Filosofie / Geluk is een dure plicht geworden

Ooit bepaalden de goden of wij gelukkig waren of niet. Toen werd het geluk verplaatst naar gene zijde. Maar uiteindelijk slaagden we erin het geluk in eigen handen te nemen. Geluk werd maakbaar. Nu neemt de geschiedenis van het geluk een nieuwe wending: nog even, en geluk wordt een plicht.

We hebben elkaar de afgelopen weken tientallen keren gelukkig nieuwjaar gewenst. Dat gaat terloops, we vragen ons nauwelijks af wat we elkaar precies wensen. Een mooi huis? Een goede carrière, een goede gezondheid, een goede relatie? Wat is geluk eigenlijk?

Deze vraag ligt ten grondslag aan ’Geluk, een geschiedenis’ van Darrin McMahon, hoogleraar Europese geschiedenis aan de Amerikaanse Yale University. Geluk, schrijft hij, „is in onze tijd een dure plicht geworden. We gaan ervan uit dat alles maakbaar is, dat het goed is om plezier in het leven te hebben en dat men pijn het beste kan proberen te vermijden.”

Dit lijkt zo’n simpele waarheid dat het moeilijk voor te stellen is dat men vroeger anders tegen geluk aankeek. Zoals het een historicus betaamt die een breed gebaar wil maken, begint McMahon bij wat vaak beschouwd wordt als het oudste geschiedwerk in het Westen: de ’Historiae’ van Herodotus. Daarin staat een prachtig verhaal over de zoektocht naar geluk. Op een dag ontbiedt de onmetelijk rijke koning Croesus van Lydië de rondtrekkende Griekse wijze Solon. Croesus is niet benieuwd wie de mooiste man op aarde is, maar wie de gelukkigste. Natuurlijk meent hij dat zelf te zijn, maar Solons antwoord verstoort die illusie. De gelukkigste man is niet de Lydische koning maar Tellus, een vader uit Athene die in de kracht van zijn leven sneuvelde in de strijd.

McMahon vraagt zich af wat we met deze wijsheid moeten. „Wat kan Herodotus hebben bedoeld, en wat kunnen de mensen ervan hebben begrepen die naar zijn verhaal kwamen luisteren op de agora, het marktplein van de vijfde-eeuwse mediterrane wereld?”

Wie het verhaal van Solon goed leest, merkt dat bij hem ’geluk’ en ’lot’ hand in hand gaan. Nadat Solon zijn verhaal gedaan heeft, zegt hij: „Croesus, u vraagt mij, die weet dat de godheid altijd afgunstig is en ons nogal eens in moeilijkheden brengt, naar het menselijk lot. In de lange jaren van het leven zie je en onderga je veel wat je niet wilt. Ik stel de levensduur van de mens op zeventig jaar. Die zeventig jaar bevatten 25200 dagen, schrikkelmaanden niet meegerekend. (‿) Dus, Croesus, is de mens een speelbal van de omstandigheden. Ik zie dat u heel rijk bent en over veel mensen regeert; maar dat wat u me vroeg kan ik u nog niet noemen, tot ik hoor dat u uw leven tot een goed einde hebt gebracht.”

Voor wie geluk en lot in adem noemt, is deze uitspraak wel begrijpelijk. Alleen waarom zou dan een vader die sneuvelt op het slagveld het geluk ten deel zijn gevallen? Omdat deze Solon tijdens zijn leven de gevaren van het bestaan het hoofd wist te bieden, en op het hoogtepunt van zijn leven roemrijk ten onder ging. „De Atheners”, schrijft McMahon „eerden hem op grootse wijze door hem een staatsbegrafenis te geven op de plaats waar hij gevallen was.”

Geluk, zo maakt dit verhaal uit het oude Griekenland duidelijk, is met degenen die de gunst van de goden genieten, die gezegend zijn. Hoe ver wij van die opvatting afstaan blijkt ook met de nieuwjaarswens. Wie enigszins origineel probeert te zijn en geen ’gelukkig nieuwjaar’ wenst maar ’veel heil en zegen’ krijgt meewarige blikken als antwoord, gevolgd door een gulle lach. Dat kun je niet menen.

De Grieken meenden het, al zie je bij hen ook het begin van een veranderende geluksopvatting. Want Socrates was de eerste die meende dat geluk in onze macht zou kunnen liggen. Niet door vlak na het nieuwe jaar drie keer per week naar de sportschool te gaan in de overtuiging dat eerst al het kerstvet in spieren moet worden omgezet voordat het geluk weer binnen handbereik komt. Socrates betoogt dat geluk kan worden verkregen door met vurig enthousiasme de wijsbegeerte te beoefenen. McMahon: „Zoals Socrates nooit moe wordt te benadrukken, is de ware liefhebber van wijsheid ongevoelig voor fysieke ontberingen of de wisselvalligheden van het lot. In zijn voetsporen treden betekent het achterlaten van een wereld waarin je geluk afhangt van de chaos van het toeval of de voorbeschikking van het noodlot.”

Deze sprong voorwaarts was zo radicaal dat de christelijke kerkvader Augustinus later zou opmerken dat Socrates alle filosofen die na hem kwamen gedwongen heeft ’tot slapeloze en afmattende inspanningen’ om de ’kwestie van de noodzakelijke voorwaarden voor geluk’ uit te denken. Ook voor Augustinus is gelukkig zijn een doortrokken zijn van waarheid, „God in zijn ziel hebben”. Verschil met Socrates is dat we volgens Augustinus geluk nooit in onze macht kunnen hebben en de hoogste mate van geluk hier niet zullen ontvangen.

„Zolang we nog op zoek zijn”, schrijft Augustinus, „en nog niet verzadigd zijn door de bron zelf, verzadigd, om ons woord te gebruiken, door volheid, moeten we bekennen dat we onze maat nog niet hebben bereikt; daarom zijn we ondanks de hulp van God nog niet wijs en gelukkig.” Augustinus predikte liever een geluk van de hoop.

Het duurde eeuwen voordat het geluk weer terug op aarde kwam. Pas bij Pico delle Mirandola (1463- 1494) begint de mens weer aan een opmars van ellende naar waardigheid, en vandaar naar geluk op aarde. Hoewel het ’ware en volmaakte geluk’ nog steeds ligt in het ’schouwen van het aangezicht van God’ stelt de renaissancemens Pico dat de wijsbegeerte de gids is naar het natuurlijke geluk.

Terug bij Socrates en nu snel verder naar het hedendaagse geluk. Het aardse geluk vond de mens in de Verlichting. Toen werd geluk, schrijft McMahon, „de normale toestand van de mens, niet een gave van God of speling van het lot, geen beloning voor uitzonderlijk gedrag, maar iets wat de mens van nature toekwam.” Zoals de Verlichtingsdenker Jeremy Bentham (1748-1832) schrijft: „De natuur heeft de mensheid onderworpen aan twee soevereine meesters, pijn en genot. Alleen deze wijzen ons op wat we moeten doen en bepalen wat we zullen doen. Aan hun troon is enerzijds de standaard van goed en kwaad bevestigd, anderzijds de keten van oorzaak en gevolg. Zij regeren ons in alles wat we doen, in alles wat we zeggen, in alles wat we denken.”

Hoewel Bentham dit al eeuwen geleden schreef, zijn het nog steeds deze meesters die bepalen of we gelukkig zijn of ongelukkig. Daarom zullen de meesten van ons met een gelukkig 2006 een gezond 2006 bedoelen. Maar zou je elkaar dan toch niet beter veel heil en zegen kunnen wensen? Want als iets door het lot bepaald lijkt, is het wel onze gezondheid.

Nee. Gezondheid is maakbaar en te koop. Dat weten we inmiddels: de twee populairste goede voornemens betreffen roken en zwaarlijvigheid. Nooit zie je zoveel reclame voor nicotinekauwgum als aan het begin van het jaar, en voor de meeste fitnesscentra is januari een topmaand.

Zo zal het recht op geluk in onze tijd overgaan in een plicht tot geluk. In zijn boek bedoelt McMahon dit nog overdrachtelijk, we moeten wel aan de lijn doen anders is het onmogelijk ons happy te voelen. Maar deze plicht tot geluk kon binnen afzienbare tijd wel eens letterlijk worden. In het Psychological Bulletin van december tonen Amerikaanse wetenschappers aan dat uit honderden onderzoeken blijkt dat gelukkige mensen betere banen hebben, betere werknemers zijn en meer verdienen.

In dat licht is het ook niet verwonderlijk dat verzekeraars vorige week bekendmaakten proeven te gaan doen met het doel kanker en hart- en vaatziekten tijdig op te sporen. Als de proef slaagt dan zullen deze verzekeringsmaatschappijen de jaarlijkse gezondheidscheck aan al hun verzekerden aanbieden tegen een laag tarief van 190 euro. Ohra- directeur Hugo Keuzenkamp verwacht dat deze vroegdiagnostiek een ware revolutie kan ontketenen in de gezondheidszorg. Zelfs kanker wordt maakbaar. Zo nemen we het lot steeds meer troeven uit handen. Dat betekent pas een gelukkig 2006. Maar wie in de toekomst gaat solliciteren moet het wel blijven, want bij sollicitatiegesprekken zullen de twee G’s beslissend worden.

Darrin McMahon: Geluk, een geschiedenis. Amsterdam, De Bezige Bij. ISBN 902341560; 432 blz., 19,90 euro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden