Flauwe competitie doodt inspiratie Harrie Weerman

Na elf jaar stopt Harrie Weerman als coach van de Drentse handbalclub E en O. Hoewel hij al in vele functies bij de regerend landskampioen actief is geweest, legt hij het coachwerk zonder enkele vorm van weemoed neer. Weerman heeft behoefte aan nieuwe gezichten en een nieuwe uitdaging. De 44-jarige adjunct-directeur van een MBO-school vindt dat hij genoeg wedstrijden van E en O tegen V en L heeft meegemaakt.

PAPENDAL - Weerman heeft het wel gezien. "Dit jaar spelen we zes of zeven keer tegen V en L. Twee keer in de competitie, straks in de halve finales van de beker en daarna weer in de playoffs" . Zelfs voor een gedreven handbalcoach als Weerman is dat te veel van het goede. In Emmen heeft hij het punt van verzadiging bereikt.

De Nederlandse competitie is te zwak. Steeds strijden dezelfde clubs om de bovenste plaatsen in de eredivisie. Dat de play-offs om de landstitel straks gaan tussen E en O, V en L, Sittardia en Blauw Wit, het zal niemand verbazen. "We hebben wedstrijden gespeeld, waarin we al bij rust met veertien of vijftien doelpunten verschil voorstonden" , legt Weerman uit. "Daar is natuurlijk niemand bij gebaat. Je kunt van de spelers niet verlangen dat ze vier keer per week gemotiveerd trainen als ze weer eens zo'n wedstrijd moeten spelen" . Weerman is van mening dat het aantal clubs in de eredivisie verminderd moet worden. Maar hij weet ook dat dat een gevoelig punt is binnen het Nederlands Handbal Verbond.

De opvolger van Weerman als E en O-coach is al bekend (John Ettikhoven), maar zijn eigen naaste handbaltoekomst heeft hij nog niet in kaart gezet. Het enige dat vast staat, is dat hij komend seizoen weer als bondscoach van Jong Oranje aan de slag gaat. Maar of hij daarnaast een (Nederlandse) club zal trainen, hij weet het zelf ook nog niet. Een aanbieding van Nordhorn, een ambitieuze club uit de Duitse regionalliga, legt hij waarschijnlijk naast zich neer. Ook heeft een drietal Nederlandse verenigingen al van interesse blijk gegeven. Maar wat heeft een ambitieuze trainer te zoeken in een superflauwe competitie. Daarbij nog gememoreerd dat niet een Nederlandse club hem de professionale mogelijkheden kan geven die hij bij Emmen en Omstreken heeft.

"Het is voor mij een hobby" , stelt Weerman vast. "Op het moment dat ik moet gaan trainen voor het geld, dan stop ik onmiddellijk" . Een probleem voor Weerman vormt zijn huidige werkkring. Als directielid van een school kan hij er niet zomaar voor een paar jaar tussenuit. "Ik krijg alle medewerking. Dit jaar kon ik dertig buitengewone verlofdagen opnemen. Maar als ik twee jaar onbetaald verlof neem, kan ik natuurlijk niet meer mijn plaats in de directie claimen. Maar ik ben sportman genoeg om een serieus aanbod altijd in overweging te nemen. Een baan als bondscoach ambieer ik best, maar daar moet wel voldoende tegenover staan" . Op dit moment is Weerman assistent van bondscoach Guus Cantelberg.

Professioneel

In de elf jaar dat Weerman aan het roer stond in Emmen, werd hij in de gelegenheid gesteld een topploeg neer te zetten. Samen met een aantal professioneel ingestelde mensen bracht hij E en O naar de hoogste tree van de nationale ladder. Tweemaal ging de landstitel naar het hoge noorden, maar Weerman wilde meer: internationaal succes. Om dat doel te verwezenlijken trok hij dit seizoen de Spaanse routiner Augustin Garcia en de Russische doelman Anatoli Galuza aan. Maar het verblijf in de Europa Cup was opnieuw van korte duur. In de eerste ronde was het Franse Nimes te sterk voor de Emmenaren.

"Een kwestie van geld" , weet Weerman. "Bij Nimes werken ze met een budget van 2,5 miljoen gulden per jaar, wij moeten het doen met 300 000 gulden" . En dat verschil vertaalt zich uiteraard op het veld. Maar ook daarbuiten. Weerman: "In Nimes werd een grote reclamecampagne gevoerd voor die wedstrijd. Overal borden in de straten. Vijfduizend mensen kwamen kijken en het duel werd rechtstreeks op de televisie gebracht. Met vier camera's vanuit verschillende posities. Ik heb een videoband gekregen, het is gewoon fantastisch wat je ziet. In Nederland is dat ondenkbaar" .

Toch was Frankrijk een aantal jaren terug het voorbeeld voor Nederland. Zo moeten wij het ook doen, was een veelgehoorde kreet. De Fransen, maar ook de Duitsers, de Spanjaarden en de Russen, hebben het Nederlandse handbal inmiddels op een straatlengte achterstand gezet. "In die landen is er een andere sportcultuur" , zegt Weerman. "Daar is het niet alleen maar voetbal. Op Papendal heb ik afgelopen woensdag met de nationale ploeg bijna vier uur naar voetbal op de televisie gekeken. Dan kijk je toch naar dure jongens en de hele avond zie je maar een doelpunt. Dan vraag je je toch af, wat dat nu eigenlijk helemaal voorstelt" .

De mensen die op 19 maart kijken naar de samenvatting van het handbalduel tussen Nederland en IJsland, zien zonder twijfel meer doelpunten. Maar het is de vraag of Oranje in die ontmoeting aan de goede kant van de score blijft. In het Oostenrijkse Linz vormen het sterke IJsland en Nederland samen met Noorwegen en Belgie poule A van het WK-kwalificatie-toernooi. De nummers een, twee en drie uit de poule mogen verder in het evenement waaraan in totaal zestien landen deelnemen. Het gaat in Oostenrijk om de eerste vier plaatsen in het eindklassement. Die geven recht op deelneming aan de A-WK van volgend jaar in Zweden.

Genuanceerd

Voor bondscoach Guus Cantelberg is het erop of eronder. De Limburger heeft zijn lot verbonden aan het resultaat in Oostenrijk. "Halen we de eerste vier niet, dan heb ik gefaald en dan moet ik daar mijn consequenties uit trekken, luidt zijn opvatting. Zijn assistent Weerman zou het eventuele vertrek van Cantelberg ('hij is een consequent iemand') enorm betreuren, maar de Drent kijkt wel genuanceerder aan tegen het B-WK in de Oostenrijkse Alpen. Handhaving zou in zijn ogen al een goede prestatie zijn.

Cantelberg en Weerman kwamen in 1989 gelijk 'aan de macht'. Vanaf dat moment kreeg het handbal in Nederland een steeds professioneler karakter. Spelers werden vrijgekocht van hun werkgevers om zich optimaal op hun sport te kunnen richten. De voorbereiding op 'Oostenrijk', die eigenlijk direct begon na de aanstelling van Cantelberg en Weerman, mag voor Nederlandse begrippen ongehoord worden genoemd. De laatste loodjes bestonden uit een trainingskamp in Sittard en op Papendal. Afgelopen vrijdag, zaterdag en zondag werkte de selectie drie oefenduels af tegen Japan. Na twee interlands tegen Luxemburg begeeft het gezelschap zich begin volgende week naar Oostenrijk.

Volgens Weerman staat het buiten kijf dat het niveau van de nationale ploeg de afgelopen twee jaar enorm is verbeterd. Wedstrijden tegen Tsjechoslowakije, Zweden en Egypte bewezen dat er sprake is van een stijgende lijn, die onmiddellijk ook het geloof in eigen kunnen bij de internationals heeft opgevijzeld. "Ik heb daar pas met Henk Groener (een geroutineerde opbouwer, red.) over gesproken" , vertelt Weerman. "Bij voorgaande lichtingen ging het er altijd om: als we maar niet degraderen. Nu is iedereen ervan overtuigd dat we een goed resultaat kunnen neerzetten. Degradatie zou een blamage zijn" .

Weerman realiseert zich dat in Oostenrijk de fundamenten kunnen worden gelegd voor een stevig handbalbolwerk in Nederland. Promotie naar de A-categorie zou meer aandacht van televisie en sponsors betekenen. Maar wat gebeurt er als de prestaties tegenvallen en een aantal spelers Oranje de rug toekeert? "Dan moeten we verder met de jeugd. En dan praat ik niet alleen als bondscoach van Jong Oranje. Als we succes hebben blijft de groep wel bij elkaar, maar ik weet zeker dat vijf of zes jongens stoppen als in Oostenrijk wordt gefaald. Dat gat moet opgevuld worden met jonge spelers en dat zou wel eens een probleem kunnen worden" .

In zijn samenwerking met Cantelberg was Weerman bereid om met de Limburger 'door muren te gaan'. Vaak zaten de twee handbal-fanaten op een lijn, maar de noorderling was het niet altijd eens met de zuiderling. "Ik vind dat we te veel met een ballon bezig zijn geweest, terwijl we te weinig hebben gekeken naar de bak eronder" , zegt Weerman. "Door de enorme aandacht die we aan het A-team hebben besteed, is er een groot gat ontstaan met de jonge groep daaronder. Hagreize, Veerman en Nijdam hebben zoveel kunnen trainen en spelen dat zij veel beter zijn geworden dan de jongen met wie zij een jaar geleden op gelijke voet stonden" .

In de huidige lichting van Jong Oranje zitten onmiskenbare talenten, maar aan die jonge spelers moet de komende jaren wel meer tijd een aandacht worden gegund. Met de vorige groep, waarvan vier spelers in Oranje spelen en de rest in de eredivisie uitkomt, was Weerman nauwelijks in staat internationaal te spelen. In twee jaar tijd zag de Jong Oranje-coach zegge en schrijve dertien interlands van zijn pupillen. En dat waren er al meer dan zijn voorganger Cees van Meurs zag. Weerman: "Wij speelden tegen landen die met hun jeugdspelers al dertig tot veertig interlands hadden gespeeld. Met zo'n aantal geef je een speler voldoende bagage mee om zich als A-international te ontpoppen" .

Log lichaam

Als bondscoach van Jong Oranje heeft Weerman voldoende plannen om het jeugdhandbal in Nederland nieuw leven in te blazen. Zijn ideaalplaatje is om het aantal afdelingen binnen het Nederlands Handbal Verbond te verkleinen van veertien naar zes. In die afdelingen zouden per jaar twee grote toernooien moeten plaatsvinden in de leeftijdscategorien van 14/15 jaar en 16/17 jaar. Op die manier komen de beste handballers volgens Weerman vanzelf boven drijven. "Nu wordt er nog te lang en te veel geinvesteerd in spelers waarvan iedereen weet dat ze het nooit zullen gaan maken. Maar ik weet dat de bond een log lichaam is en ik verwacht derhalve niet dat er op korte termijn iets zal veranderen" .

Weerman is al zeer benieuwd naar wat het NHV na 1 april gaat doen. Een teleurstellend optreden in Oostenrijk zou weleens het einde kunnen inleiden van het door Cantelberg en Weerman opgebouwde semi-professionele handbal. "Wat er in Oostenrijk ook gebeurt, de bond moet zich wel realiseren dat er ook na dat toernooi nog wordt gehandbald" , meent Weerman. "Je kunt het niet maken om bijvoorbeeld in november met een krakkemikkig zooitje naar de Haarlemse handbalweek te gaan. Dan registreert de televisie genadeloos dat het met het handbal in Nederland nooit wat wordt. En dat moeten wij koste wat het kost voorkomen" .

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden