Financiële lente is nog ver weg

Een bio-elektrische bonsai kan een mobieltje opladen. (FOTO ANP) Beeld
Een bio-elektrische bonsai kan een mobieltje opladen. (FOTO ANP)

Onheilspellende termen als dubbele dip, langzaam herstel en groei zonder banen duiken op in economische voorspellingen. Logisch, zeggen aanhangers van Kondratieff. „Pas in 2026 zal het weer economisch zomer zijn.”

Het ergste van de economische crisis moet nog komen. De Amerikaanse beursanalist David Knox Barker brengt die sombere tijding met een rust en stelligheid waarop menig beleidsmaker jaloers zal zijn.

Al sinds de ineenstorting van de wereldwijde financiële sector in 2007 proberen politici en bankiers ons te laten geloven dat de grootste problemen zijn opgelost en dat het herstel sneller gaat dan verwacht.

Vorig jaar dacht menigeen daarom dat de grootste depressie sinds de jaren dertig wel was overgewaaid. Tot er opeens berichten opdoken over een mogelijke dubbele dip en de werkloosheid die in de Verenigde Staten opnieuw begon te stijgen.

Analist Ian Gordon vergeleek het korte, hoopgevende herstel in 2009 met de opleving van de Amerikaanse beurs in 1930. Die maakte in de eerste maanden van dat jaar ook vijftig procent van zijn recordverlies uit 1929 goed. De economische crisis duurde toen echter nog jaren voort.

Gordon is oprichter van het Amerikaanse onderzoeksbureau Long Wave Group, Barker van Long Wave Dynamics. Beide bureaus analyseren de langetermijngolven binnen de economie.

De Russische econoom Nikolai Kondratieff legde begin vorige eeuw de basis voor hun onderzoek. Kondratieff stelde dat de wereldeconomie in onverstoorbare cycli van vijftig tot zestig jaar door de tijd golft, van dieptepunt naar hoogtepunt en terug. Hij onderscheidde vier economische periodes, ook wel seizoenen genoemd, elk met een duur van tien tot vijftien jaar.

De lente is het begin van een economische groeiperiode. Een invloedrijke innovatie als de komst van de stoommachine of auto trekt de wereldeconomie uit haar dal. Beurskoersen stijgen en er wordt geïnvesteerd.

Het wordt pas echt een hausse in de zomer. Aan het eind van dit seizoen groeit de economie zelfs zo snel dat hij oververhit raakt, met hoge inflatie en verminderende economische efficiëntie als gevolg. De beurskoersen dalen dan iets.

In de herfst koelt de economie af. Volgens Gordon is dit de feelgood-periode. Koersen stijgen weer. De inflatie daalt. Het lijkt allemaal niet stuk te kunnen. Handelaren beginnen in deze rijke tijd risicovol te speculeren met aandelen, leningen en vastgoed. Maar de vraag neemt af. In de herfst ontstaat daardoor een zeepbel. Wanneer die knapt, zakt de boel in elkaar en breekt de winter aan: de economische crisis.

Zowel Gordon als Barker meent dat we momenteel diep in de economische winter zitten. In dat opzicht verschillen zij niet van politici. Ook die trekken regelmatig de vergelijking met de Grote Depressie uit het interbellum, de vorige economische winterperiode.

Die politici vertellen er echter zelden bij dat het destijds twintig jaar duurde, eer het eerste herstel inzette. Pas halverwege de jaren zestig, 37 jaar na de beurskrach van 1929, floreerde de wereldeconomie weer in volle omvang.

Volgens Barker is er geen reden aan te nemen dat het huidige herstel sneller zal verlopen. Kondratieff sprak immers over golven met vaste lengte. Tot 2012 wordt het allemaal zelfs nog erger. „In de crisis van de jaren dertig en veertig zat de pijn aan het begin van de winterperiode”, zegt hij. „Nu zal het juist het koudst zijn in de laatste paar jaar van de crisis.”

De huidige wereldcrisis startte volgens Barker al in de jaren negentig. Niet in Europa, maar in Japan. De jaren negentig blonken in Europa en Noord-Amerika nog uit in toenemende speculatie, met name binnen de ICT, wat hoort bij het einde van de economische herfst. Gordon wees op de beursval begin deze eeuw, het belangrijkste kenmerk van een economische winter. In de eerste twee jaar van het nieuwe millennium schoot de Dow Jones, de beurs van New York, met zo’n 35 procent naar beneden. Technologiebeurs Nasdaq raakte zelfs tachtig procent van zijn waarde kwijt.

De markt herstelde zich in de vijf jaar daarop, maar dat was volgens Gordon kunstmatig. Het was te danken aan Alan Greenspan, destijds de hoogste baas van de Amerikaanse centrale bank. Hij verlaagde de rente van zes naar één procent en zette de geldpers aan om de Amerikaanse economie te stimuleren. Hij had geen zin in economische winter.

Het leek even te werken, maar in een cyclische economie betekenen dergelijke ontsnappingspogingen slechts uitstel van executie. Dat bleek in 2007, toen de crisis dan toch in volle omvang toesloeg, te beginnen op de huizenmarkt, die uit balans was geraakt door de te lage rentes.

De cyclische manier van economisch denken is binnen de academische wereld niet onomstreden. Veel economen, onder wie Wouter den Haan, hoogleraar macro-economie aan de Universiteit van Amsterdam, menen dat de theorie van Kondratieff geen voorspellende waarde heeft.

„We hebben weinig gegevens die ons iets kunnen vertellen over cycli op de lange termijn”, zegt Den Haan. „Maar bij de kortere bedrijfscyclus zie je geen enkele overeenkomst in lengte.” Op lange termijn is er volgens hem nog minder reden om uit te gaan van regelmaat. „Er zijn zoveel factoren die dan van invloed zijn: nationale en internationale politieke ontwikkelingen, terrorisme, vergrijzing, oorlog, klimaatverandering.”

Het probleem voor veel economen is dat de theorie van Kondratieff een soort predestinatie impliceert. De golfbeweging zou zich nooit tegen laten houden. Den Haan wil daar niet aan. „Natuurlijk kun je het risico op een crisis binnen ons soort financieel systeem nooit volledig wegnemen, maar we kunnen de kans erop wel kleiner maken.”

Barker onderschrijft juist de onomkeerbaarheid van de Kondratieff-golf. „Overheidsinterventie kan een crisis ernstiger of milder maken”, meent hij. „Maar even doorbijten is altijd de snelste weg terug naar de opwaartse lijn.”

Barker en Gordon denken dat in 2012 een nieuwe Kondratieff-lente begint. Het herstel zal eerst langzaam gaan. De inflatie loopt iets op, de beurzen doen het wat beter en nieuwe technische ontwikkelingen geven bedrijfsinvesteringen een oppepper. Voordat de economie werkelijk uit het dal is, zijn we volgens Barker al in 2026. Pas dan breekt een nieuwe zomer aan.

De Slowaakse politicoloog en onderzoeker Daniel Smihula denkt dat het herstel sneller kan verlopen. Hij bedacht een aanpassing op de Kondratieff-theorie, die nadrukkelijker uitgaat van technologische en organisatorische innovatie als motor van economische ontwikkeling. Smihula baseert zijn golven niet puur op economische factoren als schulden, inflatie en productiecapaciteit. Hij kan daardoor beargumenteren dat we niet vier Kondratieff-golven hebben gehad, zoals Barker stelt, maar vijf, met een extra crisis halverwege de jaren tachtig, toen bijvoorbeeld veel beurskoersen juist stegen.

Het verschil met Kondratieff is dat Smihula’s golven steeds korter worden, omdat innovatie door technische voortuitgang sneller gaat, stelt hij. Die meest recente golf duurt nog slechts dertig jaar. De komende zou ons al binnen tien jaar hernieuwde economische voorspoed kunnen brengen. Die golf moet dan wel morgen al starten. Het probleem is dat Smihula denkt dat de huidige golf pas in 2015 afloopt.

Ontwikkelingen binnen de biomedische wetenschap, vernieuwingen op het gebied van alternatieve brandstoffen, nanotechnologie en voortschrijdend nucleair onderzoek zullen de economie dan uit haar as doen herrijzen, denkt Smihula.

Barker verwacht vanaf 2012 dat vooral ontwikkelingen in de ruimtevaart, kunstmatige intelligentie en economische decentralisatie door nieuwe computersystemen voor een opleving zorgen. Toch zal er ook over vijftig jaar gewoon weer een crisis ontstaan, denkt hij, met opnieuw dezelfde kenmerken als de Grote Depressie uit het interbellum en de problemen nu. „Altijd draait een crisis in de kern om hetzelfde: een teveel aan schulden, oplopende prijzen en overproductie.”

Den Haan gelooft die voorspelling niet, maar hij heeft evenmin een idee wanneer de huidige crisis eindigt. „Zo lang het vertrouwen in de fundamenten van de economie laag is, gaat het herstel niet snel”, is zijn verwachting.

Juist het idee van economische predestinatie kan misschien houvast bieden. Kondratieff ontwikkelde zijn theorie uitdrukkelijk om de veerkracht van de economie aan te tonen, om te bewijzen dat na elke crisiswinter ooit weer een rijke zomer volgt. Als dat geen vertrouwen wekt? Er is helaas wel geduld voor nodig. Waarschijnlijk nog zo’n vijftien jaar.

(Trouw) Beeld
(Trouw)
Medische innovaties, zoals de nano-profiler en -scan, moeten ons leiden naar een nieuwe economische opleving. (FOTO AFP ) Beeld AFP
Medische innovaties, zoals de nano-profiler en -scan, moeten ons leiden naar een nieuwe economische opleving. (FOTO AFP )Beeld AFP
(Trouw) Beeld AFP
(Trouw)Beeld AFP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden