Review

FilosofieNederland bleef steeds denken

Geschiedenis van de wijsbegeerte in Nederland. Dr. H. A. Krop, prof. dr. M. J. Petry en prof. dr. J. Sperna Weiland (red.). Twintig delen (een algemeen registerdeel moet nog verschijnen). Deel 1 Siger van Brabant: De dubbele waarheid. Vertaald, ingeleid en geannoteerd door Henri Krop. Ambo, Baarn, 166 blz. f 29,50. Deel 6 - Desiderius Erasmus: Over opvoeding en vrije wil. Vertaald, ingeleid en geannoteerd door J. Sperna Weiland. Ambo, Baarn, 155 blz. f 29,50

Het aardige van deze twintigdelige reeks is dat er veel van die vergeten of slechts bij ingewijden bekende filosofen in zijn opgenomen. Die aandacht is heel terecht. Niet alleen de schaarse genieen zijn interessant maar ook de velen die ijverig hebben voortgebouwd op hun ideeen, ze hebben verbreid, en zo het klimaat hebben geschapen waarin weer nieuwe geniale hoogtepunten mogelijk waren.

Een voorbeeld is de twee jaar geleden met veel ophef verkondigde stelling van W. Klever dat Spinoza zijn denkbeelden grotendeels heeft ontleend aan zijn leraar Frans van den Enden. Klever noemt deze naar Amsterdam verhuisde Antwerpenaar zelfs het 'meesterbrein, het genie achter het genie'. Ook al zal die uitspraak wel te boud blijken, het is duidelijk dat Spinoza's filosofie niet uit de lucht kwam vallen maar wortelt in het geestesleven van het zeventiende eeuwse Amsterdam.

Een historisch overzicht dat alleen de onbetwiste hoogtepunten van de wijsbegeerte belicht geeft een vertekend beeld. De reeks over de Nederlandse wijsgeren zou dan trouwens erg kort zijn geworden. Spinoza is de enige die in geen enkele geschiedenis van de westerse wijsbegeerte ontbreekt. Maar juist hij schittert in deze serie door afwezigheid. De redactie geeft als argument dat zijn werk al voldoende toegankelijk is. Wel heeft zij een deel gewijd aan de zeventiende eeuwse spinozist Petrus van Balen. Toch is het vreemd. In een geschiedenis van de Nederlandse schilderkunst laat je toch ook niet Rembrandt weg, omdat die al zo bekend is?

In de aankondiging van de reeks schreef de redactie dat de opgenomen filosofen mede gekozen zijn omdat ze ons inzicht verschaffen 'in de continuiteit en de internationale betekenis van de Nederlandse traditie'. Laten we deze zinsnede eens nader bekijken. Wat moeten we ons, om te beginnen, voorstellen bij die 'Nederlandse traditie'?

Alleen al het woord 'Nederlands' stelt ons voor een probleem. Het was een juiste beslissing van de redactie om ook filosofen uit de Zuidelijke Nederlanden, het huidige Belgie, op te nemen. Zo kunnen we nu kennis maken met middeleeuwse denkers als Siger van Brabant en Johannes Buridan. Maar het is wel merkwaardig dat vervolgens de nadruk vrijwel uitsluitend op de NoordNederlandse filosofie is gelegd. Het begrip 'Nederlands' wordt dan opeens in zijn moderne, geografisch beperkte betekenis gehanteerd. De Antwerpenaar Arnout Geulincx is de enige uitzondering, maar zelfs hij werd min of meer 'Nederlander': hij ging over naar het calvinisme en doceerde de laatste jaren van zijn leven in Leiden. Verder vernemen we niets meer over het denken in wat nu Vlaanderen heet. Werd daar verder niets belangrijks meer bijgedragen aan de 'Nederlandse traditie'?

Dat is toch al een hachelijk begrip. In de Middeleeuwen en de Renaissance liet het denken zich maar weinig aan landsgrenzen gelegen liggen. Siger, Buridan, Marsilius van Inghen, Heymeric van de Velde en Erasmus studeerden of doceerden allen aan de Parijse universiteit, in die tijd een van de grote intellectuele centra van Europa.

Als we het werk van de twintig filosofen inhoudelijk bekijken springt de grote verscheidenheid in het oog. Vrijwel elke belangrijke stroming uit de Europese filosofiegeschiedenis is vertegenwoordigd, natuurlijk dankzij de welbewuste keuze van de redactie, dezelfde die zo graag een 'Nederlandse traditie' wil ontwaren. Als er al iets typisch Nederlands aan deze filosofie is dan is het in de eerste plaats de openheid voor alle mogelijke invloeden uit het buitenland, en de behoefte om uiteenlopende opvattingen met elkaar te verzoenen.

Daarom is de negentiende eeuwse 'wijsbegeerte van het gezond verstand' van Philip Willem van Heusde misschien wel het meest Nederlands van allemaal. Antieke, Duitse, Engelse, Franse en niet te vergeten christelijke denkbeelden hij wilde ze allemaal in een specifiek Nederlandse filosofie verenigen. "Wij zijn den bijen gelijk die uit de beste bloemen in hunnen nabuurschap de beste sappen inzuigen en daarom den zuiversten honig toebereiden" , schrijft hij. Dat is wel een erg arrogante manier om het gebrek aan eigen originaliteit te verdoezelen.

De continuiteit die uit de serie blijkt heeft minder betrekking op wat er in onze contreien werd gedacht dan op het feit dat er steeds werd gedacht. Het aloude vooroordeel dat wij enkel een natie van kooplieden zijn mag nu toch wel eens de wereld uit.

Hoe gevarieerd hun denkbeelden ook zijn, de gekozen filosofen hebben een wijsgerige houding gemeen die je, ervan uitgaande dat er zo iets als een volksaard bestaat, 'Nederlands' zou kunnen noemen. Die houding kenmerkt zich door genuanceerdheid, redelijkheid, nuchterheid, degelijkheid, verzoeningsgezindheid. Het zijn fraaie intellectuele deugden, maar ze leiden doorgaans niet tot grootse, vernieuwende radicale, tot de verbeelding sprekende, hemelbestormende of wereldschokkende denkbeelden. Alleen Spinoza, die trouwens van Portugees-joodse afkomst was, heeft een niet meer weg te denken invloed uitgeoefend op de Europese cultuur.

Dat wil niet zeggen dat de anderen internationaal niets te betekenen hebben gehad. Buridan gold in de Middeleeuwen wijd en zijd als een groot geleerde, Hugo de Groot was ook in de ons omringende landen bekend als een baanbrekend rechtsfilosoof, werken van Nieuwentijt en Hemsterhuis werden in vertaling zorgvuldig bestudeerd. En ook de op calvinistische leest geschoeide 'wijsbegeerte der wetsidee' van Herman Dooyeweerd, de meest recente filosoof in de reeks, heeft buiten Nederland weerklank gevonden.

De denkers die in de twee laatstverschenen delen aan bod komen hadden evenmin over buitenlandse waardering te klagen. Siger van Brabant (1240-1281) treedt zelfs op in de 'Goddelijke Comedie' van zijn tijdgenoot Dante. Weliswaar raakte hij in de vergetelheid en wist men eeuwenlang niet meer wie er toch met die 'Siger' (de Latijnse vorm van Zeger) werd bedoeld. Maar in de vorige eeuw werd hij weer erkend als een wijsgeer van formaat. De titel van de uit zijn werken gemaakte bloemlezing, 'De dubbele waarheid' duidt op het besef dat wijsgerige waarheden soms in tegenspraak zijn met die van de christelijke Openbaring. Dat besef werd bevorderd door de herontdekking van het oeuvre van de antieke filosoof Aristoteles. Maar het is moeilijk uit te maken of Siger de 'heidense' denkbeelden van Aristoteles, bijvoorbeeld dat de wereld en de menselijke soort eeuwig hebben bestaan, alleen maar uiteenzet of zelf heeft aangehangen. Het is wel vreemd om in de - overigens uitstekende - inleiding te lezen dat de leer van de dubbele waarheid alleen maar op een legende berust, en vermoedelijk door niemand serieus is verdedigd. Waarom dan deze titel gekozen?

We mogen blij zijn met dit grote project en de zorgvuldige manier waarop het ten uitvoer is gebracht. Ik zou bijna hopen dat er nog eens een nieuwe reeks komt, met namen die de redactie in deze ronde node heeft laten afvallen. De voorraad is immers nog lang niet uitgeput. Wat te denken van Alanus van Rijssel of Gilbert van Doornik, van Henricus Regius of Gerardus Bolland?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden