FILM

Vijf Césars - 'Franse Oscars' - kreeg de documentaire 'Microcosmos'. Voor de fotografie, de montage, het geluid, de muziek en de productie. Claude Nuridsany en Marie Perennou verplaatsten zich in het dagelijkse leven van een aantal ordinaire insecten. Wat zij filmden werd biologie met overvloedige ruimte voor menselijke emotie. Maar zolang je een mestkever maar niet portretteert terwijl hij op een fietsje naar zijn werk rijdt, is daar niets mis mee, vinden de regisseurs. 'Microcosmos' gaat morgen in tien steden in première.

ROB BUITER

Onze fantasie heeft nogal eens een verwoestende uitwerking op normale proporties, getuige bijvoorbeeld de Bomans-klassieker 'Erik, of het Klein Insectenboek'. Eventjes heel klein worden spreekt tot de verbeelding! Wanneer je met een macrolens op een filmcamera het leven van insecten tot beeldvullend formaat weet op te blazen, en je laat daarbij de bekende ontnuchterende hoe-en-waarom-commentaarstem achterwege, dan geeft dat invulling aan een van onze meest primaire fantasieën.

Wat je vervolgens in die insectenwereld kan aantreffen, is niet voor niets een bron van inspiratie voor menig science-fictionverhaal. Een tor krijgt het karakter van een dinosaurus, vechtende kevertjes worden ware mastodonten. Zelfs vertrouwde natuurwetten lijken te vervagen. Een druppeltje water kan ineens als een reusachtige skippy-bal door twee mieren worden opgetild en een spin tovert ontastbare luchtbellen om in de bouwstenen voor zijn droge eetkamer-onder-water.

In de documentaire 'Microcosmos' tonen de Franse biologen en filmers Claude Nuridsany en Marie Perennou dit leven op de millimeterschaal als ware het onze eigen dagelijkse werkelijkheid. De insecten in hun film slapen, worden wakker, wassen zich, worden overvallen door een regenbui, bedrijven de liefde, zoeken eten en worden ook gegeten.

“Een moment is hier een dag, een dag is een seizoen, en een seizoen is doorgaans al veel meer dan een heel leven”, zo vertelt een stem aan het begin van de film. Maar verder houdt de stem zijn mond. Niemand die bij de opname van twee 'ritsende' files van processierupsen uitlegt wat deze beestjes bezielt om zo exact in polonaise te blijven lopen. En ook geen verklaring waarom die mestkever nou per se wil dat die grote ronde kogel schapenpoep naar het andere eind van die natuurlijke hindernisbaan verhuist. Is het zijn eten? Is het bouwmateriaal voor zijn nest?

Maar wie interesseert dat dan ook nog? Eindelijk kun je eens een natuurfilm bekijken waarin je fantasie, op aangeven van de regisseurs, de vrije loop mag nemen. “Mogu”, denk je bij het zien van een vlieg die na het opgaan van de zon zijn vleugels lijkt te wassen. “Truste”, wanneer een bloem zich 's avonds dichtvouwt boven een soortgenoot. En wanneer je dan ook nog twee wijngaardslakken ziet die op een bedauwd mosveldje, onder begeleiding van klassieke tonen hun paringsritueel uitvoeren, dan twijfel je er niet meer aan dat ook deze dieren genot beleven.

Niks natuurfilm. Dit heeft toch weinig meer met de wetenschap Biologie te maken? Wie zegt dat die vlieg zich 's ochtends echt wast, en niet bij voorbeeld zijn vleugels soepel maakt. En slapen insecten wel, en zo ja, doen ze dat echt in bloemen? Wie weet zitten ze zich uit pure noodzaak een nachtje te vervelen omdat alle bloemen nou eenmaal dicht zitten en er dus geen honing valt te halen. En wie beweert er nou dat wijngaardslakken een orgasme kennen?

Marie Perennou pleit onschuld. “Wij beweren dat in ieder geval niet. Wij doen niets anders dan het achter elkaar zetten van een aantal scènes uit een microcosmos, afgewisseld met parallelle shots van de dag- en seizoenscyclus uit de ons beter bekende macrocosmos.”

Maar heeft de biologie dan ineens geen afkeer meer van antropomorfismen? Was het niet zo dat je dieren nooit mocht bestuderen als waren zij mensen?

“Zeker”, beaamt Claude Nuridsany. “Wij proberen met onze beelden dan ook geen antwoord te geven op de vraag waarom die rupsen zo keurig achter elkaar blijven lopen. Met alleen maar de observaties maken wij ons niet schuldig aan antropomorfismen. Tenzij je een mestkever op een mini-fietsje zet en hem naar een schapenkeutel laat trappen.”

En dat doen Nuridsany en Perennou inderdaad niet. Zij laten de mestkever gewoon zijn gang gaan met een balletje mest dat minstens twee keer zo groot is als hijzelf. Ze laten hem over een grindpaadje stuntelen, en kijken met gevoel voor humor toe hoe de kever per ongeluk zijn balletje - flats! - op een uitstekend takje vastprikt. De worsteling van het diertje om zijn buit vervolgens weer los te krijgen suggereert hooguit dat zijn dagelijkse beslommeringen weinig onder doen voor de tegenslagen in ons eigen werk.

De basis voor het beeldverhaal was een gewoon script met 'acteurs' die een vooraf bepaalde rol moesten spelen. De scènes uit dit script waren weer ingegeven door de kennis van vijf jaar lang 'insecten kijken', voornamelijk in de achtertuin van het regisseurs-echtpaar in het Zuid-Franse Aveyron.

Nuridsany: “De meeste opnames zijn in de vrije natuur gemaakt. Waar dit niet mogelijk was hebben we een stukje natuur op een grote, open tafel in een studio laten groeien. Daaromheen hingen dan camera's aan het plafond die op afstand met computers konden worden bediend om de bewegingen van de dieren absoluut trillingsvrij te kunnen volgen. Een ongewilde beweging van een tiende millimeter zou op het bioscoopscherm immers al suggereren dat de cameraman stomdronken was tijdens zijn werk.”

Niet alleen het beeld van de insecten, ook hun geluid werd voor de film aangepast aan onze dimensies. In de meeste gevallen hield dit in dat de frequentie een aantal stappen verlaagd diende te worden, om bijvoorbeeld het wieken van wespenvleugels goed hoorbaar te maken. De originele geluiden konden met speciaal voor dit doel ontwikkelde minuscule microfoontjes worden opgenomen.

Slechts voor twee geplande scènes bleek het noodzakelijk digitale trucage toe te passen. Om te laten zien dat de facet-ogen van een insect bij het naderen van een veld met klaprozen waarschijnlijk geen veld met klaprozen zien maar een mengeling van vage grijstinten, werd een aantal beelden door de computer bewerkt. En om de aanvliegprocedure van een libelle op een rietstengel te filmen, moest een 'studio-libelle' over de beelden van een bewegende camera worden gemixed.

Buiten die twee leugentjes om bestwil, bevat Microcosmos alleen maar authentieke beelden uit een aantal korte, en dus intense insectenlevens. Esthetica is wat de kijker voorgeschoteld krijgt. Een wesp legt een ei in een 'papieren' kokertje. Verderop zie je wat daar uit zal komen: een glas-achtig wezentje met een paar gigantische ogen en een mondje daartussen. Met het spinsel dat uit die mond komt bouwt het wezen zichzelf in. Weer verderop zie je dat de inmiddels verdroogde deksel van binnenuit wordt opgegeten door een dier dat in niets meer herinnert aan het glibberige beest dat in de koker verdween. Een volwassen wesp in de keiharde kleuren geel en zwart wurmt zich naar buiten, om daar eens op zijn gemak de werking van zijn nieuwe vleugels uit te proberen.

Nog indrukwekkender is de scène waarin een waterspinnetje luchtbellen van het wateroppervlak plukt om ze vervolgens onder een waterplant bij te zetten in een alsmaar groeiende luchtkamer. Door de schaal waarop het gebeurt is het absoluut strijdig met je gevoel. Maar je ogen zien het toch echt gebeuren: deze spin plukt lucht! Wanneer de bel groot genoeg is propt de spin een klein zoetwaterkreeftje naar binnen, om die buit daar droog op te peuzelen. De poten van de spin steken af en toe door de bel naar buiten. Maar die knapt niet.

Het uitlokken van een wetenschappelijke overtreding geldt ook als een strafbaar feit. Puur wetenschappelijk is de waarde van Microcosmos dan ook beperkt tot de waarnemingen van insectengedrag. Maar de makers voelen zich nauwelijks aangesproken door zoveel reductionistische kortzichtigheid.

Perennou: “Je kan niet alles terugbrengen tot droge wetenschappelijke regeltjes. Onze film is uiteindelijk ook helemaal geen documentaire over insecten. Wat wij laten zien is de esthetische schoonheid van leven dat in dit geval toevallig alleen maar door een macro-lens kan worden gezien, en dat biologen 'insect' noemen. De kijker mag daarbij naar hartenlust heen en weer springen tussen fantasie en werkelijkheid.”

Nuridsany en Perennou zijn ondanks hun wetenschappelijke scholing in de biologie in de eerste plaats romantische kunstenaars geworden. “Maar die twee stromen hoeven niet in tegenspraak met elkaar te zijn. Met Microcosmos hopen wij aan te tonen dat er een duidelijke brug bestaat tussen wetenschap en kunst.”

Zou hij aan de film een gesproken motto mee moeten geven, dan zou Claude Nuridsany die lenen van de Oostenrijkse negentiende-eeuwse dichter Rainer Maria Rilke. Die schreef ooit als advies aan een van zijn leerlingen dat hij niet zijn omgeving de schuld moest geven voor zijn armoedige leefomstandigheden, maar dat alleen hijzelf daar schuldig aan was. Hij was immers niet in staat gebleken om de ware rijkdom uit zijn leven te halen. In de woorden van Microcosmos: je hoeft de meest spectaculaire rijkdom uit de natuur niet per se aan de andere kant van de wereld te zoeken. Een grasveldje in de buurt volstaat.

Gelukkig beamen de regisseurs van Microcosmos dat, ondanks al die diepe filosofie, een stekende mug ook voor hen in de eerste plaats nog steeds een vervelend insect is, dat met de vlakke hand naar het rijk van twee dimensies gezonden dient te worden. Maar wie het vervellen van een muggenlarve aan het oppervlak van het water op bioscoopformaat heeft gezien, kan niet anders dan op zijn minst erkennen dat zelfs een dergelijk irritant wezen ook een intense esthetische waarde heeft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden