Filosoof in de cel om ’gevaarlijke’ ideeën

Ramin Jahanbegloo zit al maanden in de Evin-gevangenis in Teheran, omdat hij plannen voor een revolutie zou hebben. Maar de filosoof heeft geen politieke ideologie, zijn denken is eerder vaag en verzoenend.

Ramin Jahanbegloo (1961) was op weg naar een conferentie in Brussel toen hij op 27 april werd gearresteerd op de luchthaven van Teheran. De Iraanse minister van inlichtingen Gholam Hossein Mohseni Ejeie verklaarde vorige maand dat de filosoof verdacht wordt van het bewerkstelligen van een ’fluwelen revolutie’, naar de wensen van de Verenigde Staten. Ook zou Jahanbegloo ’contacten met vreemdelingen’ onderhouden.

Dat is bijna automatisch waar, want de filosoof heeft goede contacten in de hele wereld. Naar eigen zeggen hoopte bij te dragen aan een transformatie van de Iraanse samenleving. Maar het kenmerkende van Jahanbegloos denken is dat hij géén concrete ideologie nastreeft. Hij keert zich voortdurend tegen het najagen van utopieën, waardoor zijn denken iets verzoenends en vaags heeft.

De rol van de intellectueel is in Jahanbegloos ogen niet om kant-en-klare oplossingen te bieden, maar om kritische vragen te stellen. Een groot voorbeeld ziet hij in de Palestijnse intellectueel Edward Said, die seculier humanisme, intellectuele verantwoordelijkheid en het besef overal een buitenstaander te zijn combineerde. Een kritische distantie ten opzichte van de macht veronderstelt volgens Jahanbegloo nauwe banden met maatschappijkritische organisaties. De publieke, seculiere intellectueel in het Midden-Oosten dient op te treden als een tegenwicht van opgelegd geloof: vanuit een individueel bewustzijn gaat moraal vóór politieke overwegingen.

Ramin Jahanbegloo werd geboren in Teheran, maar woonde vanaf zijn dertiende in Frankrijk. Hij studeerde filosofie, geschiedenis en politicologie aan de Sorbonne in Parijs. In filosofische kring werd Jahanbegloo al jong bekend. Op dertigjarige leeftijd publiceerde hij een boek met een meer dan tweehonderd bladzijden lang interview met de befaamde Britse politiek filosoof Isaiah Berlin (1909-1997). Ze leerden elkaar kennen in 1988, toen Jahanbegloo Berlin wilde interviewen voor het tijdschrift Esprit. Het ene vraaggesprek groeide uit tot een serie gesprekken en een boek.

De belangstelling voor Berlin typeert Jahanbegloo. Hij heeft altijd grote belangstelling gehad voor politieke filosofie, maar hield zich verre van partijpolitieke stellingname. Als student in Parijs hield hij zich afzijdig van de modieuze linkse, vaak marxistische stromingen die toen heersten. Hij besloot het Franse publiek bekend te maken met Isaiah Berlin. De Engelse filosoof had veel te melden over democratie, vrijheid en pluralisme, maar viel niet gemakkelijk in te delen.

Berlin baseerde zijn opvattingen over liberalisme en de strijd tussen verschillende waarden weliswaar in eerste instantie op de gangbare waarden van de Verlichting, maar hij verdiepte zijn visie door juist de outsiders en de critici diepgaand te bestuderen: Vico, Herder, Hamann, Burke en De Maistre. „Als je in liberale beginselen en rationele analyse gelooft, zoals ik doe, moet je ook rekening houden met de bezwaren, waar de breuken in je bouwsels zitten en jouw partij het verkeerd heeft”, betoogde Berlin.

Isaiah Berlin deelde denkers in in egels en vossen. Egels zijn denkers die door één centrale gedachte of theorie beheerst worden. Vossen laten zich juist leiden door de veelheid aan ideeën en verschijnselen die ze tegenkomen. Ramin Jahanbegloo is in die indeling duidelijk een vos: hij heeft belangstelling voor veel verschillende denkers, richtingen en culturen.

Jahanbegloo maakte een schitterende schitterende carrière in het Westen, maar wilde tegelijkertijd zijn vaderland Iran niet loslaten. Zijn eerste boek, over Hegel en de Franse Revolutie, publiceerde hij in 1990 in het Farsi in Teheran. Jahanbegloo ging in 1993 naar Teheran waar hij werkte voor Iraanse Academie voor Filosofie, het Franse Instituut voor Iraanse Studies en een uitgeverij. Tussen 1998 en 2002 werkte hij in Canada en de Verenigde Staten, aan Harvard en de Universiteit van Toronto.

Jahanbegloo ontpopte zich als een geestdriftige bemiddelaar tussen culturen. Tegenover de ’botsing’ stelde hij de ’dialoog’ tussen de beschavingen. Kort voor zijn arrestatie was hij juist teruggekomen uit India, waar hij zes maanden gedoceerd had. In het Frans publiceerde hij enkele boeken over Gandhi en het idee van de geweldloosheid, terwijl hij ook de Iraanse intellectueel Daryush Shayegan aan het Franse publiek voorstelde. Maar zijn meeste werken, een stuk of twintig, schreef hij in het Farsi – over Macchiavelli, Kant, Hegel, Schopenhauer, maar ook over de oorlogsdenker Clausewitz en de vredesdenkers Tagore en Gandhi. Veel van de Iraanse boeken gaan over moderniteit, tolerantie, democratie en globalisering.

In de zomer van 2002 vestigde Jahanbegloo zich opnieuw in Teheran. Alles zag er toen nog zonnig uit. De Duitse filosoof Jürgen Habermas gaf die zomer voor massa’s studenten en belangstellenden lezingen over secularisatie in de postseculiere, westerse samenlevingen. Jahanbegloo werd hoofd van de afdeling Hedendaagse studies bij het Cultural Reserach Bureau, een particuliere educatieve instelling. Hij haalde veel westerse denkers naar Teheran, waaronder de Amerikaanse filosoof Richard Rorty en de Canadese mensenrechtenspecialist Michael Ignatieff, inmiddels een vooraanstaand liberaal politicus.

Iran is een bijzonder boeiend land, schreef Jahanbegloo in augustus 2002. „Het is noch een echte democratie noch een volle islamitische theocratie. Het is het enige moslimland waar mensen snel afscheid nemen van de radicale islam.”

Volgens de filosoof maakte Iran ’een pijnlijke overgang naar democratie’ door. Binnen vijf tot tien jaar zou het een heel ander, pluralistisch land zijn. Jahanbegloo hoopte op de totstandkoming van een vrije burgerlijke maatschappij met ruimte voor tolerantie en gematigdheid. Hij voorzag toen niet dat uitgerekend de verkiezing in juni 2005 van de eerste niet-geestelijke tot president, Mahmoud Ahmadinejad, het intellectuele klimaat radicaal zou verslechteren.

Jahanbegloo is een aanhanger van Isaiah Berlins opvatting van waardenpluralisme. Mensen kunnen verschillende waarden nastreven en omdat die onderling nooit allemaal verenigbaar zijn, moeten ze kiezen. Maar dat betekent dus – in strijd met Plato en een lange filosofische traditie – ook dat er niet één enkel idee van ’het goede leven’ kan zijn, dat dwingend opgelegd moet worden. De perfecte maatschappij is een hersenschim. Waardenpluralisme legt voor Jahanbegloo zo de ethische grondslag voor tolerantie en vreedzaam samenleven.

De filosoof gelooft in ’zacht universalisme’. Dat zou zorgen voor een kader waarin verschil en verscheidenheid tot hun recht kunnen komen. „Zacht universalisme past het universele recht op wederkerigheid toe in een wereld van relatieve waarden, zodat mensen met verschillende waarden elkaar kunnen accepteren.”

Jahanbegloo benadrukt telkens dat de moderniteit niet een pakket is dat in Iran in zijn geheel geaccepteerd moet worden. Een kritische houding onderwerpt zowel de moderniteit als de traditie telkens aan een grondig onderzoek. „Als we het erover eens zijn dat mensen vandaag de dag meer open staan voor ideeën en minder bang zijn om openlijk voor hun keuzes uit te komen, kunnen we zeggen dat ze beter in staat zijn om consensus te bereiken over wat ze níet willen dan over wat ze wel willen. Ze verschillen meer van mening over de vraag wat een ideale maatschappij is, maar minder over wat voor een maatschappij ze niet willen.” En dat, stelt Jahanbegloo, is geen gebrek, maar een hoopvolle constatering.

Achteraf is het opmerkelijk hoe ver Jahanbegloo lange tijd kon gaan in zijn kritiek op de Iraanse revolutie van 1979. Hij kritiseerde niet alleen de islamitisch-conservatieve revolutionairen, maar ook de links-revolutionaire intellectuelen die zich veel te veel hadden laten meeslepen. Juist de gematigden als hij waren destijds het eerst uit het politieke, sociale en culturele leven verwijderd, merkte hij op.

Jahanbegloo schreef in 2004 vrijelijk over een bezoek aan Auschwitz. Hij kwam op voor dialoog en vond dat het Midden-Oosten niet alleen een plaats voor moslims, maar ook voor seculieren, joden en christenen is. En dát, zo lijkt het, is hem nu opgebroken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden