FLESSENPOST 11

Sinds oktober 1992 spitst de aarde de oren: radiotelescopen speuren de hemel af op zoek naar intelligentie elders. Hoe talrijk die is, volgt uit de formule van Drake: N = 1011 x 0,2 x 0,1 x 0,1 x fl x fi x L/LMW. Flessenpost rekent die formule door.

Leg je die vraag voor aan prof. dr. Alan Schwartz uit Nijmegen, dan wil hij eigenlijk niet antwoorden. Al die rekensommen. Sterrenkundigen denken veel te licht over dit probleem, bromt hij. Schwartz is exobioloog, een van de weinigen op de hele wereld, en houdt zich expliciet bezig met het ontstaan van leven. Als de omstandigheden gunstig en de bouwstenen voorhanden zijn, dan komt het er wel van. . . Ja,ja, van biochemie hebben die hemelbewonderaars geen kaas gegeten, dat is wel duidelijk. Een kans van een op duizend lees je wel, maar dat is vreselijk optimistisch, een aanfluiting eigenlijk.

Als je wilt weten hoe leven is ontstaan, moet je dat eerst definieren. Wat maakt leven leven? Exobiologen zeggen: leven kan zichzelf voortplanten. Dat is vast niet de enige eigenschap maar wel een belangrijke: leven is op zijn minst iets dat zichzelf repliceert.

Stanley Miller liet het in 1953 in een glazen bol met gassen (waterdamp, methaan, ammoniak en waterstof) flink bliksemen. Na een week bleken er eenvoudige, organische moleculen in de bol te zijn ontstaan. Prachtig, maar die aanpak bracht de exobiologie niet verder. De bouwstenen waren ooit aanwezig, maar wat gebeurde er daarna?

Misschien ontstond er RNA, denken de exobiologen tegenwoordig: ribonucleinezuur, een broertje van desoxy-ribonucleinezuur (DNA). RNA is, net als DNA, een drager van genetische informatie. De eigenschappen van een organisme staan in deze kernzuren beschreven. Maar RNA heeft nog een eigenschap: het is het enige in de natuur voorkomende molecuul dat zichzelf, jawel, repliceert.

Ooit was er op aarde, ergens in het water, een RNA-wereld, is de hypothese. Exobiologen kunnen zich voorstellen dat uit die wereld het leven zoals wij dat kennen, is ontstaan. Hun aandacht richt zich vooral op het gat tussen de bouwstenen en die RNA-wereld: hoe heeft de natuur dat gat gedicht?

In Nijmegen bouwt Schartz RNA-moleculen uit de drie vaste componenten: suikers, stikstofbasen en fosfaten. Vooral die suikers vormen een probleem.

De spontane vorming van suikers uit de bouwstenen is voorstelbaar, maar waarom zou er dan net die ene benodigde suiker, ribose, zijn ontstaan? Bovendien: ribose is er in twee vormen. En maar een van de twee is 'goed'. Misschien bevatte het allervroegste RNA geen ribose maar glycerol dat later werd vervangen, heeft Schwartz een tijdje lopen denken. Nu kijkt hij naar penta-erythritol.

Het is een mogelijke weg door het gat, weet hij. Een tussen wellicht vele andere. En wat moet je dan met de vraag naar de kans? Schwartz kan er geen zinnig woord over zeggen. Een schatting? Nee, een gok wil hij wel wagen. Als maar heel duidelijk is dat dit geen wetenschap meer is. Wat is de kans dat er op een van die in principe geschikte planeten leven is ontstaan? Schwartz: "Die ligt tussen de een op de duizend en een op de miljoen." We gaan maar aan de veilige kant zitten: fl is een op de miljoen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden