Fiscale vrijheid schaadt sociale vrede

In het Filosofisch Elftal analyseren twee denkers een actuele kwestie. Wat zijn de morele implicaties van de feiten die dankzij de Panama Papers aan het licht komen?

De Panama Papers zijn een doos van Pandora. Namen die in de verhalen over belastingontwijking opduiken variëren van de Russische president Poetin en zijn entourage tot Nederlandse notarissen die blijken te helpen bij het opzetten van dubieuze juridische constructies voor vermogende particulieren en bedrijven.

De verhalen bieden ontnuchterende inzichten in praktijken waarvan het bestaan wel bekend was, maar die zelden in de openbaarheid komen - al helemaal niet compleet met namen en rugnummers. En het eind is nog niet in zicht.

Wat zijn de morele implicaties van de praktijken die nu aan het licht komen?

Ingrid Robeyns, econoom en filosoof, hoogleraar ethiek van instituties aan de Universiteit Utrecht: "Laat ik voorop stellen dat ik dit project fantastisch vind. Het is ongekend dat onderzoeksjournalisten zo lang in stilte internationaal hebben samengewerkt om tot dit resultaat te komen. Dit is de pers in al zijn glorie, een zegen voor de democratie. Je ziet het ook aan de eerste gevolgen: in China is direct het zoeken op de term 'Panama' gecensureerd, in IJsland is de premier opgestapt.

"Wat dit dossier zo baanbrekend maakt, is hoe wijdverbreid de vernuftige varianten van belastingontduiking blijken te zijn - van superrijken tot multinationals en zelfs bedrijven uit het mkb. En dit zijn slechts de gegevens van één bedrijf dat dit soort praktijken mogelijk maakt; het topje van de ijsberg dus. Dat dwingt ons tot fundamentele reflectie.

"Als we onze samenleving in navolging van denkers als Hobbes en Rousseau zien als de uitwerking van een sociaal contract tussen burgers, kan je zeggen dat de praktijken die in de Panama Papers aan het licht komen, een bom leggen onder het sociale contract zoals wij dat kennen. Dat is ernstig, want we hebben heel wat te verliezen.

"We genieten hier een grote mate van welvaart, stabiliteit en sociale vrede. Waar is die toestand op gebaseerd? Op een goed beschermd eigendomsrecht, onder andere. Dat de één beduidend meer heeft dan de ander, vinden we acceptabel omdat iedereen naar vermogen een bijdrage levert aan de centrale pot. Via die centrale pot worden algemene voorzieningen en een bestaansminimum voor iedereen gerealiseerd, en proberen we gelijke kansen te realiseren. Maar als blijkt dat de superrijken zich aan die verplichting onttrekken, zichzelf buiten de samenleving plaatsen, waarom zou een revolutie dan niet legitiem zijn?"

Bas Haring, filosoof en hoogleraar publiek begrip van de wetenschap aan de Universiteit Leiden: "Daar zit wat in. Ik zou dat wel heel onplezierig vinden - als mensen met weinig geld nu bijvoorbeeld massaal zouden gaan zeggen: zo, nu houden wij ook op met belasting betalen.

"Gelukkig is dat ook heel onwaarschijnlijk. Degenen die niets hebben, of bijna niets, hebben ook geen macht. Het enige wat ze kunnen doen, is stemmen. Stemmen op een politieke partij die iets tegen deze praktijken wil doen. Alleen is het voor de politiek ook bijna onmogelijk om dit soort constructies met wetten tegen te gaan. Belastingontduikers kan je aanpakken. Maar in de meeste gevallen gebeurt hier niets illegaals.

"Een persoon moet belasting betalen in het land waar hij zich werkelijk bevindt. Maar een bedrijf kan zich, sinds de loskoppeling van personen en bedrijven in de negentiende eeuw, bewegen als een geest. Een bedrijf hoeft niet op één plek te zijn en kan zich op meerdere plaatsen tegelijk vestigen, onafhankelijk van de plaats van de economische activiteit."

Robeyns: "Econoom Thomas Piketty vraagt zich in zijn boek over het kapitalisme in de 21ste eeuw af wat er te doen is tegen het voortschrijden van de extreme vermogensongelijkheid in de wereld. Hij noemt verschillende opties, onder andere een kapitaalbelasting. Dat kan niet, zeggen critici dan, want kapitaal is mobiel.

"Maar: er zijn wel degelijk stappen genomen. Twintig jaar geleden kende Europa nog meerdere landen met een strikt bankgeheim. Dat is afgeschaft, ondanks de enorme belangen waar dit tegenin ging. Zeg dus niet te gauw dat dingen niet kunnen."

Haring: "Adviseurs en specialisten zullen altijd op zoek gaan naar de plek waar dingen onzichtbaar kunnen blijven en waar het minste belasting hoeft te worden betaald. Zelfs schrijvers hebben hun eigen belastingparadijs: Ierland. Ierland heeft een bijzonder lage royaltybelasting. Daarom zijn heel veel schrijvers daar gevestigd, tenminste: op papier.

"Het enige middel om hier iets tegen te doen, is stemmen op politieke partijen die ernaar streven om de belastingtarieven in zoveel mogelijk landen gelijk te trekken. Bijvoorbeeld een uniformering van belastingen in Europa. Dat zou een beetje helpen. Maar ook niet écht, want dit speelt natuurlijk voor het grootste deel op kleine zonnige eilandjes in oceanen. Er zijn nu eenmaal geen wetten die wereldwijd gelden."

Robeyns: "Dat klopt wel, maar het gaat voorbij aan de fundamentele vragen die hier voorliggen. Zoals de vraag welke vermogensverdeling we aanvaardbaar vinden. In Nederland is het zo dat zestig procent van de bevolking geen of een verwaarloosbaar vermogen heeft. Veertig procent bezit ongeveer alles wat er is. Tien procent daarvan bezit zestig procent van het totale vermogen. Dat is dus al een bijzonder ongelijke verdeling.

"Waarom aanvaarden wij dit? Ten eerste: uit onwetendheid. Ten tweede: omdat we allemaal toch een redelijke levensstandaard hebben. Die redelijke levensstandaard wordt gerealiseerd via de belasting van allen. Belastingontwijking op deze schaal ondergraaft dit systeem. Kijk, menigeen huurt wel eens een zwartwerker in om zijn huis te verbouwen. En bijna iedereen probeert - misschien zelfs met hulp van een boekhouder - zo min mogelijk belasting te betalen. Maar het stelselmatig weg laten vloeien van miljoenenwinsten, dat is van een heel andere orde. De Panama Papers gaan óók over de rijkste 1 procent van de wereld, die een ongekende macht heeft en die zich via de brievenbusconstructies onttrekt aan de politieke gemeenschap.

"Een cynicus kan zeggen: 'Ach, dit is de smeerolie van het kapitalisme'. Maar de winsten die als smeerolie dienen worden niet gegenereerd in een vacuüm. Ze zijn het resultaat van interacties tussen werkgevers, werknemers, en consumenten, die leven in politieke gemeenschappen. Die monsterbedragen zouden de smeerolie van die gemeenschappen moeten zijn.

"Het kapitalisme heeft een wankele basis in het fundamentele belangenconflict tussen arbeid en kapitaal. Marx was zich daar natuurlijk van bewust, maar Adam Smith ook al. Dit besef loopt als een rode draad door de geschiedenis van het denken over economie.

"Eigenlijk is het enkel in de laatste halve eeuw zo geweest dat economen zijn gaan geloven dat economie los te denken is van politiek. Dat de verdeling van eigendom en kapitaal een morele kwestie is waar zij zich niet mee bezig moeten houden.

"Maar we zagen het twee jaar geleden aan het wereldwijde succes van Thomas Piketty, die liet zien dat de ongelijkheid in de wereld schrikbarend toeneemt en dat in de verdeling van de koek er steeds meer naar kapitaal gaat, en minder naar arbeid. We zien het nu aan de verontwaardiging over de Panama Papers: economie en vermogensverdeling zijn niet los te zien van politiek en moraal."

Haring: "Daar ben ik het deels mee eens. Economen moeten zich realiseren dat hun vakgebied een morele dimensie heeft. Maar ik vind het niet erg wanneer economen zeggen: wij schrijven niet voor hoe dit land er idealiter uit zou moeten zien, of hoe de belasting moet functioneren. We kunnen wel uitrekenen wat we moeten doen om de ongelijkheid te vergroten of verkleinen. Dus burgers en politici, spreek u uit over hoe u de koek wilt verdelen. Dan kunnen wij als economen, als technici, aanbevelingen doen over hoe dat te bereiken is. Dat is een zakelijke, ingenieursachtige uitspraak die volgt op een politieke of morele wens."

Robeyns: "Toch is een volledig waardevrije economie onmogelijk. De keuze voor de vragen die je stelt is normatief, en ook de keuze van de beleidseffecten die je wel of niet analyseert. Want doordat economen alleen kijken naar economische effecten, met efficiëntie als enige of belangrijkste waarde, doen politici dit ook. Zij verwijzen bij hun keuzes naar de economen. Daardoor worden dingen mogelijk die we eigenlijk allemaal politiek en moreel onwenselijk vinden - zie de kredietcrisis, zie de Panama Papers.

"Nobelprijswinnaar en econoom Robert Lucas bestempelt de aandacht die sommige economen hebben voor verdelingsvraagstukken als 'uiterst schadelijk voor goede economische analyse'. Maar in de echte wereld hebben alle economische instituties en praktijken - waaronder brievenbusfirma's - ook politieke en ethische dimensies. Je mag dus niet op een technocratische manier economisch beleid bedenken of uitvoeren, in de illusie dat je die andere effecten kan negeren.

"Je hebt een holistische analyse nodig, die naar alle relevante effecten kijkt. Constructies die belastingparadijzen mogelijk maken kunnen misschien technisch gezien door de beugel, maar passen ze ook in de samenleving die wij willen?"

Rijken in de VS in 1959. Pas sinds enkele decennia zien economen de verdeling van eigendom en kapitaal als een puur morele kwestie.

filosofisch elftal

Frank Ankersmit

Désanne van Brederode

Hans Achterhuis

Robin van den Akker

Thierry Baudet

Alicja Gescinska

Bas Haring

Gert-Jan van der Heiden

Marli Huijer

Ingrid Robeyns

Paul van Tongeren

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden