filmrecensies

Even is het spannend, de wraak van de meiden op de mannen
Foxfire

Regie: Laurent Cantet. Met Raven Adamson en Katie Coseni.

**

Het is te hopen dat Laurent Cantet snel terugkeert naar Frankrijk. De regisseur die enkele jaren geleden een Gouden Palm won in Cannes met 'Entre les Murs' - het fantastische docudrama over de dynamiek tussen een leraar Frans en een veelkleurige, Parijse schoolklas - lijkt zich in zijn eerste volledig Engelstalige regie weinig op zijn gemak te voelen.

Het is wel duidelijk wat hem aantrok in de roman van de Amerikaanse schrijfster Joyce Carol Oates ('Foxfire - Confessions of a Girl Gang', 1993). Cantet is een meester van de microkosmos. In 'Foxfire' - in 1996 al eens verfilmd met een 20-jarige Angelina Jolie in de rol van bendeleidster - bestaat de dynamische groep uit vijf tienermeiden die in de jaren vijftig in een gehucht bij New York een club tegen mannen oprichten, en zich van verbaal en fysiek geweld gaan bedienen. Het is een soort feministisch geïnspireerde miniversie van de Rote Armee Fraktion of de Rode Brigade, de links-extremistische terreurgroepen die in de jaren zeventig in Europa ontkiemden.

De Foxfire-girls zijn aan de verkeerde kant van het spoor geboren, in weinig florissante milieus, waar ooms zich aan nichtjes vergrijpen. Even is het spannend, de wraak van de meiden op de mannen, maar Cantet is er de regisseur niet naar om dat te verheerlijken. Hij slaat door naar de andere kant. Hij toont het onderlinge gefoeter en gesodemieter, waardoor je al snel je bekomst hebt van de gewelddadige meiden die nog racistisch zijn ook.

Cantet put zich wel uit in sfeertekening. Maar daarmee brengt hij de karakters en hun geestelijke nood, hun verzet tegen onderdrukking, niet dichterbij. Er doen momenteel meer films over criminele meiden de ronde. Maar anders dan 'Spring Breakers' van Harmony Korine en 'The Bling Ring' van Sofia Coppola, slaat 'Foxfire' stilletjes aan het meanderen, in onbepaalde richting.

Belinda van de Graaf

Zomerse musical met flowerpower en zingende Aboriginal-zussen
The sapphires

Regie: Wayne Blair. Met Chris O'Dowd, Jessica Mauboy.

***

"Maar daar is het oorlog", verzucht de moeder van de vier zingende Aboriginal-zussen die anno 1968 auditie willen doen voor een tour in Vietnam langs de daar gelegerde Amerikaanse soldaten. Oh ja, ze waren het bijna vergeten, die oorlog in Vietnam, te druk met de muziek, en met de nieuwe manager, een witte 'soul man' die de vier zoet country & western zingende zwarte zussen leert dat country en soul allebei over verlies gaan, maar dat country snikken en klagen betekent, terwijl soul er dan nog tegenaan gaat.

Chris O'Dowd, de politie-agent uit 'Bridesmaids', speelt de 'romantic lead' in deze Miramax-musical waarin een in de Australische outback verdwaalde Ier de vier zussen van de 'country' afhaalt en ze klaarstoomt voor het nachtclubpodium en de omarming van hun zwarte ziel. Onderweg bouwt hij iets moois op met de meest chagrijnige en minst mooie van de zussen, die het slechtste zingt bovendien, maar die dan tegen het einde de solo in 'People Make the World a Better Place' met geleende stem plots wonderschoon weet te brengen. De Australische zangeres Jessica Mauboy zingt wel meteen goed en heeft ook het meeste charisma, veel meer dan de andere drie actrices, die toch wat houterig afsteken tegenover de soepel stuntelende Chris O'Dowd.

De tournee in Vietnam brengt naast witte laklaarzen, hoog haar, en flowerpowerjurken, ook bommen en granaten op hun pad, bloedende soldaten, en zwart-wit archiefbeelden van Martin Luther King en vredesdemonstranten. Het blijft een wonderlijk allegaartje, maar die hoekigheid is wel ook de charme van deze zomerse goed-gevoel-film.

Jann Ruyters

Hedendaagse film noir in een Londens decor: iets te hoog gegrepen
I, Anna

Regie: Barnaby Southcombe. Met Charlotte Rampling en Gabriel Byrne.

***

Barnaby Southcombe is dol op de slanke kuiten van zijn moeder, die in zijn speelfilmdebuut 'I, Anna' veelvuldig te zien zijn. Wij kennen die kuiten ook. We kennen de lange slanke hals, de mond, de ogen. Barnaby's moeder is Charlotte Rampling, een van de meest gevierde Europese actrices. In de film van haar 40-jarige zoon, die tot dusver actief was bij de Britse televisie, speelt ze een alleenstaande vrouw die een geheim met zich meedraagt dat door de ontmoeting met een knappe politie-inspecteur (Gabriel Byrne) langzaam wordt ontsluierd.

Barnaby's ambities om in de stijl van de Franse 'film noirs' uit de jaren zeventig en tachtig een psychologische thriller te maken, zijn hoog gegrepen. Geweldig natuurlijk om de misdaadfilms van Jean-Pierre Melville, Alain Corneau en Claude Sautet als voorbeeld te stellen. U herinnert zich de rokerige policiers met Alain Delon, Yves Montand, Romy Schneider en Catherine Deneuve.

Maar helemaal van een leien dakje gaat het in deze hedendaagse, Londense versie toch niet, ook al draagt Rampling de juiste klassieke regenjas, en rijdt ze in een mooie, oude Saab-900-turbo. Het ingewikkeld gestructureerde verhaal, gebaseerd op de gelijknamige roman van de New Yorkse psychoanalytica Elsa Lewin uit 1984, maakt een wat bestudeerde, afstandelijke indruk. Het is net alsof Rampling en Byrne - die op zich een mooi ouder duo vormen, en aan elkaar gewaagd zijn - nooit helemaal loskomen.

Interessanter is haast de subtekst, de externe psychologie, van de zoon die zijn beroemde, ongetwijfeld zeer druk bezette moeder vraagt de rol te spelen van een vrouw die op straat vergeet dat ze een kind bij zich heeft. Naar verluidt gaf Barnaby het script niet zelf aan zijn moeder, maar liet hij het haar toekomen via haar agent.

Belinda van de Graaf

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden