rekent in de komende weken die formule door.

Alle sterren die we van nabij hebben bekeken, hebben planeten. Dat is er namelijk maar een: de zon. Een ster, gelukkig, zoals er miljarden zijn, dus er is hoop dat de uitkomst van de formule van Drake door Np niet tot een oninteressant klein getalletje wordt teruggebracht.

Waarnemingen met de nieuwste telescopen en satellieten, met infrarood en gewoon licht, hebben de sterrenkundigen tot de conclusie gebracht dat planeten inderdaad een tamelijk gewone bijkomstigheid zijn bij de vorming van een ster. Een ster ontstaat wanneer een stukje van een gaswolk onder invloed van zijn eigen zwaartekracht samentrekt. Het gas in het centrum van de wolk wordt steeds sterker samengedrukt, de temperatuur daar wordt steeds hoger en tenslotte komt kernfusie van waterstofatomen op gang: de ster is gaan schijnen.

Tijdens de samentrekking is er een complicerende factor: de draaiing van het stukje van de gaswolk waaruit de ster ontstaat. Als een galactische kunstschaatster die haar armen intrekt bij een pirouette, gaat de ster-in-wording steeds sneller draaien. Dat kan goed gaan en een snel ronddraaiende ster opleveren. Maar het kan de zwaartekracht van de ster ook te veel worden en dan vliegen de stukken er, letterlijk, af.

In het meest extreme geval splitst de ster zich in twee of meer om elkaar cirkelende stukken die ieder voor zich groot genoeg zijn om de kernfusie in hun binnenste op gang te houden: er ontstaat een dubbel- of driedubbelster. Tussen dat geval en het geval dat er helemaal geen splitsing optreedt, zit het planetenstelsel: een wolk van gas en stof rond de ster koelt af en condenseert in de vorm van planeten.

Het kan, het hoeft niet. Of er een stofwolk rond een jonge ster overblijft, hangt namelijk ook nog af van de samenstelling van de gaswolk. Er zijn nog wolken uit de tijd dat enorm veel gas zich verzamelde tot wat vandaag de Melkweg is. Daar zit voornamelijk waterstof en wat helium in, daar kun je geen stof van maken.

Dat kun je wel van zwaardere elementen als koolstof, zuurstof en silicium. Er zijn ook gaswolken waar die elementen in zitten. Ze zijn gevormd door kernfusie in het binnenste van een eerdere generatie sterren en weer het heelal ingeschoten toen de sterren van die generatie aan het eind van hun 'leven' ontploften. Ieder mens is gemaakt van materiaal dat uit zo'n stellaire alchemistenkolf komt.

De helft van de zon-achtige sterren zijn enkele sterren. Als ze erg dichtbij staan, kunnen telescopen rond de helft daarvan een stofwolk zichtbaar maken. Volgens Douglas Lin, een specialist op het gebied van zonnestelsels verbonden aan het Lick Observatorium in de VS, kun je er daarom rustig vanuit gaan dat minstens een procent van de zon-achtige sterren een planetenstelsel vormt. En als een gemiddeld planetenstelsel net als het zonnestelsel in de orde van tien planeten heeft, is Np, het gemiddeld aantal planeten rond een zon-achtige ster, dus 0,1.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden