Filosofie / Het moderne Westen is Socrates vergeten

In Nederland bleef hij vrij onbekend maar in de VS geldt Leo Strauss als een van de belangrijkse politieke filosofen, en als criticus van de moderniteit en de liberale democratie.

,,De zaak van de modernen tegen de klassieken moet heropend worden'', schreef de filosoof Leo Strauss. Het is helemaal niet zeker dat modernen als Machiavelli, Spinoza en Nietzsche het pleit gewonnen hebben van klassieke reuzen als Plato, Aristoteles, Al-Farabi en Maimonides. Een studie naar het werk van Strauss, van de Belgische rechtsfilosoof David Janssens, wil de grote lijnen in zijn gedachtegoed toegankelijk maken.

De joodse denker Leo Strauss -geboren in Duitsland in 1899, gevlucht naar de VS in 1938, en daar gestorven in 1973- inspireerde, met zijn kritiek een generatie Amerikaanse neoconservatieven, onder wie Allan Bloom, Harry Jaffa en Francis Fukuyama. In de VS zijn er felle polemieken over Strauss, in Europa staat zijn werk niet in zo'n hyperpolitieke context. Het klinkt bekender in Europese oren.

'Tussen Athene en Jeruzalem' heet Janssens boek, want volgens Strauss zijn filosofie en religie de twee pijlers waarop de westerse beschaving rust. Dat het Westen in een crisis is beland, heeft volgens Strauss te maken met het problematische karakter van de moderne filosofie, die deze twee pijlers tracht te vernietigen. ,,De pijlers waarop onze traditie berustte: de profeten en Socrates-Plato, zijn sedert Nietzsche omvergehaald.'' Bevrijd van onze traditionele plichten -'God gehoorzamen', aldus de religies; 'vragen naar het goede leven', aldus Socrates- bestaat er geen idee meer hoe vrijheid nog positief is aan te wenden. ,,Ze is'', zegt Strauss ,,enkel de vrijheid tot het neen in plaats van het traditionele 'ja'''.

Moeten mensen doen wat God van hen eist, of moeten zij handelen naar eigen inzicht? Janssens laat in zijn fascinerende studie zien dat Strauss zich zijn leven lang in de greep bevond van deze vraag, die hij zelf 'het theologisch-politieke probleem' noemde. Strauss begon zijn zoektocht met een studie naar Spinoza. Diens religiekritiek zou diepe bressen slaan in het traditionele jodendom en de weg effenen voor zowel de joodse secularisatie en assimilatie, als voor het joodse nationalisme. Toch stelt Strauss dat Spinoza's kritiek de gelovige niet echt kan raken. Alle tegenstrijdigheden en onmogelijkheden in de bijbel zijn volgens de gelovige immers een teken van Gods almacht. Zo ontkent de gelovige simpelweg de onafhankelijke macht van de rede, waar Spinoza juist uitgaat van die macht.

Wat heeft de religiekritiek dan zo succesvol gemaakt, vraagt Strauss zich af, en antwoordt: de strategie van bespotting. De moderne tijd heeft de religie in een achterlijk verleden geplaatst door haar 'uit te lachen'. In de radicale moderne filosofie, waar Spinoza een van de grondleggers van is, staat één ding voorop, maakt Strauss duidelijk: een luidkeels 'nee' tegen de geopenbaarde religies.

Strauss vindt Spinoza's 'verraad' wel begrijpelijk. Als filosoof en vrijdenker dreigde hij de dupe te worden van een strikte politieke interpretatie van het werk van Calvijn, een soort protestants fundamentalisme, dat nog zeer sterk aanwezig was in het Europa van de 17de eeuw. Zo werd Spinoza geconfronteerd met het centrale probleem van de filosofie, zo oud als het proces tegen Socates: Hoe blijft de filosoof die open vragen stelt uit de handen van politieke en religieuze autoriteiten?

Klassieke filosofen, aldus Strauss, gebruikten vaak een truc om dit 'theologisch-politieke probleem' te omzeilen: zij zorgden ervoor dat alleen 'zorgvuldige lezers' en getalenteerde filosofen hun anti-autoritaire boodschappen begrepen. In de moderniteit ging deze kunst van het verhulde schrijven verloren, en openden filosofen, vanaf Machiavelli, steeds radicaler de aanval op de dogma's die samenlevingen tot dan toe bijeenhielden. De moderniteit deed zo de blik verplaatsen van de hemel naar de aarde, van God naar de mens, en van de natuur naar de cultuur. Handelen naar eigen inzicht werd de norm, gehoorzamen van God en diens wetten de uitzondering.

De moderne filosofen waren te uitgesproken in hun kritiek op morele en politieke autoriteiten, vindt Strauss. Zij bevrijdden de mensen van de vrees voor God, maar leverden de mens aan de mens over. Het resultaat is een samenleving die in toenemende mate geplaagd wordt door relativisme, nihilisme en historicisme, en die blind is voor de moraal.

Filosofie en religie blijven in het denken van Strauss elkaars tegenpolen. Het geloof in ons sturende hogere politieke en spirituele machten, staat lijnrecht tegenover het geloof dat de mens op eigen denkkracht is aangewezen. En toch is er iets dat Athene en Jeruzalem verbindt: de leer van Socrates, die door Plato en Aristoteles werd uitgewerkt, door islamitische filosofen als Al-Farabi, Averroës, en Avicenna werd opgepakt, en vervolgens via de joodse filosoof Maimonides terecht kwam bij de kerkleraar Thomas van Aquino. Het Westen lijdt aan 'Socratesvergetelheid', zegt Strauss. De vader van de filosofie stelde zich nog in dienst van de gemeenschap. Niet voor niets was hij altijd met anderen in gesprek, in plaats van in zijn eentje te gaan zitten schrijven. De vraag naar het goede leven was voor hem een politieke vraag naar het goede samenleven. Wat islam en jodendom met Socrates gemeen hebben, is de overtuiging dat er een wet bestaat die ons vertelt hoe dit goede samenleven te realiseren. Alleen de manier om tot die wet te komen verschilt. De religie vertrekt vanuit de zekerheid Gods, Socrates vanuit de onzekerheid van de mens.

Strauss pleit voor een herwaardering van het klassieke denken van de Middeleeuwen, toen islamitische en joodse wijsgeren religie en rede nog als twee gescheiden, maar elkaar complementerende, gebieden beschouwden. Zo beschermden zij de natuurlijke politieke, ethische orde tegen aanvallen van filosofen, terwijl zij tegelijkertijd de filosofie beschermden tegen onverdraagzame politieke-religieuze autoriteiten. Zo probeerden deze klassieke denkers te voorkomen dat geloven en denken, als twee gezworen vijanden, met elkaar verwikkeld zouden raken in een strijd op leven en dood. Op dit punt kunnen we nog veel van de klassieken leren.

David Janssens, Tussen Athene en Jeruzalem, filosofie, profetie en politiek in het werk van Leo Strauss, uitgeverij Boom, 336 p.

ISBN 90 5352 628 5, €26,95.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden