Filosofie op school: jarig en omstreden

Het 35-jarig bestaan van het filosofieonderwijs op het vwo is allerminst een feestje waard, vinden de filosofiedocenten Alle Pieron en Arjan Koek. Het huidige examenonderwijs creëert ’leerlingen met een vlotte babbel, geen kritische, filosofische denkers.’

Pauline Weseman

Filosofiedocent Alle Pieron (72) was in 1974 de docent die het allereerste filosofie-examen afnam in Nederland. Dat was op het Stedelijk Gymnasium in Leeuwarden, tegenwoordig onderdeel van scholengemeenschap Piter Jelles. Zijn rector Walter Walther Boer had in Luxemburg gezien hoe leerlingen filosofische essays schreven. Dat wilde Boer ook op zijn school, want je mening kunnen te formuleren op grond van argumenten bevestigde het klassieke onderwijs.

Na toestemming van het Ministerie van Onderwijs mocht Pieron in 1974 op zijn school filosofie-examen afnemen als experiment. Ook ontwikkelde hij in opdracht van het Ministerie van Onderwijs een lesmethode: ’Filosofie, een inleiding’.

Toen filosofie onder onderwijsminister Ritzen in 1990 een vwo-staatsexamenvak werd en de groei van het filosofieonderwijs doorzette – tot 42 vwo-scholen in 1998 –, zag Pieron zijn vak veranderen in een vak ’dat geen filosofie meer is’. „Er kwamen veel meningen bij en het vak moest gestandaardiseerd worden. Dat is op zich niet erg, maar de manier waarop heeft het vak schrikbarend gedevalueerd. Ik nam er afstand van.’’

In hun kritiek staan de twee docenten naar eigen zeggen niet alleen.

Ook filosofiedocent Arjan Koek (42) die Pieron in 2000 opvolgde op het Piter Jelles, heeft forse kritiek op hoe zijn leerlingen worden geëxamineerd. Zoveel kritiek dat hij twee maanden geleden zijn leerlingen ironisch adviseerde om het vak te laten vallen en niet het centraal examen 2008/2009 met thema ’rede en religie’ te maken. „Ik wilde ermee stoppen. Ik zei tegen de klas: Dit is het examenboekje. Je moet zelf maar bekijken of je dit nog filosofie vindt. Ik moet als docent buitengewoon technisch de informatie erdoorheen racen. De leerlingen worden voor 90 procent gevraagd naar weetjes, naar verschillen en overeenkomsten tussen filosofen. Als er al naar de eigen mening wordt gevraagd, dan wordt die gekoppeld aan de weetjes.’’

De kern van de kritiek van Pieron en Koek is dat in de huidige examenvoorbereiding voor filosofie de eindtermen – wat leerlingen aan het eind moeten kennen – teveel zijn dichtgetimmerd en te veel wordt uitgegaan van een humanistisch christelijk perspectief. Koek: „In het examencahier over deugdethiek van 2007 wordt van tevoren bijvoorbeeld aangenomen dat ieder mens een vrije wil heeft, van nature onderscheid kan maken tussen goed en kwaad, dat vergeving, schaamte en schuld deugden zijn. De vraag is of dat zo is. Het loopt bijna uit op een theologisch traktaat.’’

Pieron: „Op sommige scholen in Wales is een van de tien geboden die in de klassen hangt: ’Heb nooit schaamte- en schuldgevoelens’. Daar ga je dus al. Ook Nietzsche gaat scherp in tegen schaamte en schuld. Dat zijn voor hem verderfelijke begrippen. Je doet leerlingen tekort als je dat probleem niet via Nietzsche aan de orde stelt.”

Pieron vindt het vak filosofie ’meer levensbeschouwing’ geworden, zegt hij. „Meer een praatvak dan de harde, analytische filosofie. Ik ga ervan uit dat je moraal zelf moet leren beheersen. Niet dat iemand – bijvoorbeeld Balkenende – je dat van bovenaf oplegt. Die tendens ontbreekt in het huidige filosofieonderwijs. Daar moet je normen en waarden leren, correct leren denken. Daar ben ik fel tegen. Nietzsche en de nazi’s zijn er ook geweest. Je moet toch een oordeel leren vellen over de verschillende manieren van denken? Nu regeert de macht van het humanisme.’’

Het is zeker goed om maatschappelijke kwesties te bespreken, vinden de docenten, maar dan wel vanaf de nullijn en op grond van een stevige analyse en argumenten.

Pieron: ,,Als Wilders roept dat de islam achterlijk is, moet je eerst een les geven over wat wel en niet achterlijk is. Eerst verheldering, dan verdieping.’’

Koek knikt: ,,Pas dan dring je door tot de basis van je cultuur. Doe je dat niet, dan houd je niet veel meer over dan retoriek. Je creëert leerlingen met een vlotte babbel. Je leert niet kritisch te kijken naar een denkkader.’’

Pieron heeft ooit bij een derde klas gymnasiasten het apartheidsregime in Zuid-Afrika in een betoog verdedigd, tot leerlingen tot tranen van boosheid toe geroerd waren. „Wat ik deed was retoriek. Dat is hetzelfde als in het tv-programma Het Lagerhuis. Of hoe Wilders debatteert. Makkelijk, emotioneel. Ik kan alles verdedigen wat ik maar wil. De nazi’s, noem maar op. Maar dat is geen filosofie. Filosofie is uitleggen waarom we denken zoals we denken. Dat je iemands denkfouten analyseert. Het kan best dat docenten dit ook doen in de lessen. Daar heb ik geen kijk op, maar in het examen wordt die vaardigheid niet getoetst.’’

Koek: „Officieel word je als docent vrijgelaten om teksten en methoden te kiezen, maar de eindtermen staan vast, daar word je op getoetst. Daar ben je aan overgeleverd. De leerlingen zijn hartstikke braaf en buitengewoon slim, dus ze komen er wel uit en doen ook in 2008 gewoon mee aan het examen. De thema’s en teksten zijn best leuk gekozen, maar ik zou pleiten voor open boek examens waarin je niets uit je hoofd hoeft te leren, maar alles moet beargumenteren.’’

Tot op heden wordt de methode van Pieron alleen op het Piter Jelles en twee andere scholen gebruikt voor het examen. Andere scholen vinden het te moeilijk en te analytisch, hoorde Pieron. ,,Er zouden te weinig plaatjes in staan. Het is een heel moeilijk vak en we willen met plaatjes niet afleiden van de tekst. Tegelijk vinden leerlingen het ook allemaal heel leuk.’’

Filosofiedocent op Melanchthon-Schiebroek te Rotterdam, Dirk Oosthoek, is het pertinent oneens met de kritiek van Pieron en Koek op het centraal examen filosofie. Oosthoek is tevens secretaris Begeleidingscommissie filosofie in het voortgezet onderwijs en vakdidacticus filosofie aan de Universiteit Leiden. Oosthoek is bekend met de kritiek dat filosofieonderwijs soms meer lijkt op maatschappijleer. „Maar het is onjuist. Als het goed is, heeft de docent de leerlingen voor het begin van het examenjaar een gereedschapskist meegegeven waardoor ze in staat zijn om vooronderstellingen te herkennen en te kritiseren, begrippen te analyseren en argumentaties op te bouwen. Goede filosofielessen staan of vallen met de docent. Wat Koek voorstelt – een open boek tentamen – is organisatorisch niet mogelijk binnen het kader van een centraal examen, daarvoor leent zich het schoolexamen veel beter. Overigens wordt het op het centraal examen in drie gelijke delen gevraagd naar kennis, toepassingen van deze kennis en het innemen van beargumenteerde standpunten. Op deze verdeling wordt door docenten bij examenbesprekingen dan ook nauwelijks kritiek geuit.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden