Fles- en borstmoeders: verenigt u!

Journalistes Asha ten Broeke (fles) en Annemiek Verbeek (borst) zijn de felle debatten tussen zorgverleners, deskundigen en medemoeders over de manier waarop ze hun baby's voeden meer dan beu. Tijd voor vrede.

Wij hebben een missie.

Wij willen vrede stichten, en wel tussen het 'flesvoedingskamp' en de 'borstvoedingsmaffia'.

Die behoefte ontstond nadat Asha in september vorig jaar haar eerste column in deze krant aan de kwestie wijdde. 'Borstvoeding is geen wetenschappelijk bewezen wondermiddel' stond erboven. Asha vertelde hoe ze als nieuwbakken moeder haar draai niet kon vinden met de borstvoeding. Van een autonoom leven was nauwelijks meer sprake. Een dag helemaal opgaan in een boek, een nacht slapen, een paar uur ongestoord werken: het was er niet meer bij. En waarvoor eigenlijk? De medische voordelen van borstvoeding worden schromelijk overdreven, onderzoek ernaar wordt vaak slordig uitgevoerd en de resultaten spreken elkaar tegen. Moeders, zo concludeerde Asha, kunnen zonder schuldgevoel kiezen voor de fles.

Wat was bedoeld als een pleidooi voor persoonlijke vrijheid werd opgevat als een frontale aanval op moeders die wél voor borstvoeding hadden gekozen. Een storm van verontwaardiging volgde. Asha had beter geen moeder kunnen worden als ze niet bereid was alles te geven voor haar kindje, verweten fanatieke moedermelkmoeders haar. Flesfans reageerden daar weer kwaad op: alsof je alleen deugt als je er moedermelk inkiepert - heb je de borstvoedingsmaffia weer. Dat schoot in het verkeerde keelgat bij de borstvoeders: alsof jullie zoveel beter zijn. Dat wetenschappelijk onderzoek dat Asha aanhaalde? Allemaal flesvoedingspropaganda.

We zagen het allebei met verbazing aan. Annemiek heeft niets met de felheid waarmee sommige mede-borstvoeders hun keuze als een soort evangelie belijden, en pleitte voor mildheid. Asha ook: die is helemaal niet tegen de borst, maar met name tegen medische-misinformatie.

De gemoederen bedaarden. Er kwam zo waar een dialoog op gang tussen fles- en borstmoeders. En daarin ontdekten we iets dat we eerder, in alle verhitting, over het hoofd hadden gezien: onze ervaringen lijken op elkaar. Over het geheel genomen is er meer dat ons bindt, dan wat ons scheidt.

Zo maakt vrijwel geen enkele vrouw de keuze voor fles of borst lichtvaardig. De moeders die wij spraken hadden zich ingelezen, overlegd met hun partner, nagedacht over de risico's, de voordelen, de nadelen.

Dat past binnen onze cultuur, stelt onderzoeker Joan Wolf van Texas A&M University in haar boek 'Is Breast Best?'. In onze moderne samenleving zijn we voortdurend bezig risico's en kansen af te wegen, schrijft ze. Vooral op het gebied van gezondheid: is dit wel goed? Word ik hier misschien ziek van? Moeders moeten zich niet alleen zorgen maken over hun eigen gezondheid, maar worden ook vrijwel exclusief verantwoordelijk gehouden voor het welzijn van hun kinderen, en houden dat idee ook hardnekkig zelf in stand. Het is moeders morele plicht om het leven van haar kinderen in alle opzichten te optimaliseren, ze te behoeden voor elk denkbaar gevaar, ongeacht hoe klein de kans dat doemscenario X ook werkelijkheid wordt. 'Totaal moederschap' noemt Wolf dit verschijnsel.

De meeste vrouwen doen hun uiterste best om zo goed mogelijk door de modderige wateren van risicoland te navigeren maar als het gaat om borst of fles is dat zo makkelijk nog niet. Zowel aan de moedermelk- als de kunstmelkkant ontbreekt het aan praktische informatie. En dan vooral informatie die afkomstig is van onafhankelijke deskundigen.

"Raar dat het zoveel moeite kost om de goede informatie te verzamelen", zegt Manon de Haan (28), apothekersassistent uit het Brabantse Schijndel. Ze is veertig weken zwanger van haar eerste kind en van plan de fles te geven. "Je leest alleen maar over de voordelen van borstvoeding, over flesvoeding lees je niks. Het is verboden om reclame te maken voor flesvoeding voor baby's onder de zes maanden, dus de verloskundige kon geen advies geven over het type voeding dat ik moest kopen."

Waarom is het zo ingewikkeld om goede informatie te krijgen? De borst-versus-fles-strijd wordt voor een belangrijk deel uitgevochten door deskundigen van tamelijk abstracte organisaties over de hoofden van moeders heen. In de wet is bijvoorbeeld vastgelegd dat fabrikanten van zuigelingenvoeding moeten vermelden dat borstvoeding de beste keus is. De fabrikanten laten het er vervolgens niet bij zitten en stellen in de reclame die wél mag (voor baby's ouder dan zes maanden) hun product mooier voor dan het is. Moeders worden hier niet wijzer van.

"Experts dumpen hun tegenstellingen en conflicten voor de voeten van het individu en nodigen haar vervolgens vriendelijk uit om dit alles kritisch te beschouwen op basis van haar eigen denkbeelden", verwoordt de Duitse socioloog Ulrich Beck het.

De meeste moeders in spe besluiten dat de borst de beste keuze is: volgens cijfers van het RIVM krijgt driekwart van de pasgeborenen borstvoeding. "Moedermelk is voor baby's, koemelk is voor kalfjes", vatte een borstvoedende moeder het samen, als reactie op Asha's column. Een minderheid trekt een ander plan. Zoals Denise van de Mee (27) uit Oegstgeest, pedagogisch medewerker op een kinderdagverblijf. Vanaf dag één ging er bij haar zoon van nu acht maanden een fles in. "Door mijn werk heb ik zo veel narigheid gezien met borstvoeding", verklaart ze. "Kinderen die de fles niet willen, moeders die tussendoor komen voeden; wat een gedoe. Bovendien worden de borstkindjes net zo ziek als de fleskindjes, en zitten ze onder dezelfde uitslag. Volgens mij valt er wel wat af te dingen op het idee dat borstvoeding zoveel gezonder is."

Zo'n keuze wordt niet altijd gerespecteerd. Asha herinnert zich de afkeurende blikken op het consultatiebureau toen ze na een paar weken aanmodderen met een baby die elke twee uur wilde drinken - ook 's nachts - de borst verruilde voor de fles.

Maar dat Nederland een soort borstvoedingsparadijs is, is ook weer niet waar, ondervond Annemiek. In het ziekenhuis waar ze was, ging, ondanks dat ze wilde borstvoeden, zonder pardon een fles poedermelk in haar dochter. Die was volgens het verpleegkundig personeel wat aan de zware kant, en dat bracht een risico op 'stille ondervoeding' met zich mee. Op het consultatiebureau kreeg ze, na vragen over de moeizame opstartperiode - gedoe met tepelhoedjes, kolven, bijvoeden met poedermelk, consulten van een lactatiekundige - al snel een 'op een fles worden ze ook heus groot'-verhaal. En toen ze langer doorging dan de Heilige Zes Maanden, werd ze in de ogen van sommigen ineens een zonderlinge freak. Triest dieptepunt was haar toenmalige baas die haar betichtte van 'incest' omdat ze haar dreumes nog aan de borst had.

Zulke verhalen hoorden we meer. Kolven op het werk is nog steeds taboe, schreef Karen Geurts op de website van HP/DeTijd. Een derde van de borstgevende moeders met een baan vindt het gênant om op het werk te kolven, 32 procent heeft er geen goede plek voor. Een maand na de geboorte is het aandeel kinderen dat volledige borstvoeding krijgt gezakt van driekwart tot iets minder dan de helft, na een half jaar tot 18 procent.

Sommige vrouwen lucht het enorm op te stoppen met borstvoeden. Zoals Asha: na een paar weken de borstvoeding uit haar tenen te hebben gehaald, kocht haar man een pak flesmelk. Die nacht waren er veertien heerlijke aaneengesloten uren slaap. En de volgende ochtend keek ze met andere ogen naar haar slapende dochter. Haar wereld ging weer open: tijd voor zichzelf, tijd om met de baby te spelen, tijd om ongestoord te werken. De fles heeft haar eerste jaar als moeder gered.

Annemiek is juist dolblij dat ze in die moeilijke eerste weken heeft doorgezet met de borst. Ze houdt het nog steeds niet droog bij het filmpje waarop ze voor het eerst probleemloos haar dan vier weken oude baby voedt, maar is wel ontzettend blij met haar koppigheid, want daarna werd het met elke week en elke maand alleen maar makkelijker en leuker om borstvoeding te geven. Ziehier de laatste overeenkomst tussen flesmoeders en borstmoeders: degenen die eigenwijs genoeg zijn geweest om te kiezen wat bij hen past, ongeacht alle risicopraat, gebrekkige informatie en ongewenste bemoeienissen van buitenaf, zijn bijna altijd zeer tevreden met hun keuze.

Dat is juist het mooie van moeder zijn in onze tijd: dat we de vrijheid hebben om te kiezen, zegt ook de Amerikaanse schrijfster Judith Warner in haar boek 'Perfect Madness: Motherhood in the Age of Anxiety'. Jammer is volgens haar dat vrouwen die vrijheid nog lang niet altijd gebruiken om zichzelf gelukkig te maken, of om pal te staan voor wat zíj zelf het beste vinden. In plaats daarvan gebruiken we de vrijheid om onszelf onder curatele te stellen: denk aan dit gevaar, houd rekening met deze risico's, en wat nu als het fout afloopt met je kind?

De angst om te falen in de zoektocht naar opgroeitechnische perfectie is volgens Warner een van de redenen dat moeders elkaar regelmatig stevig de maat nemen. Bijvoorbeeld in felle borst- of flesdiscussies, waar de kampen - 'Maffia!' 'Propaganda!' - lijnrecht tegenover elkaar lijken te staan.

Er is veel te winnen als moeders elkaar zouden steunen in plaats van bekritiseren. Want laten we wel wezen: een kind grootbrengen is al moeilijk genoeg zonder commentaar vanaf de zijlijn en discussie over je hoogst persoonlijke beslissingen.

Bij deze dus onze witte vlag. Vrede?

Reageren

Op welke barricade staat u: die van de fles of van de borst? Stuur uw reactie naar tijdpost@trouw.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden