Filosofisch Elftal / Verslaafd, arm of crimineel, het is allemaal eigen keus

Wat kunnen denkers zeggen over het nieuws? Tweewekelijks spreekt Trouws filosofisch elftal zich uit – ditmaal met een gastspeler. Vandaag: de verkiezingen. Worden we beter van meer gelijkheid, zoals links zegt? Of worden we beter van meer eigen verantwoordelijkheid, zoals rechts stelt?

’Het verschil tussen een klassen- en een kastenmaatschappij is dat het mogelijk is om aan je klasse te ontkomen’’, zegt de conservatieve Britse schrijver en psychiater Theodore Dalrymple aan de ontbijttafel in een Amsterdams hotel.

Hij is gastspeler van het Filosofisch Elftal, tegenspeler van de linkse docent politieke en sociale filosoof Pieter Pekelharing.

„Mijn vader”, vervolgt Dalrymple, „kwam uit een arbeidersmilieu, maar hij kon hogerop komen, omdat hij goed onderwijs kreeg en intelligent was. In onze samenleving is dit opklimmen moeilijker doordat we het idee van een ’hogere cultuur’ hebben laten varen. We zijn gelijkheid zo belangrijk gaan vinden dat we denken dat iedere leefwijze en iedere cultuur gelijk is. Met andere woorden: het maakt niet uit hoe je leeft. Het is allemaal één pot nat. Hoe zouden mensen aan de onderkant van de samenleving een beter leven kunnen nastreven als de elite beweert dat zoiets als een beter leven niet bestaat?’’

Pekelharing betwijfelt of onderwijs wel genoeg is voor emancipatie. „Een enkeling, zoals jouw vader, kan er wel in slagen om zo hogerop te komen, maar je kunt zo geen hele klasse emanciperen. Er wordt nu sowieso veel te veel van het onderwijs verwacht: scholing, opvoeding, integratie. Dat kun je niet allemaal aan het onderwijs overlaten.”

Pekelharing beaamt dat de mensen die Dalrymple in zijn boeken beschrijft een ’afschuwelijk’ leven hebben, maar het echte probleem is ongelijkheid, niet gelijkheid. „Ik wil een samenleving waarin de verschillen niet zo verschrikkelijk groot zijn.’’

Dalrymple heeft liever een samenleving waarin de helft er slecht aan toe is, en de andere helft niet, dan een samenleving waarin iedereen in gelijke mate miserabel is. „Hoe bereik je die grotere gelijkheid in je samenleving? In de Sovjet-Unie hebben ze het geprobeerd, maar het pakte niet zo goed uit.’’

Pekelharing: „Naar meer gelijkheid streven is niet meteen het Sovjetsysteem reproduceren. We hebben in Europa veel ervaring met het herverdelen van welvaart. Dat is een traditie die wat mij betreft niet verloren moet gaan.’’

In Engeland, zegt Dalrymple, zijn steeds meer mensen afhankelijk van de staat. „Die afhankelijkheidsrelatie maakt het er niet beter op. In de banlieues in Frankrijk werkt ook niemand. De staat houdt ze in leven. Het resultaat is dat ze bar weinig hebben om trots op te zijn.’’

Voor een weekeinde is Dalrymple – door Nederlandse filosofen zowel bewonderd als verguisd – hier om zijn nieuwe boek te promoten over de ’mythes rondom drugsgebruik’. De voornaamste is ’verslaving’. Mensen zijn geen slaven, maar meesters over hun eigen leven. Ook ’verslaafden’ zijn geen zielige slachtoffers, maar hebben een vrije wil. Afkicken van de heroïne stelt zelfs weinig voor. In eerder werk schreef Dalrymple hetzelfde over criminelen en daklozen: zij hebben een keus, al beweren zij van niet. Zij doen alsof zij hulp nodig hebben, en de hulpverleners doen alsof zij die hulp kunnen verstrekken. Hulpzoekenden en hulpgevenden houden zo gezamenlijk de leugen in stand. „Mijn verwijt aan de intellectuelen is dat zij het idee hebben verspreid dat mensen niet zelf de verantwoordelijkheid dragen voor hun leven, maar een soort automaten zijn die alleen maar reageren op omstandigheden, zoals armoede. Zulke theorieën verklaren niet waarom straatarme mensen die ik in Afrika heb ontmoet, vrijwel allemaal zeer beleefd waren én niet-crimineel.’’

Pekelharing, op zijn beurt, werkte mee aan een boek over ’de herwaardering van gelijkheid als klassiek ideaal’, dat afgelopen vrijdag is gepresenteerd. Strekking: de enorme welvaartsverschillen zijn niet te rechtvaardigen. Pekelharing bepleit herverdeling. Succes en misère zijn niet alleen een kwestie van eigen verantwoordelijkheid. Niet iedereen krijgt dezelfde kansen, maar mensen zouden die wel moeten hebben. Wie in achterstand geboren wordt, zou wat compensatie voor de pech moeten krijgen. „Ik voel veel voor het idee van Thomas Hobbes dat mensen van nature ongeveer gelijk aan elkaar zijn. De één is iets sterker, de tweede wat slimmer, de derde iets sneller, maar dat moet je niet overdrijven. Wat volgens mij niet klopt, is dat maatschappelijke omstandigheden die verschillen soms zo idioot uitvergroten. Dat kun je makkelijk institutioneel rechtzetten, om bijvoorbeeld talent te belonen, maar de vruchten ervan ook aan de hele gemeenschap ten goede te laten komen. Als de markt op grote schaal ongelijkheden gaat produceren, dan moet de overheid ingrijpen en op een verstandige manier herverdelen. Bovendien zijn markten vaak maar halve markten, die ook nog ongewenste neveneffecten sorteren: er is politiek nodig om efficiënte markten te creëren, goede markten komen echt niet als manna uit de hemel vallen.”

Dalrymple is daar niet zo van ’gecharmeerd’: de staat pakt namelijk geld af van talentvolle mensen om het aan talentlozen te schenken. „Als je ziet hoe sterk de Engelse overheid gecorrumpeerd is, dan zou ik daar zo min mogelijk aan toevertrouwen.’’

„Nu praat je”, zegt Pekelharing, „net als mensen aan de onderkant van de samenleving: ’Waarom zou ik mij goed gedragen als al die corrupte overheidsfunctionarissen dat ook niet doen?’ Je geeft ze een excuus om hun gedrag niet te beteren, je bevordert zelfs de graaicultuur.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden