FLESSENPOST/3

Sinds oktober 1992 spitst de aarde de oren: radiotelescopen speuren de hemel af op zoek naar intelligentie elders. Hoe talrijk die is, volgt uit de formule van Drake: N = N . x fs x Np x fe x fl x fi x L/LMW Flessenpost rekent in de komende weken die formule door.

Die lange sluier tjokvol sterren bijna recht boven ons hoofd, door het strooilicht van de stad al gauw onzichtbaar, bevat bijna alle sterren die er aan de hemel te zien zijn. De 'gewone' sterren die iedereen kan zien, zijn onze naaste buren. Als ze bij toverslag zouden verdwijnen zou dat dat de waarde van de eerste factor in de formule van Drake, N . , nauwelijks veranderen. Als de Melkweg maar blijft.

Aan de Melkweg kun je zien dat de zon en de aarde niet zomaar ergens in het heelal staan maar in een sterrenstelsel, door een enorme leegte gescheiden van andere stelsels. Als we met een beschaving op een andere planeet willen communiceren, zal dat er een binnen ons melkwegstelsel moeten zijn. Vandaar dat de formule van Drake begint met het aantal sterren daarin.

Het zijn er honderd miljard, zegt de Leidse astronoom prof. dr. P. T. de Zeeuw. Dat kon al tientallen jaren geleden worden vastgesteld, toen bleek dat ons melkwegstelsel een regelmatige structuur heeft, die van een platte spiraal. Deze vorm zorgt ervoor dat wij de meeste sterren in een smalle band aan de hemel zien.

Voor sterrenkundigen betekent de spiraalvorm werkbesparing. Sterren tellen doe je niet stuk voor stuk, maar door de hoeveelheid licht te meten in een gebied aan de hemel. De hele hemel opmeten zou echter nog niet veel zeggen, omdat er in de richting van het centrum van de Melkweg veel stofwolken zijn die het zicht belemmeren. Maar er zitten een paar gaten in die stofwolken. Omdat nu de Melkweg zo'n mooi rond spiraalstelsel is, zijn waarnemingen door die gaten voldoende representatief voor andere richtingen. En kan de totale hoeveelheid sterrenlicht in de Melkweg worden bepaald.

Om te berekenen hoeveel sterren er zijn, moet je niet alleen weten hoeveel licht er in totaal is, maar ook uit wat voor soorten sterren het melkwegstelsel bestaat. Er zijn reuzensterren met honderdduizend keer de lichtkracht van de zon, maar die zijn zeldzaam. Verreweg de meeste sterren in het melkwegstelsel zijn piepklein, maar die geven weer erg weinig licht. De zon zit daar tussenin. De hoeveelheid licht en de soorten sterren geven samen het aantal sterren.

Om achter de samenstelling van het sterrenbestand te komen, kijkt de sterrenkundige zowel naar de directe omgeving van de zon als naar andere melkwegstelsels. Dat zijn wazige vlekjes in de telescoop, maar je kunt aan de kleur van het licht toch zien wat voor sterren er allemaal in moeten zitten. De uitslagen van die twee inventarisaties komen goed met elkaar overeen. En samen met de berekende hoeveelheid licht levert dat het getal van honderd miljard op.

Die honderd miljard sterren maken de Melkweg een heel gewoon sterrenstelsel. Het is wel een erg mooi getal, te rond om waar te kunnen zijn, en dat is het ook niet helemaal: het kunnen er ook vijftig of tweehonderd miljard zijn. Astronomen zijn vaak al heel tevreden als ze een grootheid tot op een factor twee nauwkeurig hebben gemeten.

Voor aardse begrippen is dat onstellend slordig. Maar in de formule van Drake slaat N . een prima figuur: uit het vervolg van Flessenpost zal blijken dat de meeste factoren uit de formule nog veel onzekerder zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden