Firenze

Toen de 36-jarige marktkoopman Bruno Donazetti de weduwe Ori¬etta Tasso omver liep kon hij nooit vermoeden dat die gebeurtenis zijn leven ingrij¬pend zou gaan veranderen. Het gebeurde in het hart van Florence, op de hoek van de Via Dante Alleghieri en de Via dei Cherchi.

De hoogbejaarde weduwe was onderweg naar de donkere kerk van Dante. Iedere dag ging ze er heen om met Maria te praten. Ze zeeg dan neer in de versleten kerkbanken, handen in de zakken van haar ongewassen vest tot Maria biddend om toegang te krijgen tot wijlen haar echtgenoot Paolo.

Paolo was bij zijn leven een fervent grappadrinker en had zijn echtgenoot daardoor geen lire nagelaten. Toch was hij geen slecht mens geweest en Orietta twijfelde er niet aan dat hij in de hemel was.

Ze zag hem in gebeden lachend voor zich staan in een bovennatuurlijk Toscaans landschap, als jonge man zijn armen naar haar uitreikend. Dan vergaf ze hem haar armoede en vergat ze de lompen waarin ze liep, de kapotte zolen van haar bontlaarzen en de luizen op haar hoofd en dan welde het vocht in haar ogen.

Bruno stond dan meestal espresso's te drinken in één van de stedelijke bars. Een stoer leren jack om de smalle schouders, een reflecterende zonnebril, één elleboog op het buffet, snauwend tegen het bedienend personeel en met ieder detail van zijn houding bewijzend dat hij de mannelijkste man van gans zijn mannelijke Italië was. Zijn motor bewees hem daarbij goede diensten.

Er waren heel weinig Florentijnen die zich om Orietta of Bruno bekommerden. Orietta

paste met haar lompen niet zo bij de smaakvol geklede inwoners van de stad aan de Arno en Bruno meden ze. Hij had een beangstigend loopje; misschien had hij een vechtsport beoefend. Je wist het nooit met zulke mannetjes.

Het was geen toeval dat Bruno Orietta omverliep. Hij liep vaker mensen omver en hij leek er van te genieten. Orietta viel languit op de straatstenen en zette ogenblikkelijk een geweldige keel op. Zo rustig als ze kon zitten in de kerk van Dante, zo wild kon ze tekeer gaan als iemand haar onrecht aan deed. Haar stem was hard en schor en schalde door de straat. Haar woorden waren talrijk, het tempo lag hoog. Er was veel opera in haar stem.

Ze wenste hem al die vreselijke dingen toe die Dante Alleghieri in zijn 'Inferno' beschreef en die te zien waren op de panelen over het laatste oordeel in he Uffizimuseum. En Bruno? Die maakte gebruik van realistischer verwensingen. Zinnen als 'Het wordt tijd voor het graf, ouwe' en 'Je moet je vest laten stomen. Zo zullen ze je nooit toelaten in de hemel'

De Florentijnen lieten de zaak maar op zijn beloop. Dit was weer zo'n typische botsing van elementen die niet in hun stad thuishoorde. Zoiets in Empoli? Accoord. In Pisa? Begrijpelijk. Maar niet in deze van beschaving doordrenkte wereld.

De kwestie eindigde met het wegstervend gemopper van Orietta terwijl Bruno een tabakswinkel binnenging om zich een doosje aan te schaffen met vijf stuks van de maffiose Montecristo-sigaar die zijn hoge prijs niet waard was, omdat het blad te gemakkelijk losliet. Maar Florence móest weten wat Bruno zich kon veroorloven.

Twee uur later trachtte Bruno met zijn gisse babbel toeristen t-shirts aan te smeren waarop hoogtepunten uit de Toscaanse schilderkunst stonden. Hij zag Orietta in de verte naderen. Strompelend liep ze in de richting van zijn kraam.

'Elio' riep hij naar de man die tegenover zijn kraam lederwaren verkocht.

'Si' baste de kale bonkige Napolitaan.

'Attenzione'

Orietta merkte Bruno eerst niet op, hoewel hij nog steeds zijn reflecterende zonnebril op had.

'Dag, moedertje' grijnsde Bruno 'Wil je een stukje zeep?'

Orietta zette een geweldige keel op.

'Je kan wel, he, tegen een oude vrouw? Zoek er toch één van je eigen formaat, gestoomde sprot. Dat zal nog moeilijk genoeg zijn, nietwaar? Zoveel van die mini-oplichtertjes zijn er nu ook weer niet in Italië. De hel zit er vol mee, de duivel heeft zijn handen er vol aan. Door wie ben je eigenlijk opgevoed? Wie was je moeder eigenlijk? Of heb je geen moeder? Dat zou me niets verbazen, ontaarde ezel.'

Toen begon ze de passanten toe te spreken.

'Mensen, koop niet bij deze maffioso. Hij is erger dan Mussolini en Hitler bij elkaar. Hij heeft zijn spullen verzameld door oplichterij en afpersing. U ziet zelf dat hij zijn ogen niet durft te laten zien. Wat zijn dat voor mannen, die hun ogen niet tonen?'

De toeristen liepen door alsof ze niets hoorden.

'Luister niet naar die zwerfster' riep Bruno 'Alle oude mannen van Florence weten wat voor vrouw ze ooit was. De goedkoopste hoer in de stad. Ze deed het zelfs met haar biechtvader. Gratis, om haar zonde af te kopen. En nu is ze bedelares geworden en gaat ze eerlijke marktkoopmannen zwart maken. Omdat ze jaloers is. Deze vrouw is een monster, een onderkruipster van de ergste soort.'

En toen gebeurde het. De omstanders beweerden later dat ze niets bijzonders gezien hadden. Volgens hen had Orietta Bruno voor transsexuele prostituee uitgemaakt en met haar schrille stem alle aantijgingen van de provocerende marktverkoper weerlegd. Bruno was hierop met stomheid geslagen. Hij had zijn bril afgezet en Elio zei later dat hij zijn collega nog nooit eerder zulke grote ogen had zien opzetten. Orietta was tenslotte mopperend doorgestrompeld en uit het zicht verdwenen.

Volgens Bruno was het allemaal heel anders. Nadat hij zijn belastende woorden had uitgesproken, veranderde het gelaat van Orietta plotseling in dat van Dantes geliefde Beatrice. Haar ogen leken in een gloeiende kool veranderdd. Die gloeiende kool zweefde naar zijn lippen en verzegelde ze. Hij kon simpelweg niet meer praten.

De dag na de gebeurtenis verkocht Bruno zijn motor. Hij voert nu duiven bij de Duome.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden