'Fixeer je niet op een snelle tijd, dat leidt tot ontgoocheling'

Van nature is talent ongelijk verdeeld over sporters. Doping kan dat opheffen, aldus Marc Van den Bossche.Beeld Getty Images

Een goed leven begint bij een goede lichaamszorg, zegt sportfilosoof Marc Van den Bossche.

De Griekse filosoof Plato, vier eeuwen voor Christus, was een worstelaar. Maar de vakgenoten na hem zijn de lichamelijkheid eeuwen later een beetje vergeten. Marc Van den Bossche signaleert dat daarin verandering is gekomen. Sportfilosofie is volgens hem een heus vak. Voor het eerst houdt de European Association of the Philosophy of Sport (EAPS) een congres in Nederland.

Van den Bossche, hoogleraar filosofie aan de Vrije Universiteit Brussel, is vandaag de voornaamste spreker tijdens het driedaagse congres in Nijmegen, waarvoor een veertigtal filosofen zich heeft gemeld. De EAPS heeft de krachten gebundeld met de club van Britse sportfilosofen. In de Angelsaksische landen is sportfilosofie een gerespecteerd vakgebied, in de Amerikaanse academische wereld is zelfs sprake van een traditie. In het grootste deel van Europa en ook in Nederland stelt sportfilosofie maar weinig voor.

"Een van de redenen is een zeker dédain voor lichamelijkheid", stelt Van den Bossche. "Lichaamszorg en lichaamscultuur is in de traditie van de westerse cultuur ondergewaardeerd. Sport was een beetje een gekke bedoening die niets te maken had met serieuze intellectuelen."

Sport werkt net als antidepressiva

Toen Van den Bossche in 2005 zijn eerste boek over sport had geschreven, reageerde zijn baas, de man die hij zou opvolgen veelbetekenend. "Marc, dit gaat geen goed doen aan je academische carrière." Dat zou nu anders liggen. Van den Bossche: "De vraag naar een goed en betekenisvol leven is nauw verbonden aan lichaam en emotie. Dat is de stelling die ik ga verdedigen."

Dat aandacht voor het lichaam het denken ook ten goede komt, heeft Van den Bossche ervaren. Hij was een fanatiek duursporter, liep afstanden tot honderd kilometer. Een zwaar verkeersongeval in 1989 dwong hem tot rust. De revalidatie verliep moeizaam, hij werd depressief en kreeg en aantal jaren later medicijnen voorgeschreven.

Die kleine pilletjes werkten heel goed. "Maar op een gegeven moment kocht ik een racefiets. Het heeft maar even geduurd of die antidepressiva konden gewoon de vuilnisemmer in. Want dat fietsen deed met mijn lichaam hetzelfde. Op lange termijn werkt sport beter. Ik ben blijven sporten, ben nu 57, maar ik sport toch vijf of zes keer per week."

Het begint bij het lichaam

Een goed leven begint bij een goede lichaamszorg, wil Van den Bossche maar zeggen. Mensen die zich goed verzorgen, gaan ook anders denken. Daar is hij van overtuigd. "Alles begint bij de lichamelijkheid. Het is misschien een eigenaardige stelling voor een filosoof, maar het denken begint bij hoe je lichamelijk met de wereld verbonden bent."

Volgens Van den Bossche heeft de feministische filosofie zijn vakgenoten de weg gewezen. "In het westerse denken werden mannen gezien als rationale wezens. Vrouwen waren meer lichamelijk en emotioneel. Het feminisme heeft lichamelijkheid en emotie vijftien, twintig jaar geleden op de agenda geplaatst. Ik zie een verandering. Alleen al dat congres in Nederland."

Het congres behandelt een bont palet aan onderwerpen: de betekenis van activistische sporters als Muhammed Ali, het brein van de voetballer en de vraag of de degene die het beste improviseert ook de beste is in een wedstrijd tussen twee even goede sporters. En doping natuurlijk. Zo is het voor filosofen niet zo vanzelfsprekend prestatiebevorderende middelen af te wijzen. Van nature is talent ongelijk verdeeld over sporters, kijk maar naar de supersprinter Usain Bolt. Een medisch steuntje in de rug zou die ongelijkheid wat kunnen verkleinen, is de redenering.

Ethisch bewust sporten

Het is wel duidelijk dat filosofen zich niet zo snel voor het karretje van de geïnstitutionaliseerde sport laten spannen. Van den Bossche, die tot twee keer de Mont Ventoux op fietste en dit jaar een rit van 272 km aflegde voor een actie tegen kanker, geeft het voorbeeld van iemand die zich op de marathon voorbereidt. "Als luis in de pels zeg ik dat het niet belangrijk is welke tijd je loopt. De maanden voor die inspanning zijn belangrijker dan de dag van de wedstrijd zelf. We moeten ons niet fixeren op een tijd. Dat leidt alleen maar tot ontgoocheling."

Waar psychologen tegenwoordig aardig wat werkgelegenheid vinden in de sport, hoeven de filosofen daar volgens Van den Bossche niet op te rekenen. "Sportpsychologen leren mensen omgaan met prestatiedruk. Dat is niet de taak van een filosoof. Ethiek is wel een onderdeel van de filosofie. Ik kan gaan vertellen dat het belangrijk is om ethisch bewust te sporten. Dan kom je uit bij zaken als doping en fair play."

Verder reikt de polsstok van Van den Bossche niet. Op de vraag of het Nederlands voetbalelftal baat zou hebben bij een filosoof blijft de Belgische professor het antwoord schuldig. "Ik weet het niet. Sporters zouden sowieso baat hebben bij een filosofische dimensie, dat ze bij hun werk stilstaan. Maar dat verbetert de prestatie niet. Het zal moeilijk te verkopen zijn een filosoof aan te trekken. Misschien moeten we zeer goed verdienende voetballers of tennisspelers aanraden een deel van hun inkomen af te staan aan mensen die het minder hebben."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden