Flamenco is een levensstijl in muziek en dans

Een Hollandse flamenco-danseres. . . Dat lijkt een contradictie, toch bestaat zij. Op de houten vloer van haar kleine slaapkamer in een Amsterdams grachtenpand heeft Cora Weggeman nog net een vierkante meter weten uit te sparen. Dat is haar dagelijkse oefenruimte om farucca's, tarantos, bulerias, alegrias, sequinyeas en soleares uit haar met spijkertjes beslagen gehakte schoenen te roffelen.

EVA VAN SCHAIK

Haar buren hebben er vrede mee, zolang ze er niet na twaalf uur 's nachts mee doorgaat. Langs de trap naar haar evenmin wijd bemeten woonkamer/keukentje hangen de door Ada Tieman genaaide bata de cola's, met slepen en stroken naast de jurken met zwarte en witte noppen. Menig meisjeshart zou er van overslaan.

Cora Weggeman werd in Eindhoven geboren en heeft geen druppeltje Spaans bloed in de aderen, ook al heeft zij haar uiterlijk in alle opzichten mee om voor Mediterraanse door te gaan. Ze is het bewijs dat mensen die van ritme bezeten zijn diepgewortelde verschillen tussen nationale culturen kunnen opheffen. Thans vormt zij samen met de Nederlandse gitarist Eric Vaarzon Morel en zijn Chileense collega Ricardo Mendeville het 'cuadro' (huis) van een Nederlands-Spaanse flamencogroep.

Met Luis Fernandez Heredia, een jong ritmisch danstalent uit Granada, de zangeres La Polvorilla en de palmares (klappers) Luis Vargas Monge en Silverio Heredia Nunez maakten zij een succesrijke tournee van 42 voorstellingen door ons land. Tot het eind van deze week zijn zij nog in het Amsterdamse theater Nieuwe de la Mar te zien.

Op de Amsterdamse balletacademie van Nel Roos was ze, halverwege de jaren zeventig, nog een van de vele meisjes met een knot op haar hoofd, dapper in de weer tegen de wetten van de natuur, en trippelend op spitzen om de aarde te ontstijgen. Het lichtvoetig overwinnen van de zwaartekracht zou verdrongen worden door ritmisch stampen in de grond, met het volle gewicht, en een volkomen in bedwang gehouden bovenlijf.

"Eigenlijk wilde ik, toen ik nog klein was, het liefste dirigent worden" , vertelt Weggeman. "Als mijn ouders uit huis waren, pakte ik de breinaald om de zevende symphonie van Beethoven te dirigeren. Naar aanleiding van het jaarlijkse kerstspel op de lagere school, waarin ik Maria mocht zijn, wilde ik ook graag actrice worden. Vanwege de muziek ging ik op balletles, na enige tijd zelfs vier keer per week. Omdat ik van mijn ouders wel mijn middelbare school moest afmaken, was ik al negentien, toen ik bij balletacademies auditeerde. Mijn vader was er heel erg op tegen dat ik danseres wilde worden."

"Ik koos, vraag me niet waarom, voor de Nel Roos Academie. Omdat ik te oud bevonden werd voor een balletcarriere, kwam ik op de afdeling voor dansdocentschap. De Spaanse vlam sloeg in de pan tijdens mijn eerste vakantie alleen in het buitenland. In Cafe Chinitos in Madrid zag ik na afloop van een toeristenshow een danseres het podium opgeduwd worden door twee zangers. Zij had zoveel power: het was zo niks en zo sterk. . . Daar en toen is het gebeurd."

"Terug in Amsterdam ging ik naast de gebruikelijke lessen van Juan Antonio ook privelessen Spaanse dans volgen bij Therese Martin. Boven mijn kamertje in het Jordaanse Claes Claeszhofje hoorde ik opeens iemand flamenco-gitaar spelen, en dat bleek Frans Notrot te zijn. Kort en goed: we zijn samen door gegaan. In 1982 ging ik naar Madrid. Ik wist nog van niks, kende geen woord Spaans. Via lessen van Mercedes Albano kwam ik terecht op de Amor de Dios. Dat is een school met allemaal losse flamenco-studio's, waar je zelf je rooster kunt samenstellen. Een beurs van WVC gaf me de mogelijkheid er twee jaar te studeren. Een aanbod om bij een flamenco-groep te komen, sloeg ik heel bewust af: ik wilde mijn eigen lijn aanhouden, niet ondergedompeld raken."

"Terug in Nederland volgden optredens in Boulevard of Broken Dreams met Frans Notrot. Dat ging mis, en toen zijn Eric en Ricardo voor hem in de plaats gekomen. Ons uitgangspunt is voorstellingen te maken van Spanjaarden die 100 procent flamenco-danser zijn. We maken het programma hier in dit kamertje, repeteren twee weken in een gehuurde studio, en gaan er dan tegenaan. In onze laatste serie heb ik vooral de tragiek in de flamenco benadrukt. Naar het publiek toe is dat tamelijk streng, want het flamboyante vrolijke, dat ook een aspect van de flamenco is, hapt veel beter weg, natuurlijk."

Cora Weggeman is inmiddels in het stadium beland, dat ze weet dat ze nooit genoeg van flamenco zal krijgen. "Dat ik er geen mallemoer van terecht bracht, besefte ik me tijdens een tournee met enkele rasechte flamenco-dansers. Ik raakte totaal overstuur, heb een week in puin gelegen. Ik ben toen weer helemaal overnieuw begonnen. Mijn grote voorbeelden zijn toch wel Manolete uit Granada en Cristina Hoyas, beroemd door de film van Saura. Haar Carmen is beroemd, maar nog mooier is haar rol in 'El amor brujo' en 'Bodas de Sangra'."

"Nog steeds weet niemand waar de naam flamenco precies vandaan komt. Waarschijnlijk is het een verbastering van fellah mengou, het Arabisch voor een 'verdreven mens', en het Spaans voor 'Vlaming', als spotnaam voor zo'n onbehouwen buitenlander, die niet weet hoe het hoort. Dat zou ook met de Tachtigjarige oorlog te maken kunnen hebben, toen Spaanse soldaten als zwervers naar Andalusie terugkeerden. Toen de zigeuners en joden aan het eind van de vijftiende eeuw uit Andalusie verdreven werden en zich via de sierra's over Europa verspreidden, werden zij even getiranniseerd door de Spaanse machthebbers als de Vlamingen."

"Vast staat in elk geval dat de flamenco een complex is van Moorse, Joodse, Andalusische en door de zigeuners uit Perzie meegenomen gebruiken. Flamenco is de uiting van een levensstijl in muziek en dans, ontstaan op een bodem waar vele beschavingen overheen gingen. De verdrevenen en opgejaagden hadden voor hun overlevingsdrang alleen nog de grond onder hun lichaam om hun vreugde en verdriet te uiten, om hun instinct tot zelfbehoud te kanaliseren."

"Flamenco is een middel om je zelfrespect te bewijzen. Maar deze muzikanten en dansers waren ook de enigen die de draak staken met het gezag. Flamenco is altijd in de grond gericht, in tegenstelling tot ballet. Bij het opvangen van het ritmisch roffelen zijn ook geen hupjes toegestaan, waardoor de danser boven zijn of haar lichaamslengte uit komt. De arm- en handvoering is nooit op expansie of projectie gericht, maar op een beteugeling van je eigen kracht. De flamenco was ook niet voor theaters bedoeld. Dus als je dat wel doet, moet je heel goed weten wat je doet. Het gaat mij om het neerzetten van de sfeer, met gebruikmaking van de regels van het theater. Die sfeer, dat ben je zelf, met de mensen op het podium, je cuadro."

"Er is inderdaad geen groter verschil tussen de manier waarop Nederlanders en flamenco-dansers uiting geven aan hun lichaamsbesef. Dat verklaart misschien ook wel de interesse die hier voor Spaanse dans bestaat. Als mensen in het programma lezen, dat ik Weggeman heet, ontstaat altijd veel verwarring. Maar ik weiger een fraaie Spaanse naam aan te nemen."

"Ze vragen vaak hoe dat met mijn duende zit, dat magische moment waarop een danseres volledig in harmonie is met haar lichaam, zich voor de volle 100 procent kan geven. Spanjaarden doen over die piekervaring altijd heel geheimzinnig. Maar ik hou niet van die poespas. Tekenend voor Nederlanders is hun angst zich te laten gaan. Liedjes als 'Een beetje verliefd' of 'Verliefd is iedereen wel eens een beetje' zouden ook niet in Spanje geschreven kunnen worden. Daar geldt het 'el amor brujo', de liefde van een heks. Maar in Madrid kan alles ook altijd tot morgen wachten. Daarom verkies ik het om in Amsterdam te wonen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden