filmmuziek

Nog in Groningen (Liga, 3), Leiden (CCX, 4), Nijmegen (Cinemarienburg, 5), Enschede (Atak, 6), Amsterdam (Rialto, 7), Utrecht ('t Hoogt, 9), Tilburg (Filmtheater Louis, 11) en Arnhem (Filmhuis, 12)

KEES POLLING

Dat laatste geldt in sterke mate voor de films die de Knitting Factory-artiesten Andrea Parkins en Christina Wheeler van muziek voorzagen: 'The House of Usher' (1928) van James Sibley Watson en Melville Webber, 'Salome' (1923) van Charles Bryant en 'Meshes of the Afternoon' (1943) van de feministische avantgardiste Maya Deren.

De muziek die Parkins (accordeon en sampler) en Wheeler (allerhande elektronica en 'zang') live ten gehore brachten en, zo leek het, ter plekke bedachten, verloor zaterdag tijdens een wat al te overladen programma in de Brusselse Beursschouwburg al snel aan belang, terwijl de schoonheid van de films - met name de raadselachtig geschoten 'The House of Usher' en de merkwaardige 'Meshes of the Afternoon' - overeind bleef. De muziek van beide dames was bombastisch, krampachtig experimenteel en had allerminst ten doel de op het witte doek geprojecteerde beelden te versterken. Integendeel, hun muziek overschreeuwde de beelden zodanig, dat oordopjes bijkans de enige manier boden om nog van de films te genieten.

Van de muziek die de Amerikaanse gitariste en singer/songwriter Rebecca Moore presenteerde bij welhaast nog duistere filmpjes van de jaren veertig 'queen of the bondage pin-ups', Betty Page, kan dat niet gezegd worden. De beelden van dames in ondergoed die elkaar vastbinden, corsetten aanmeten, de mond snoeren en op de (kuis bedekte) billen slaan, waren destijds misschien baanbrekend, nu zijn ze nog slechts lachwekkende trivialia. Rebecca Moore's muziek was het tegendeel. Haar songs, die ze uitvoerde met steun van bassist Stephen Vitiello en celliste Ursula Wiskoski, waren bijzonder sterk en uitermate origineel.

Moore begeleidde de projecties ook meer met 'echte' songs, al werd daarin wel volop geïmproviseerd en werd de muziek ook duidelijk naar de beelden toe gespeeld. Haar songs zijn wonderlijk. Ze houdt duidelijk van vormen van vervreemding - niet raar, gezien haar idolen: Mary Margaret O'Hara, P.J. Harvey, Hugo Largo en The Residents. Ze bereikt dit door structuren volstrekt om te gooien, waardoor songs bijvoorbeeld klinken alsof ze achterstevoren gespeeld worden. Ook combineert ze scherpe dissonanten met bijna ontroerend mooie akkoorden. Nu eens zet ze een rafelige stem tegen een pakkende melodie, dan weer klinkt de muziek donker en schreeuwend, maar grijpt ze je bij de lurven met kristalheldere zang.

Het eigenzinnige stemgeluid en dito muziek van Rebecca Moore nestelden zich in m'n hoofd om mij de hele rit terug naar huis niet meer los te laten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden