Filosofische kwaliteit is een talent om te koesteren

Het ene kind heeft 'het', zegt Thecla Rondhuis, het andere niet. Op grond van gesprekken met bijna driehonderd jongeren concludeert de pionierster in het filosoferen met kinderen dat er een meetbare filosofische kwaliteit bestaat. Ze promoveerde vrijdag op haar onderzoek.

door Peter Henk Steenhuis

'Ik houd van kinderen,“ antwoordt Thecla Rondhuis op de vraag waarom ze zich al decennia verdiept in kinderfilosofie.

,,Vooral kinderen van een jaar of twaalf worden nog niet belemmerd door allerlei weetjes die hun denken sturen. Zij zijn bereid zich overal over te verwonderen, en generen zich niet fouten te maken. Ik geniet van hun intellectuele nieuwsgierigheid.“

Begin jaren tachtig begon Rondhuis met kinderfilosofie. ,,Die term bestond toen nog niet.“ Ze stond aan de wieg van het Centrum voor Kinderfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam en schreef het boek 'Filosoferen met kinderen'.

Voor dat boek sprak ze met kinderen over vrijheid en gevangenschap, over wanneer iets echt is en wanneer niet. Aan het einde van de hoofdstukken leverde ze commentaar, ging in op de vele voetangels en klemmen die je tegenkomt als je met kinderen gaat filosoferen.

Een vraag waar Rondhuis door de jaren heen op stuitte was: waarom is het ene kind in staat de meest onverwachte filosofische wendingen te maken, verrassende verbanden te leggen, en het andere kind niet. ,,Het ene kind heeft 'het'. Het andere niet.“

Over 'het' heeft Rondhuis nu een proefschrift geschreven, waarop zij afgelopen vrijdag is gepromoveerd. Niet in de filosofie maar in de sociale wetenschappen. ,,Filosofen blijven vaak hangen in de theorie, ik wilde een brug slaan van theorie naar praktijk: hoe ziet het filosofischedenken er in het echt uit?“

Rondhuis onderzocht of 'het' meetbaar was, en of 'het' stabiel bleef. ,,Heeft de ene mens een filosofisch talent wat de ander mist of minder heeft?“

Op grond van 95 filosofische gesprekken met 281 jongeren concludeert Rondhuis dat er inderdaad een meetbare filosofische kwaliteit bestaat. ,,En dan bedoel ik niet of een kind in staat is een logisch geldige redenering te maken.

Het gaat mij niet om de uitkomst, ik wilde het filosoferen als proces onderzoeken. Neem die jongen van twaalf, met wie ik jaren geleden filosofeerde. Hij zei op een gegeven moment: 'De waarheid is een gokje, en zelfs als het gokje waar is, dan was het maar een gokje'.“

,,Kijk, jij schiet in de lach. Maar het is niet makkelijk aan te geven waarom dit een filosofisch interessante gedachtegang is.

Bekijk je de uitspraak conventioneel, dan kun je zeggen dat het een cirkelredenering is, een uitspraak die alleen naar zichzelf verwijst, en die is als beschrijving van de waarheid niet bruikbaar. En toch. De uitspraak is creatief, zit vol filosofische scepsis en is ambigu, want de jongen gebruikt twee verschillende betekenissen van het woord 'gokje'.“

Gevoeligheid voor dubbelzinnigheden was een van de kenmerken die Rondhuis bij haar onderzoek betrok. Een ander was het gebruik van modaliteiten. ,,Een kind dat zegt: 'Het zou kunnen dat', laat zien dat het ook andere mogelijkheden openhoudt. Gevoeligheid voor ambiguïteit en onzekerheid maken iemand kwetsbaar, maar ze zijn essentieel voor het blootleggen van de beperkingen van algemeen aanvaarde ideeën. En ze leiden tot gedachtegangen met een hogere filosofische kwaliteit dan een gesloten verzameling encyclopedische kennis.“

Het ligt voor de hand te denken dat intelligente kinderen ook beter in staat zijn te filosoferen. Een misvatting. ,,Ik heb uitvoerig onderzoek gedaan in groep 8 van de basisschool. Daar weten docenten al goed welke kinderen naar het vmbo zullen gaan en welke naar hoger onderwijs. Toch bleek de filosofische kwaliteit bij beide groepen ongeveer gelijk.“

,,Wel valt op dat de filosofische kwaliteit gevoelig is voor de omgeving. Ik heb een groep jongens die naar een vmbo-school gingen een paar jaar gevolgd.

Wat bleek? Gaandeweg de jaren zie je het aantal uitspraken dat wijst op een filosofische houding dalen. Dat is ook niet zo gek. Als ik gymnasiasten de stelling voorleg dat we misschien wel in een droom leven, vinden ze dat spannend om over na te denken. Op een vmbo-school wordt dat enthousiasme gedempt. 'Spreek je moerstaal, met dat soort vragen en ideeën versier je toch geen meiden?'.“

,,Uit mijn onderzoek blijkt dat filosofische kwaliteit een talent is - wat niet per se wil zeggen dat er een filosofisch gen zou bestaan. Wil een talent zich kunnen ontwikkelen, dan moet je het koesteren. Zo'n talent kan ook belangrijk zijn. In het dagelijkse leven is convergerend denken, gericht op één punt, op dat ene goede antwoord dominant.

Het filosofisch denken dat ik heb onderzocht is eerder divergerend, uitwaaierend. Leuk maar nutteloos wordt die vorm van divergerend denken vaak genoemd. Dat staat nog te bezien.“

,,Als ik in de krant lees dat rechercheurs bij de zaak Nienke Kleiss nauwelijks in staat zijn te twijfelen aan een eerder gevonden waarheid, zie ik dat als een tekortkoming. Zij hebben een tekort aan filosofische kwaliteit, zijn niet in staat divergerend te denken. Zoals we gezien hebben, kan dat tot ernstige blunders leiden.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden