Review

Flamboyante Bumbry geeft zangles

AMSTERDAM - Bij de eerste noot die Grace Bumbry zaterdagavond in het Amsterdamse Concertgebouw zong, wist je dat het goed zat. De 65-jarige zangeres trof die noot exact in de kern, spatzuiver en met een inleving zoals je dat maar zelden tegenkomt. Die eerste noot gaf velen een gevoel van opluchting, want het is met oudere diva's maar de vraag of ze recht kunnen doen aan de legende die ze van zichzelf gemaakt hebben.

'Ecco: respiro appena' (Zie: ik adem met moeite) luidt de eerste zin van de aria uit Cilèa's 'Adriana Lecouvreur' waarmee Bumbry haar verbazingwekkende recital begon. Het leek een provocerende grap, die tekst, want in zes grote fragmenten bewees Bumbry het tegendeel: ze ademde hoegenaamd niet met moeite. In een flamboyante ultra-roze robe nam Bumbry bezit van het podium en begon aan datgene waarin ze al meer dan veertig jaar onovertroffen is: het bij de kladden grijpen van haar toehoorders.

Bumbry werd in de jaren zestig van de vorige eeuw legendarisch met haar vertolkingen van mezzo-sopraan rollen als Carmen, Amneris ('Aida') en Eboli ('Don Carlos'). Al snel ontwikkelde ze zich ook tot een sopraan van grote klasse, maar ze kreeg vanwege die voortdurende schakeling tussen mezzo- en sopraanpartijen ook wel de nodige kritiek. Schoenmaker blijf bij je leest, was de boodschap van critici die vonden dat Bumbry het best was als ze haar mezzo-register aansprak. Alsof ze die critici nog eens een keer de mond wilde snoeren, zong Bumbry zaterdagavond alleen maar sopraan-aria's.

Het is bijna onbegrijpelijk dat Bumbry met al die zware rollen haar stem in zo'n goede conditie heeft weten te houden. Toegegeven: de ruimte rondom het geluid is minder geworden, de klank is niet meer zo sappig en in de hoogte klinkt het wat schraler. Maar daartegenover staat dat Bumbry niets van de ware kunst van het zingen verloren heeft. Zonder problemen schakelde ze van zacht naar hard en weer terug, bond ze de ene noot aan de andere in een perfect legato en kleurde ze de tekst met betekenis. Bovenal ademde ze leven in de muziek met haar niet te omzeilen persoonlijkheid.

Bumbry's recital was niet minder dan een zangles van een grande dame. Dat werd vooral duidelijk in het Adagio van Albinoni in een vreemde bewerking voor stem en orkest. Al meer dan dertig jaar was dit orkestrale Adagio Bumbry's lievelingsmuziek toen ze die versie voor stem hoorde op de radio. Uiteindelijk kreeg ze de muziek te pakken en in Amsterdam zong ze het stuk voor het eerst. De kitscherige bewerking klonk zoeter dan het roze van Bumbry's jurk, maar wat de zangeres in deze vocalise aan stemvoering en variatie liet horen was groots.

Na de pauze maakte Bumbry zich op voor het echte werk met aria's uit Verdi's 'Macbeth' en 'Don Carlos' en Wagners 'Liebestod' uit 'Tristan und Isolde'. Het moordzuchtige venijn van de Lady in 'Macbeth' klonk in elk gezongen woord en het was onwaarschijnlijk hoe goed Bumbry -dé Eboli van haar generatie- nu de aria van Elisabetta uit 'Don Carlos' zong. Het Radio Symfonie Orkest omlijstte het geheel met goed uitgevoerde ouvertures en intermezzi. Onder leiding van Nikolai Alexejev werden het voorspel en de 'Liebestod' ook voor het orkest hoogtepunten. Bumbry, moeilijk ter been en van een zijtrap opkomend, kwam slechts een keer terug om het uitzinnige publiek te bedanken. Een toegift zat er niet in, maar eigenlijk was dit hele recital één grote toegift van een ware diva in haar nadagen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden